donderdag 12 oktober 2017

verhaaltje 3

In het kader van de leukste gelijkenissen/verschillen tussen Vlissingen en Italie: de markt. De tekening van de wekelijkse Vlissingse vrijdagmarkt maakte ik vorig jaar op de dag dat deze voor het eerst op een nieuwe lokatie plaatsvond. 




Op 4 november 2017 was ik getuige van een grote verandering: de wekelijkse vrijdagmarkt op een andere plaats. In het kader van mijn inburgeringsproject een leuk onderwerp om te tekenen. 

De markt in Castiglione del Lago is op woensdagochtend. Al eeuwen. De enige ochtend waarop een bus door het achterland rijdt om de keurig geklede dametjes -net van de kapper- op te halen. Zo rond enen brengt de bus in omgekeerde richting de dametjes weer terug: de hele ochtend de tijd gehad om de wekelijkse boodschappen te doen en vooral veel bij te praten. ‘s Zomers wordt de markt bevolkt door Nederlandse toeristen. Je herkent ze vooral aan korte broek en badslippers. Vaders die verveeld achter het kirrende gezin lopen “Kijk eens mam, hoe goedkoop!” De trots van de Italianen zou tot kromme tenen moeten leiden. Als je in ItaliĆ« gaat winkelen, trek je je goede kleren aan, je schoenen met hakken. Echter, ze mogen in hun handen knijpen, want sinds de aardbevingen vorig jaar loopt het toerisme minder goed. De bevingen waren 150 km verderop, maar tussen de oren van veel toeristen zit de UmbriĆ«-mijd-factor.

De Duitsers op de markt in Vlissingen herken je ook meteen. Korte broek. Onder het motto: ik-ben-nu-op-vakantie-DUS-ik-draag-een-korte-broek. Weer of geen weer, wind of wind.

De markt in Castiglione del Lago is verspreid over verschillende locaties in het vestingstadje, dus dat betekent klimmen en trappen lopen. Halverwege de treden klonteren de gepermanente dametjes samen om even op adem te komen en hoofdschuddend te kijken naar die luidruchtige toeristen.

Met hun kippenvelbenen zijn de Duitse toeristen hier in Vlissingen redelijk rustig...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen