dinsdag 19 mei 2020

HET GOEDE LEVEN

Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?



Voorzichtige zuchten van verlichting, afgeschudde gezonde angst voor de nieuwe start. De binnenstad van Vlissingen legt oren te luister en hoort weer buitenlandse stemmen in de straat. Stap voor stap nieuwe gezichten na maandenlang steeds groeten, knikken en zwaaien tegen ons kent ons. Fietsers die geen idee hebben dat je dat in de Walstraat niet mag, fietsen. En waar handhavers ontbreken, zien we een kleurrijke en opkrabbelende binnenstad, waar vol trots weer tafeltjes, uithangborden en een vriendelijk onthaal een gevoel van gastvrijheid symboliseren. En niet alleen de Duitsers en de Belgen, maar ook de Nederlanders hebben Vlissingen ontdekt! 

Die outsider en ongenode gast die iedereen de laatste maanden onderuit probeerde te halen, is nog niet helemaal weg. Maar hij gunt ons -naast helaas veel slachtoffers- ook weer een nieuw leven. Een leven waarin iedereen een beetje tot bezinning heeft kunnen komen als het gaat om verantwoordelijkheid, duurzaamheid en gezondheid.

Loop door de Walstraat en houd een willekeurige fietser aan. Het is een toerist. En wat vindt deze toerist van de  binnenstad? “Zo leuk, al die kleine aparte winkeltjes!” en “Zo gezellig, al die bijzondere winkeltjes.” 

Het leuke is, dat sommige van die bijzondere, aparte kleine winkeltjes gerund worden door buitenstaanders die hun oog op een onderneming in Vlissingen hebben laten vallen. Ze hebben hun geboortegrond verlaten om hier in de binnenstad hun passie en filosofie te delen met anderen. Rich uit Groot-Brittannië, Dani uit Antwerpen. Bij de Juicebar zie je de Afrikaanse invloeden en stap je in een kleurrijke andere wereld. Een eerlijke wereld vol duurzaamheid en verantwoordelijkheid. Deze begrippen staan ook bovenaan bij zowel Johnsons als ’t Pothuys, waar zorgvuldige keuzes worden gemaakt om de wereld beter en gezonder te maken. En om Vlissingen beter te maken. 

En niet alleen met bewuste keuzes onderscheiden de ondernemers in de binnenstad zich. Rich: “We houden rekening met elkaar, vullen elkaar aan en daardoor versterken we elkaar. Ik verkoop geen smoothies en juices, dus ik verwijs naar Siamak van de Juicebar, de lekkerste broodjes heb ik niet, maar Jose van la Bella Cucina wel.” Dani: “Ik verkoop alleen dingen waar ik echt 100% achter sta en als ik weet dat ze echt verantwoord zijn gemaakt.” 

En zo proberen we na de Coronacrisis samen het goede leven in de binnenstad weer op de kaart te zetten, voor de toeristen en voor onszelf.

maandag 18 mei 2020

BEZIGE BIJEN

Iedere maand op deze pagina het ‘woord ’aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?



Weken was het stil op straat. Geen schuivende terrasstoelen, geen rinkelende glazen. Ondanks de fijne voorjaarszon, waagden zich slechts enkelen aan die nieuwe frisse lucht die lente heet.

In deze tijd van bezinning en stilte ontdekte ik in de stad een echte en vooral natuurlijke oase van rust, waar de lente volop haar gang kon gaan. De buitenstaanders hier kennen geen anderhalve meter afstand, maar zoeken elkaar op, zo dicht mogelijk. En alles is in het werk gesteld om het deze logés ter wille te zijn: piepkleine gastenkamertjes om intiem te nestelen. Behaaglijke gaatjes in het hout en stiekeme labyrintjes, onzichtbaar voor ons oog.

Verschillende vrijwilligers en buurtbewoners hebben met hun eigen handen en passie dit paradijsje gecreëerd en in deze enorme kleurenpracht van planten en  bloemen leven wilde bijen als God in Vlissingen en paart de pimpelmees er op los. En dit allemaal op slechts een paar vierkante meter!

Ondertussen heeft de lentezon zich verdrietig teruggetrokken, bij gebrek aan enthousiast onthaal. Als je tijdens paas- en feestdagen zo je best doet en de terrassen en pleinen zijn leeg…

Maar de terrassen slaan terug! Er wordt geschuurd, geschilderd, geschrobd. De expansiedrift van de anderhalve meter wordt met de meest creatieve vondsten beloond. Er wordt gepast en gemeten, met haken en ogen. Eigenaren en personeel gonzen als bezige bijen op het Bellamypark met een bijna baltsende energie, intens verlangend naar een hernieuwde kruisbestuiving met de hele binnenstad, het strand, de boulevard. En de voorspellingen worden beter. De horecalockdown gaat voorzichtig van het slot.

Een wilde bij zonder bloemen is een ramp, evenals een ondernemer zonder klanten.

Mocht iemand de misschien te verwachten drukte in de binnenstad willen ontvluchten: het paradijsje, deze kleine openbare stadstuin op gemeentegrond, is op loopafstand van het centrum, de Prinsentuin. Betreed het met liefde en respect voor de gevleugelde buitenstaanders. Maar geniet van dit moois dat Vlissingen ook te bieden heeft.

Blijf allen gezond en lief voor elkaar! En probeer zoveel mogelijk onze lokale ondernemers te steunen, in wat voor vorm dan ook! Totdat de echte gasten onze stad weer bezoeken.

dinsdag 7 april 2020

...EN WE KOMEN BOVEN


Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?

Deze maand hebben we te maken met een ongenode gast. Het is niet iemand met een rolkoffertje, die op de boulevard zich door de lentebries laat meedeinen. Het is niet dat stel dat tijdens het paasweekend met de fiets vanaf de camping een bezoekje aan onze stad brengt. En laat staan dat het een Duitser of een Belg is… Onze ongenode gast houdt ze bij de grensovergang al tegen.

Terwijl de binnenstad zich deze dagen –de zon is niet bang om zich in het openbaar te vertonen- klaar zou moeten maken voor hordes gasten, is het stil op straat. Gewijzigde openingstijden veranderen in gesloten. En onze winkeliers en horeca-ondernemers weten wat gesloten betekent. 

Ondertussen verandert onze ongenode gast in een monster dat de hele wereld de afgrond in jaagt. Het is echter te laat om hem weg te sturen, zelfs uit Vlissingen. Hij heeft zich onzichtbaar genesteld in ons toekomstperspectief en laat ons balanceren op losse draadjes van angst, verdriet en wanhoop.

En toch worden op digitale en minimale afstanden van anderhalve meter koortsloos koppen bij elkaar gestoken. Want we laten we ons in Vlissingen niet zo gemakkelijk uit het veld slaan. Luctor en Emergo staan aan de horizon al te zwaaien; nee, ze steken hun duimen omhoog! De ondernemers van Vlissingen figureren in een film en zijn de helden die proberen onze ongenode gast te verslaan, te overwinnen. 




Dennis is een van de hoofdrolspelers in de movie die de binnenstad van Vlissingen boven water gaat houden. Zijn branche is momenteel onmisbaar. Onze ongenode gast dwingt ons tot fikse maatregelen. Werknemers moeten het thuis doen. Maar lukt dat met zo’n trage internetlijn? Is mijn Windows-versie compatibel met het programma dat ik van de zaak moet draaien. Heb je nog een pak printpapier, want de kinderen moeten het huiswerk overmorgen inleveren, de printer maakt overuren. Ja, ook wat cartridges! Oh, die heb je niet meer? Wanneer komen ze?  Oja, bij nader inzien zijn onze games ook wel erg verouderd. Ik moet nu echt heel dringend een nieuwe laptop, anders loop ik vast, nu ik alles thuis moet doen. En echt, Dennis, hoe meer geheugen, hoe beter. Graag ook nog een paar van die terra-externen erbij. Muis, muis. Met steeds die kinderen thuis! Weer een muis kapot! 

De ongenode gast maakt ons kapot.

Maar de strijd gaat door. De realiteit ook. In fictie kunnen we ons verlangen kwijt. En blijven we ons projecteren op een nieuwe wereld waarin de onzichtbare ongenode gast zich niet meer laat zien. 

Afgelopen weekend was ik getuige van the making van een promotiefilm over de Vlissingse binnenstad, geïnitieerd door het onlangs gelanceerde platform INVLISSINGEN (http://invlissingen.nl/) in samenwerking met de VOC.  Ondernemers in de rol van Luctor en Emergo, vol vertrouwen en power. We kunnen onze ongenode gast voorlopig niet negeren, maar dat geldt ook voor deze clip: binnenkort zult u ‘m overal op de social-media-kanalen tegenkomen en dit weekend bij Omroep Zeeland. 

Blijf allen gezond en lief voor elkaar! En probeer zoveel mogelijk onze lokale ondernemers te steunen, in wat voor vorm dan ook! Totdat de echte gasten onze stad weer bezoeken.


dinsdag 10 maart 2020

PEPER IN DE KONT

Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?




Sonja was 11 toen ze vanuit Suriname in Vlissingen aankwam. Zonder ouders en zusje, blank, maar met een oewarm accent. Dat was destijds het enige dat opviel bij haar leeftijdsgenootjes. Ze groeide verder op bij oma en nu: ze wil nooit meer weg uit Vlissingen. Sonja gaat geregeld naar de binnenstad. “Om even wat bekenden tegen te komen, de sfeer op te snuiven. Kijken wat er veranderd is…” Ze gaat graag op het Bellamypark ergens lunchen. En het Nollebos is ook één van haar favoriete plekken.

Evenals Sonja komt ook Prem uit Paramaribo. Na een lange en werkzame periode bij de Schelde is hij nu dagelijks te vinden in zijn toko in de Scheldestraat. Volgens zijn woorden: de straat met de meeste culturele mogelijkheden én de straat met de minste leegstand. Klopt. Nagenoeg alle winkelpanden zijn gevuld of bijna.

Er zijn overeenkomsten tussen Paramaribo en Vlissingen: beide steden liggen aan de monding van een rivier die richting zee gaat. En over beide steden wordt door de locals gezegd: “Het zal wel nooit meer wat worden.” 

Onlangs bezocht ik de hoofdstad van Suriname voor een project. En ja: het is hard hopen dat dingen verbeteren. Ik sprak een handvol Surinamers die -ondanks wel heel veel tegenslag- toch blijven geloven in de toekomst van het land en de hoofdstad. Bewonderingswaardig nadat onlangs 100 miljoen uit de Centrale Bank ‘verdween’. Dat is wellicht twee keer zoveel als het geld dat hier ‘verdwijnt’ omdat de mariniers niet komen. Maar onze regering is daarentegen eerlijk… En een troost voor de Vlissingers: ik heb nergens ter wereld in de binnenstad zoveel leegstand en verpaupering gezien. Gegriefde gevels en uitgehangen uithangborden getuigen van wat was, maar is dichtgespijkerd.

Sonja werd in 1973 door haar ouders naar oma in Vlissingen gestuurd, omdat de situatie door de grote stakingen in Suriname steeds grimmiger werd. Haar grootouders startten in 1956 in Paramaribo een constructiebedrijf. Sonja’s vader nam het over. Na de dood van opa ging oma terug naar Nederland en het leek iedereen beter dat Sonja daar een veilige toekomst met onderwijs zou krijgen. “Oma woonde vlak bij de Theo Thijssenschool, die toen nog in het weiland lag. Ik had meteen vriendinnetjes en voelde me thuis in Vlissingen. En oma was natuurlijk een bekende voor me. Het zorgen voor elkaar zoals in Suriname, was ook hier vanzelfsprekend.”

In die 70-er jaren viel Prem 35 kilo af. “Ik kwam als vrije vogel uit Suriname in een kooi in Vlissingen: veel te koud, hard werken en weinig landgenoten.” Die kwamen pas na de coup van 1980. Inmiddels is de Surinaamse gemeenschap in Vlissingen uitgedund. Sonja koopt nu sambal bij de tropische winkel die hij in 1998 startte.

Met wat er in de Scheldestraat gebeurt, kan Prem prima leven. Hij is trots op zijn winkel en ‘zijn straat’. Tsja, en wie er nu wel of niet naar Vlissingen willen komen? Als iedereen wat meer peper in zijn kont zou hebben?

dinsdag 11 februari 2020

DE LIEFDE GAAT DOOR DE MAAG

Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?



Britta en Marc kochten een aantal jaren geleden een mooi huisje in de binnenstad. Nog steeds zielsgelukkig, verliefd. Iedere vrijdagmiddag knalt Marc de deur van zijn notariskantoor in Aken achter zich dicht. Idem Britta, die daar als advocaat werkzaam is. En vervolgens knallen ze naar Vlissingen, naar hun perfecte tweede huis in de Nieuwstraat. Het is slechts twee uur en een kwartiertje rijden. Marc loopt regelmatig hard op de boulevard, in de hoop een keer aan de kustmarathon deel te nemen.

Ergens aan de Boulevard de Ruyter wonen nog meer buitenstaanders met een tweede huis. De Belgische loodsen. Week op en week af, maar het echte, warme gevoel van het tweede huis biedt de oorspronkelijke Belgische Loodsensociëteit, waar ze 24 uur per dag terecht kunnen voor een hap en een drank. De loodsen verlaten hun geliefde, gezin en vrienden voor een week om in Vlissingen te komen werken.

Marc: “Al onze vrienden en kennissen verklaarden ons voor gek. Wat heb je nu in Vlissingen te zoeken? En daarna: waarom moet je daar ieder weekend heen?”

Eten? 

Britta en Marc genieten van de Zeeuwse keuken, de gezellige restaurants die vaak nog in familiehanden zijn. Restaurants die niet bij een keten aangesloten zijn, maar waar de eigenaren zelf hun aardappelen schillen, hun inkoop lokaal regelen. Volgens Marc: “We vinden in Vlissingen fantastische restaurants en cafés. Bijzonder zijn De Gecroonde Liefde en Castafiore; we gaan graag ontbijten en Kust -hele sympathieke eigenaren- en we houden tijdens de zomer van de terrassen van Pier 7 en De Belgische Loodsensociëteit en De Punt. We hebben ook een aantal keren in de Timmerfabriek gedineerd, een prachtige locatie en geweldig eten! En er zijn zoveel culinaire plekjes die we nog niet kennen…  Maar het belangrijkste waarom we zo van Vlissingen houden: de aardige, tolerante mensen en de altijd goede humor van deze Vlissingers!”

Ondertussen zijn al die Akense vrienden, familie en kennissen al een keer in Vlissingen geweest om een antwoord te krijgen op de vraag “Waarom moet je daar ieder weekend heen?” Marc gniffelt als hij vertelt over de open monden van verbazing: de stad, het strand, de luchten, het licht, de natuur, de boulevard, de restaurantjes…

En ondertussen worden in al die authentieke restaurants in de binnenstad en aan de Boulevard met zo veel liefde maaltijden bereid. Ook in de Belgische Loodsensociëteit. Niet alleen voor de Belgische Loodsen. Voor Marc en Britta en al die anderen die zich graag te gast en thuis voelen in Vlissingen. 

De Vlissingse liefde gaat door de maag. Op 14 februari serveren onze restaurants iets liefdevols om te delen, van te genieten. Komt u?

dinsdag 14 januari 2020

KLEUR BEKENNEN

Laten we 2020 inkoppen met twee belangrijke merkwaarden van Vlissingen: gastvrij (iedereen is welkom) en kleurrijk (historie, contrasten en diversiteit) Het thema dit jaar van de maandelijkse VOC-pagina’s is dus onze kleurrijke gastvrijheid. En wie genieten hier van? Niet alleen de toeristen, die voor Vlissingen zo belangrijk zijn. Ook de anderen die ‘van buiten’ komen, zoals studenten, tijdelijke werknemers, Belgen en Duitsers die hier een tweede woning bezitten, nieuwe inwoners van het te realiseren Scheldekwartier. En uiteraard de Vlissingers zelf. Want de ondernemers van de binnenstad heten iedereen van harte welkom!




Iedere maand op deze pagina het woord aan of over die outsiders die van de stad houden. En andersom: de stad die  outsiders omarmt.

De stap van boulevard naar binnenstad blijft een kwetsbare route. Gelukkig doen de ondernemers en bewoners van het Bellamypark er alles aan om deze overgang zo veel mogelijk kleur te geven. Benamingen voor de kleuren op de gevels als wortel, tuinboon, zeewier, september, cantaloupe en alchemist komen het dichtst in de buurt, maar als ik verder kijk, is de voormalige haven van Vlissingen een werkelijke optelsom van een uit- en inheemse kleurenpracht. Hoe uitnodigend! 

De kameleon gaat zijn eigen gang, wars van welke kleurentrend dan ook. Het zit in zijn genen om mee te bewegen, altijd op z’n hoede. Hij en de zijnen hebben het toch maar mooi voor elkaar om in deze stad te zijn opgevangen. Gered van de illegale smokkelmoord, huisuitzetting  of andere ellende. En de ene dag groen, de andere dag een tikkeltje minder groen: niemand maakt bezwaar. Veel van de reptielen, amfibieën en geleedpotigen mogen terug naar hun natuurlijke habitat of een veilige plek. Of ze worden zo goed mogelijk begeleid in het Vlissingse, met dank aan de vele behulpzame medewerkers en vrijwilligers. 

Waren we allemaal maar een kameleon. 

Als ik het Bellamypark verder bewandel, tref ik nog meer kleuren. Bladerend in de Flexa-of-andere-kleurengids, lees ik selderij, walnoot en verleiding. Ja, de verleiding is groot met zo’n arsenaal aan scharkeringen.

De kameleon krabt zich met zijn andere poot en heeft medelijden met de verleidingen van welstandscommissies die zich serieus om 231 pagina’s en 231 kleurbenamingen moeten bekommeren. 

Ook rondom het Bellamypark -in de straatjes zoals Nieuwstraat, Oude Markt en Groenewoud- hebben de liefhebbende pandeigenaren hun mooiste kleuren vereeuwigd en vergeveld. Een oprecht duel tussen schreeuwend en fluisterend, maar alles in harmonie met de selling-points. En meer dan kleurrijk.

De kameleon denkt: ik heb een dikke huid. Al millennia lang, dus het zal mijn tijd wel duren, dat gekibbel over kleur. 


En om met de kleurengids af te sluiten: zowel maritiem als stoer komen in het gamma voor. Laten dat nu nét de andere twee merkwaarden van Vlissingen zijn. Maritiem staat voor water, helden en blauw en tussen haakjes achter stoer staat: mentaliteit, dapper en doortastend. En ja, maritiem en stoer zijn blauw. En over deze kleuren heeft niets of niemand iets te zeggen, want die zijn er gewoon, soms iets lichter, soms iets helderder: de lucht, de zee, de Schelde.

dinsdag 10 december 2019

WONDERSTAD



Rondes maken kansen waar,
flonkeren tussen den & groen.
Er is hier toch zo veel te doen
in de aanloop naar ’t nieuwe jaar.

Ik had uiteraard al veelvuldig
Sint’s stokpaard stiekem weggenomen,
verlangend naar kerst- en toverbomen
en als een kind geduldig

gewuifd naar timmerman en vreugdevuur,
werkend aan een winterstad onder
de zwarte Vlissingse wolken

-en zelfs op het laatste uur,
wonderstad en zo bijzonder-
deze stad te mogen bevolken.

Spijt hebben als je niet bent geweest
is een achteraf met weinig lef.
En als ik het champagneglas hef
bruisen de stad en ik het meest,

omdat de sterren zoveel toekomst geven.
We proosten op het nieuwe jaar;
met klagen zijn we even klaar
omdat we op mooie dromen zweven.

Alle lieve lezers wens ik in dit gedicht
het fraaist van de decembermaand
blijvend of naar verder gaand
maar kijkend naar het licht.

Geniet van het aanbod in de stad
Vergewis u van de nieuwste zaken.
En de plek met zoveel wonder

die geen andere wereld had
om uit te zijn, om Vlissingers te raken
met zoveel. Het kan niet zonder.

dinsdag 12 november 2019

ZIE DE MAAN SCHIJNT TUSSEN DE GOLVEN




In de binnenstad van Vlissingen is het voorlopig  volle maan. Iedere avond, tot het weer lente wordt. We tarten, kietelen en pesten de stonde en het getij. We vergeten de donkere wolken en andere duistere obstakels die onze decemberpret zouden kunnen bederven.  

Vlissingen: shine a light on me! 

En shine op al die passanten en toeristen die via Zoover onze stad weten te waarderen. Zij waren degenen die Vlissingen op de ranglijst de tweede plaats gaven: de op-één-na-leukste toeristenstad van Nederland!  

En wat nu jammer dat de lokale pers dit mooie nieuwsfeit onderuithaalde met de meest negatieve opmerking dat het beste van Vlissingen de bus naar Middelburg is. Wanneer komt Vlissingen los van haar frustratie? De stakingen van boeren en leerkrachten krijgen wellicht een vervolg: de ondernemers van onze binnenstad barricaderen de halte Betje Wolffplein/Albert Heijn en geen bus rijdt meer naar Middelburg.

Bent u onlangs in Den Helder of Delfzijl geweest? Daar staan nog meer winkelpanden leeg. Steden met een eigen unique-selling-point: haven, marine. Tsja.

In Vlissingen schijnt nu iedere avond de volle man. Deze volle maan is diezelfde iedere avond in harmonie met haar topografische DNA: de Schelde, de golven die zich ook niets aantrekken van het koopgedrag, internetbestellingen en boodschappenservices. Want zo eigenzinnig zijn we met z’n allen gelukkig wel.

Een bekende spreuk in tijden van troosteloosheid: kijk naar de zon, dan blijft de schaduw altijd achter je. 

Shine a light in de Vlissingse context. Kijk naar die mooie feestverlichting in de binnenstad: de volle maan met al haar onvervulde wensen, de golven die steeds meedeinen. Met de feestmaand in het vooruitzicht hopen de ondernemers in de binnenstad dat ze een shine a light op jullie mogen werpen. Kom. Blijf komen en waardeer!



TIP: de 12 maandelijkse illustraties van de VOC-pagina verschijnen begin december als een handige 2020 kalender! 
VOC-leden krijgen een exemplaar gratis; te koop voor iedereen  € 9,95.

dinsdag 8 oktober 2019

MANNEN TUSSEN STAAL

Nu gaat het ineens heel snel! De steeds terugkerende zomerse temperaturen zijn definitief verjaagd door de herfst. Striemen regen slaan wild om zich heen en verpletteren straten, pleinen en boulevard met een weerspiegeling van grijze luchten. Hier en daar torent er iets in de lucht en wijst een ketting naar de hemel. Een prik in de toekomst en een omarming naar het verleden. Een prik in het wolkendek om er af en toe een zonnestraal uit te laten ontsnappen.



Mannen tussen staal, weer of wind. Waar destijds een champagnefles tegen een trots, nieuw schip spatte, lopen straks nieuwe bewoners vanuit de binnenstad met hun boodschappen. 

Nu gaat het ineens heel snel! De champagne moet nog even wachten, maar het pannenbier is bijna in zicht. De voormalige Ketelmakerij van de Scheldewerf krijgt een nieuwe outfit en bouwt verder op de oude funderingen die twee jaar geleden tevoorschijn kwamen. In rap tempo verschijnen de eerste casco’s en per dag gebeurt er iets op het terrein. Heimachines kloppen de fundamenten ritmisch in de historische grond en blokken E en F klimmen in beton omhoog. 

De mannen tussen staal keren het hele gebeuren vooralsnog even de rug toe. En vertalen het ritmisch heien in hun eigen herinnering; klinken de ankerkettingen aan elkaar en slaan met hun hamers hun eigen toekomstmuziek. 

En weer is daar die regen. Vierkante meters plassen met een prachtige reflectie van het verleden. IJverig gaan de werkzaamheden in Ketelmakerij E en F door.  

Over een poosje zal blijken hoe snel het ineens is gegaan. De mannen tussen staal zullen vanaf de Helling trots over het water kijken, weer of wind. Nieuwe bewoners bevolken dan het nieuwe Vlissingse hart, geven kleur aan het verleden. In weer en wind. En ergens anders klinkt de echo van een hamer.

dinsdag 10 september 2019

FILM




Al jaren staat Vlissingen in september in de spotlights. Liefhebbers van film en literatuur, acteurs, regisseurs en schrijvers bevolken tien dagen lang onze stad. Ze overnachten, eten, genieten tussendoor van die mooie plekken achter het kloppende CCXL-hart: die unieke boulevard. En van het kloppende hart aan de andere kant: de binnenstad, waar in de afgelopen jaren toch steeds meer “bijzondere zaakjes zijn gekomen” volgens de jaarlijks terugkerende festivalganger.

Het 21e internationale Film by the Sea opent dit jaar met de film La Belle Epoque. Maar niets is wat het lijkt in een mooi tijdperk. De hoofdpersoon denkt terug in de tijd te zijn, zo’n veertig jaar, om de ontmoeting met zijn eerste geliefde opnieuw te beleven. 1974.

Film kan je terugbrengen in een andere werkelijkheid, kan spelen met herinneringen en sentimenten. En wat is het soms heerlijk om terug te blikken... Kijk eens met andere ogen. Dat is het mooie van film. Maar niet is wat het lijkt.

Een filmische blik op de archieven van 1974 geeft ons een beeld van een bioscoop op de hoek Spuistraat en Coosje Buskenstraat: Alhambra. 

Film by the Sea raakt met de keuze van haar openingsfilm een gevoelige plaat en het netvlies van de Vlissingers. Laten we zoals de hoofpersoon ook eens teruggaan naar 1974; wat er toen nog allemaal was, “en ondertussen is gesloopt”. Coosje Busken was nog twee richtingen en je kon gewoon tanken in de stad! Wie wil er terug naar deze tijd? Zet een aantal inwoners bij elkaar en iedereen kan schitteren in de meest melancholische hoofdrol van de film die Vlissingen heet. 

Achter dit melancholische decor worden straks weer bijzondere, indrukwekkende en memorabele momenten op witte doeken geprojecteerd, wordt nagebabbeld over de impact van thema’s, nageborreld. Er zijn momenten die herinneringen op een andere wijze prikkelen. Het filmfestival laat zien dat Vlissingen meer is dan een plaats met een mooie bioscoop. 

Verschillende kleuren, meningen, gedachten, inspiraties en nationaliteiten ontmoeten en bevliegen elkaar. En ondertussen bieden we iedereen die waardevolle extra’s: de boulevard en die bijzondere zaakjes in de binnenstad. En voor diegenen aan wie een carrière op het witte doek voorbijging: niets is wat het lijkt, en kijk eens met andere ogen. 

dinsdag 13 augustus 2019

VIS & ZEE



Dit is één van de meest strategische punten in Vlissingen; daar waar de zee, de bewoners en de toeristen samenkomen. Traag pendelend -soms toeterend- vanaf het Keizersbolwerk, haastend vanuit de stad via het Bellamypark of Nieuwendijkend. Hier ontmoeten niet alleen heden en verleden de toekomst, maar waait de wind uit allle streken. Hier worden fietsen even geparkeerd, naar lucht gehapt. Hier worden opgewonden blikken richting de Pilots gezonden, “kijk daar speert er net eentje weg!” Hier setzen Sie sich in Henk’s plastic kuipstoeltjes. En hier worden theatraal met de armen hoog haringen naar binnen gezogen.

Er stond een vrouw op de dijk. Een bruid. Ze schreeuwde. Haar man was visser. Kwam hij terug?

Toeristen laten vanuit die kuipstoeltjes, genietend van de dagvangst, hun oog langs de jachthaven glijden. Een meeuw doet mee. De Nieuwendijk was lange tijd het strategische punt voor vis. Niet diezelfde vis. Vroeger. Puls bestond niet en vissersvrouwen schreeuwden harder dan de meeuwen nu. Ruim een eeuw geleden waren het de dames die zich bezighielden met het voorbereiden en verwerken van de vangst. En op de Nieuwendijk werd de vis soms krijsend verkocht. 

Er staat een vrouw op de dijk. Een vissersvrouw. Ze tuurt met een ogenschijnlijk bezorgde blik over de Westerschelde. Zeker, hij komt terug. Maar hoelang nog? Ze pinkt een traan weg.

Hoeveel meeuwen deden zich een eeuw geleden tegoed aan al die lekkernijen uit de zee, die hapklaar in de ruwe rieten manden van de vissersvrouwen lagen te glimmen in de zon? Zij die het oefenden, hebben een genetisch sterke nazaat ontwikkeld: de toerist in het kuipstoeltje is in een oogwenk haar laatste restje kwijt aan de spiedende vijand. Scherp vliegt het richting Keizersbolwerk, met een stukje staart in de snavel.

Er zullen altijd vrouwen op de dijk staan turen richting de Westerschelde. Wat valt er te halen? 
Wie mag er nog naar Engeland varen? Wie heeft zijn vis op het droge? En hoe duur is deze betaald?

De toeriste neemt haar verlies en kijkt naar het lege bakje. De meeuw prooit stiekem door. De accu’s van de fietsen krijgen een puls en brengen de berijders naar een volgend punt in Vlissingen. Anderen slenteren langs het water waar één van de dames van Brasserie Evertsen de sluizen opent. Een bootman manoeuvreert zijn jacht tussen twee grotere. De meeuw is weg.

Wie heden, verleden en toekomst van de visserij in Vlissingen wil beleven: wees welkom tijdens de activiteiten op de Visserijdagen Vlissingen op 16 en 17 augustus.


dinsdag 9 juli 2019


ONDERSTROOM



Eén van de oude foto’s die vaak op social media voorbij splasht, is die van de Boulevard tijdens heftige stormen: metershoog klapt het water tegen de westelijke muur van het Keizershoofd. Een theatraal spektakel waarin reuzen van golven een onderstroom creëren. En waarin de overstroom kolkend een benedenwaarste weg vindt.

Vele jaren later herhaalt het fenomeen zich: niet alleen de zee is met haar verrassende grilligheden in staat om zich met zoveel krachtvertoon te manifesteren. Impulsen van buitenaf leveren de binnenstad energie, veerkracht en balans. Vrolijk uitgedoste maskers bewegen de wapperende gekleurde vlaggen op een zinderende wind van magie. Raadsels bedriegen de oplossingen. Vlissingen knalt weer van kleur. 

Soms veroorzaakt een te snel varend schip een te hoge golf. Dát zet onze stad op de kaart.
Soms is er te weinig geld; niet om het één of ander. Maar ons festival is veel waard.

De groene fontein op het Bellamypark voorziet de strandparasols van een frisse douche, kinderen zoeken verkoeling onder de spetterende druppels. De terrassen bevolken genietend publiek en eensgezind en vol enthousiasme kriskrassen de paarse crewers als spinnen in onzichtbare webben. Zelfs het weer kan even nukken, en wanneer tijdens de avondvoorstellingen het begint te regenen, komen de vliesdunne poncho’s van pas. Een echte festivalganger is op alles voorbereid.

Soms veroorzaken onwelwillende mariniers een te hoge weerstand. Dát zet onze stad op de kaart.
Soms is er te weinig geld; niet om het één of ander. Maar ons festival is veel waard.

We laten ons massaal verleiden door de flirt van het evenwicht, vallen in de diepte van verbazing. We geven ons over aan een hilarisch bevel, laten ons commanderen en desnoods uitkleden door de grootste grap. Alles mag ons op verkeerde benen zetten. Met z’n allen zijn we allemaal even gek. Omdat het mag. Omdat het moet. Omdat het kan.

Soms veroorzaakt een fantastisch festival zo veel positiefs. Dat is wat waard!
Soms is er te weinig geld; niet om het één of ander. Onderstroom zet Vlissingen op de kaart!

woensdag 12 juni 2019

OUD & NIEUW

“Zo zie je ze nergens meer, he?” Een oudere vrouw loopt met haar fiets aan de hand in de Walstraat en ziet me met opvallende belangstelling naar de melkman kijken. Ze denkt vast dat ik een toerist ben, en trots herhaalt ze haar opmerking: “Da’s toch uniek, dat zie je nergens meer, he?” Eigenlijk bedoelt ze:  DĺT hebben we toch nog maar mooi in Vlissingen!



De melkwagen met goedgevulde aanhanger beschouw ik tegen het decor van veel bedrijvigheid, bouwactiviteiten en een hoge kraan. Een bijzonder contrast. Oud en nieuw. Oude tijden, nieuwe tijden. Een koerier van een pakketdienst zigzagt overal tussendoor, want hij heeft haast.

In het café op de Kleine Markt tref ik de melkman achter een kop koffie en de krant. Pauze. Hij heeft geen haast, hij doet z’n werk op z’n gemak. En heeft daardoor heel veel contact met de winkeliers en de bewoners in de binnenstad. 

De hijskraan doet zijn best. De twee overgebleven gevels van het voormalige PZC-pand hebben decennialang stuttend in de waakstand gestaan naast het gapende gat, waar nu volop gebouwd wordt. Waar vroeger het nieuws werd gemaakt, maakt de toekomst nieuwe, hopelijk goede tijden. En in dit tijdperk is de rijdende melkman de stille heraut in de ochtendgloren,  die vóór de nieuwsfeiten-in-de krant aanrijdt, en slechts  wetenswaardigheden mondeling publiceert als ze er toe doen. Hij is zijn kar met levensmiddelen, af en toe stoppend om waren af te leveren of om een praat met iemand te maken. Hij neemt een slok van zijn koffie en slaat de pagina van de krant om.

“Wat weg is, komt niet meer terug”. We kijken een beetje naar buiten en het blijft stil. Nee, het heeft geen zin om het in deze context over online shoppen te hebben. Oud nieuws. Mijn melkman heeft het over emoties die al veel eerder stopten: oprechte betrokkenheid, onderlinge vanzelfsprekendheid. En verbinding

Terwijl ik verder loop, zie ik een stel belangstellenden bij de melkkar -de bedrijfswagen- staan. Het zijn toeristen. Ze kennen hun klassiekers. Verontwaardigd hoor ik versleten flarden over ‘laatste der Mohikanen, zwaard van Damocles…’ 

De vrouw met de fiets aan haar hand heeft drie bossen bloemen gekocht. Eén van de toeristen leunt tegen de melkwagen om een foto van de hoge bouwkraan te maken. Waar het ene gat ooit gaat vallen, wordt het andere binnenkort gevuld, in de hoop dat het de straat op een andere, nieuwe manier gaat verbinden. 

De koffie is op. De krant is uit. Ik zie de melkwagen vertrekken naar de volgende halte. DĺT hebben we toch nog maar mooi in Vlissingen!

woensdag 8 mei 2019

VRIJ & BLIJ



De illustratie voor deze editie is net droog. Tijdens het festival getekend en hup, richting deadline van deze krant. Een belangrijke kerncompetentie van Vlissingen komt vandaag goed uit de verf: wat zijn we kleurrijk! 



Een stukje schrijven vraagt om research. In de Structuurvisie van de gemeente Vlissingen uit 2010 lees ik:  Vlissingen, een stad waar iedereen zich thuis voelt. Kijk, dat zien we vandaag graag!

Kleurrijk is de stad al eeuwen. Tactisch aan het water kwamen vele nationaliteiten aan wal. Na Spanjaarden, Engelsen en Fransen, arriveerden de Duitsers in 1940. Een paar jaar later de Canadezen, Britten en Fransen om ons te bevrijden. 

Tekenen is een way of life: we leven in een wereld waarin werkelijk álles gefotografeerd was, is en wordt en waarin de resultaten soms uniform en emotieloos zijn. Iedereen heeft iets in jas, zak of tas waarmee je de werkelijkheid binnen een seconde kunt vastleggen. Hoe bevrijdend is het om jezelf even een kwartiertje tijd te gunnen, te gaan zitten op een mooie plek en geconcentreerd alles in je op te nemen. Met een tekenpennetje en verfdoosje voeg ik daar graag wat inhoud en kleur aan toe. Ik heb het geluk dat ik het anderen mag en kan leren.

Zo teken ik wekelijks met groepjes puberleeftijdleerlingen en zwerven we door de stad op zoek naar bijzondere plekken om deze al Urban Sketchend vast te leggen. De laatste maanden concentreren we ons op locaties die in de bezettingstijd een belangrijke rol speelden. 
  
Omdat we allemaal vinden dat de jeugd te weinig van de bezettingstijd weet, en nu het nog kan… In de voorbereidingen naar 75 jaar Slag om de Schelde spreek ik met oudere Vlissingers die de oorlog meemaakten. Hoe ze naar andere plaatsen op Walcheren werden geëvacueerd en hartelijk en vanzelfsprekend werden ontvangen. Hoe ze naar de schuilkelders vluchtten en alsnog slachtoffer werden. We tekenen in de krochten van de stad, begeven ons in de parkeergarage om te voelen wat het is om letterlijk onder de grond te moeten zitten. We tillen granaatscherven op. Om te beleven wat het is om niet vrij te zijn.  

En om ervaringen te vergelijken. We krijgen de verslaggeving van huidige oorlogssituaties dagelijks binnen, bijna uniform en emotieloos. Snelle screenshots of té bekende beelden die soms bijna geen indruk meer kunnen maken. Als een schaduw achter het licht van de verhalen van die Vlissingers die er nu nog over kunnen vertellen. 

We nemen even de tijd. En ik neem de tijd om een tekening te maken van een kleurrijke stad. Waar nu -vandaag 5 mei- en in de toekomst iedereen zich thuis zou mogen voelen. 

dinsdag 9 april 2019

GROEN & GEEL Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Artikel Vlissingse Bode, VOC pagina's, editie april


Groen en geel. De combinatie van deze twee frisse kleuren heeft merkwaardig genoeg een negatieve smaak. Denk aan de associatie met ergeren. Of: het wordt me groen en geel voor de ogen. Dat ergeren laten we even aan anderen over en onze Vlaamse zuiderburen zouden over het tweede zeggen: zeker en vast, want het is lente! Zo goed als vast en zeker.

Laatst reed ik mee met de Zonnetrein Zeeland, de place-to-be om enthousiaste bezoekers te ontmoeten. Treiners die geel en blauw achter zich laten en ‘de Belgen’ die een dagje naar Vlissingen komen. Op zoek naar. Het is niet de mooiste dag –ietsjes fris- maar mooi genoeg om te ervaren dat we in een groene trein zitten, onder de gele zon. Energie van binnen en buiten en van buiten naar binnen! En zeker en vast: ik hoor de zuiderburen babbelen. Met de auto kwamen ze naar Breskens en daarvanuit met de Prinses Maxima naar  den overkant. Ik tel een paar oudere echtparen en een gezin met luide kindjes. “Ik zie ik zie wat jij niet ziet. De kleur, de kleur is …” kirt de kleinste. Ze heeft haar zinnen gezet op geel. Met een verse paardenbloem stapt ze in.

De Belgen rukken op, zeggen de horeca-ondernemers op het Bellamypark. De Belgen willen aan de Boulevard wonen, roepen de makelaars. Er komen steeds meer Belgen in de zaak, constateren de winkeliers. Knokke is vol, Cadzand-Bad onbetaalbaar. Dus de Belgen gaan een eiland verder. Met een prachtige boulevard en strand op het zuiden komen ze graag naar Vlissingen om te verkennen en zich te laten verwennen. 

De kleine Vlaamse roept: “Geel, geel, ik zie geel!” Het vingertje wijst richting een Grimaldi vrachtschip en een uitrukkende pilot. Op de Nieuwendijk wordt ze getrakteerd op mooie gele gevels en dito viooltjes in de bloembakken. Bloeiende forsythia’s, zoveel gele kentekenplaten.  

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Het stemmetje echoot nog even na als ik op de Oude Markt de zonnetrein verlaat. Laten we de bloemetjes buiten zetten! Het is tenslotte lente. Zeker en vast…


woensdag 13 maart 2019

maandelijkse column Vlissingse Bode


LENTE & AL DENTE, Vlissingen en Italië 

Al dente. Dat is Italiaans. En het betekent: nog net niet gaar, nog net niet klaar. De lente doet haar best, bellissimo! Maar ze is nog net niet helemaal capabel om haar tanden in de afkwakkelende winter te zetten.

Wat heeft Vlissingen met Italië? Ik zou het me niet hebben afgevraagd als het me niet was opgevallen dat de tekst op het beeld van Michiel de Ruyter een Italiaanse spits afbijt. Aan de voorzijde nog wel!

michaëli.
adriani filio.
RVITERO.
P.
anno mdcccxli.

Onze Vlissingse held stierf voor de kust van Syracuse, een strategische plek op het eiland Sicilië, Italië. En dan hebben we het over het jaar 1676.



Terug naar het beeld van Michiel. In juni 1894 werd het beeld verplaatst van het De Ruyterplein naar het Keizersbolwerk en in 2010 moest Michiel worden gerestaureerd. Blijkbaar wil ieder mens sporen nalaten; tijdens deze laatste actie werden onder de sokkel van het beeld documenten gevonden. Oorkondes uit 1841 en 1894. Plus een stiekem extraatje van de loodgieter die destijds de loden kokers met oorkondes dicht moest solderen. Hij voegde een handgeschreven briefje en 8 foto’s toe.

Maar wat heeft Italië met Vlissingen? Dus ook iets. Want die twee kanonnen links en rechts zijn in 1905 zijn gered uit de Straat van Messina (boven Syracuse) waar Michiel tijdens zijn laatste slag in 1676 door kanonskogels zijn benen en uiteindelijk zijn leven verloor. Italië was bereid ze aan de Nederlandse Staat te verkopen en Vlissingen heeft ze in bruikleen. Of: alles van waarde is weerloos.

Omdat we dus allemaal herinneringen willen blijven koesteren, heeft een oude Vlissinger in de vorige eeuw een briefje van honderd gulden verstopt en begraven. Dé honderd gulden, het bekende bruine biljet met Michiel. Hij zegt dat hij het in een plastic Tupperware-bakje heeft gedaan, samen met een zak vocht-absorptiekorrels. Nee, hij had toen nog geen idee van de Euro, maar die snip en de steenuil als opvolger van Michiel vond ‘ie maar niks. Helaas, het inwisselen van het biljet bij De Nederlandse Bank kon tot uiterlijk 25 juli 2017. Maar Google er even op los en je vindt al snel een bod van € 200,- van een verzamelaar. (en dat is bijna 400.000 Italiaanse Lire)

Wie zal dit ludieke Tupperware-kluisje ooit opsporen? En waar in Vlissingen? Laten we afspreken dat de eerlijke vinder de inhoud besteedt ergens in onze stad. Vlissingen kent een aantal bijzondere plekjes waar je Italië kan proeven, voelen, ruiken. Maar Italië staat ook bekend om haar schoenen & laars, mode, design, tassen, sieraden.  Dus waarom zou je eigenlijk naar Italië gaan…

Dus zetten we onze tanden in Vlissingen! Beetgaar, want we moeten wel wat te kauwen hebben. Toch? En dan op naar de lente!





woensdag 13 februari 2019

MAANDELIJKSE COLUMN VLISSINGSE BODE

De hoogste tijd om dit blog weer eens te activeren. Reden: een miljoenencontract met de plaatselijke krant dwingt me iedere maand iets over Vlissingen te schrijven. En voor iedereen die die krant niet krijgt of in Roodeschool woont, bij deze!

Omarm de liefde, omarm de stad!

De liefde is aanwezig;
ze hangt altijd in de lucht
als een meeuw, deinend op de wind.
De Boulevard is immer bezig
met hetgeen dat haar bemint
wie zoeken wil die vindt                        
een bevredigende zucht.

Poëtischer kan ik het niet samenvatten.  

Het mooie van het wonen aan de Boulevard is die niet-te-vermijden-liefde. Weer of geen weer, Valentijnsdag of iedere willekeurige dag: mijn dag wordt iedere keer weer gemaakt door de verrassende en ontroerende taferelen van zoenende en innig verstrengelde stellen. Mensen die genieten. De Duitse ouderen zijn het fanatiekst en ‘gymnastieken’ met lange armen en hun smartphone om de blauwe Begonia, Freesia of Magnolia toch nog zo groot mogelijk op hun selfie te krijgen. Samen met die kus. De jeugdigen gaan soms genadeloos te keer, zich niet realiserend dat een heel flatgebouw meegeniet. De paringsdans wordt af en toe aangekondigd met een prettige beatbox. Ja, ik word er altijd vrolijk van. En Frans, Michiel, Marthe, Blikje, de bruid en de man met de sigaret ook. Het is maar met welke ogen je Vlissingen beschouwt.

Vlissingen en de liefde. Jacobus Bellamy dichtte er eind 18e eeuw begeerlijk op los met koralen lipjes, bevallige rozenmonden en hemelnectar. Stop deze mooie woorden in een doosje, pak het vrolijk in en ziehier ons Valentijnscadeau. De waarheid die we eindelijk onder ogen mogen en moeten zien, werd in dezelfde tijd al door de in Vlissingen geboren Betje Wolff gedicteerd:

Wat, zoete meisje, deed u dus verandren?
Wat geeft u toch de stad? 'k versta er niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren


'k versta er niets van?
Ik begrijp er alles van! Ik begrijp wat de stad geeft, deze gekke stad Vlissingen.

Laten u, u en u en jullie allemaal de stad weer beminnen. Met het Scheldewater stroomt de liefde al binnen en voor je het weet, dein je mee op de wind. Als een toerist met lange armen richting de stad, lange armen waarmee je Vlissingen kunt omarmen: het Bellamypark waar de schrijvende helden glimlachend op ons neerkijken, en stiekem knipogen als we onze hernieuwde verwondering vertalen in een vreugdedans of prille zoen. De gepassioneerde ondernemers willen u met de liefde voor hun vak verleiden, geniet van het culinaire genot en eindig met die prachtige oranje gloed op de Boulevard.

Poëtischer kan ik het niet maken.

Ik heb makkelijk praten. Ik ben niet behept met spijt van verloren glorie, en ik kick niet op klagen. Alle liefs aan Vlissingen, de stad die mij heeft omarmd. Ik ben die stille aanbidder.



dinsdag 27 maart 2018

OOSTBURG


Deze week weer een beschouwing + illustratie in de ScheldeXpress  (met voetnoot van de redactie...)

AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit Zeeuws-Vlaanderen





Waar ben ik:       Oostburg
Wat zie ik:           Zandbak

 “Nee, vroeger was het hier goed te doen, hoor! Bintangs, Cuby, Shocking Blue; die heb ik nog gezien in Hotel Victory!”

Ik ervaar Oostburg nu als shocking grijs. Ik kom er zeker een keer per jaar, en in mijn beleving staat het stratenplan altijd in de steigers en is het opgehangen aan onhandige wegomleidingen. En op zo’n grijze dag zoek ik een strategische plek om even wat impressies vast te leggen. En aangezien ik met de auto toch weer niet verder kan rijden, vanwege een opgebroken Ledelplein…

…wordt het de snackbar op de Markt. Geen beter excuus voor een frietje en vooral  de plek om niet buiten te hoeven tekenen, met toch bijna 360ᵒ een panoramisch uitzicht.

Ik babbel met het personeel en een oudere man die gretig achter een bak met tartaarsaus zit. ”Ze hebben het in de jaren ‘90 al om zeep geholpen. Alles moest via de rondweg en het verkeer kwam het centrum niet meer in. En als je dat wilde, had je al die achterlijke bochten. De markt werd design, met als gevolg dat je er niks kon,” bromt Adri. Het Marktplein is inmiddels weer hersteld. Volgens Myrthe, die de frieten bakt, zal er binnenkort wel weer wat georganiseerd kunnen worden. Er kunnen nu  weer tenten staan, de weekmarkt weer op z’n oorspronkelijke plaats.

De frituur heeft alle duurzaam-veilige-herindelingsellende decennia overleefd. Of je nu vroeger naar Shocking Blue ging, of je boodschappen had gedaan op de markt, of je als scholier even naar de kroeg was geweest: generaties haalden hier een frietje. Myrthe laat trots een aantal zwartwit-foto’s zien. “Kijk, zo zag het er vroeger uit” De twee loketjes achter het windschermpje –eentje voor ijs en eentje voor friet-  zijn veranderd in een cafetaria met zitplaatsen.

Myrthe en Lemmy zul je ‘s weekends niet in Oostburg tegenkomen. Ja, er is daar nog wel het café, maar daar komen alleen oudere mensen en daar draaien ze van die ouwe muziek. “Rockmuziek” verbetert Adri.