dinsdag 8 oktober 2019

MANNEN TUSSEN STAAL

Nu gaat het ineens heel snel! De steeds terugkerende zomerse temperaturen zijn definitief verjaagd door de herfst. Striemen regen slaan wild om zich heen en verpletteren straten, pleinen en boulevard met een weerspiegeling van grijze luchten. Hier en daar torent er iets in de lucht en wijst een ketting naar de hemel. Een prik in de toekomst en een omarming naar het verleden. Een prik in het wolkendek om er af en toe een zonnestraal uit te laten ontsnappen.



Mannen tussen staal, weer of wind. Waar destijds een champagnefles tegen een trots, nieuw schip spatte, lopen straks nieuwe bewoners vanuit de binnenstad met hun boodschappen. 

Nu gaat het ineens heel snel! De champagne moet nog even wachten, maar het pannenbier is bijna in zicht. De voormalige Ketelmakerij van de Scheldewerf krijgt een nieuwe outfit en bouwt verder op de oude funderingen die twee jaar geleden tevoorschijn kwamen. In rap tempo verschijnen de eerste casco’s en per dag gebeurt er iets op het terrein. Heimachines kloppen de fundamenten ritmisch in de historische grond en blokken E en F klimmen in beton omhoog. 

De mannen tussen staal keren het hele gebeuren vooralsnog even de rug toe. En vertalen het ritmisch heien in hun eigen herinnering; klinken de ankerkettingen aan elkaar en slaan met hun hamers hun eigen toekomstmuziek. 

En weer is daar die regen. Vierkante meters plassen met een prachtige reflectie van het verleden. IJverig gaan de werkzaamheden in Ketelmakerij E en F door.  

Over een poosje zal blijken hoe snel het ineens is gegaan. De mannen tussen staal zullen vanaf de Helling trots over het water kijken, weer of wind. Nieuwe bewoners bevolken dan het nieuwe Vlissingse hart, geven kleur aan het verleden. In weer en wind. En ergens anders klinkt de echo van een hamer.

dinsdag 10 september 2019

FILM




Al jaren staat Vlissingen in september in de spotlights. Liefhebbers van film en literatuur, acteurs, regisseurs en schrijvers bevolken tien dagen lang onze stad. Ze overnachten, eten, genieten tussendoor van die mooie plekken achter het kloppende CCXL-hart: die unieke boulevard. En van het kloppende hart aan de andere kant: de binnenstad, waar in de afgelopen jaren toch steeds meer “bijzondere zaakjes zijn gekomen” volgens de jaarlijks terugkerende festivalganger.

Het 21e internationale Film by the Sea opent dit jaar met de film La Belle Epoque. Maar niets is wat het lijkt in een mooi tijdperk. De hoofdpersoon denkt terug in de tijd te zijn, zo’n veertig jaar, om de ontmoeting met zijn eerste geliefde opnieuw te beleven. 1974.

Film kan je terugbrengen in een andere werkelijkheid, kan spelen met herinneringen en sentimenten. En wat is het soms heerlijk om terug te blikken... Kijk eens met andere ogen. Dat is het mooie van film. Maar niet is wat het lijkt.

Een filmische blik op de archieven van 1974 geeft ons een beeld van een bioscoop op de hoek Spuistraat en Coosje Buskenstraat: Alhambra. 

Film by the Sea raakt met de keuze van haar openingsfilm een gevoelige plaat en het netvlies van de Vlissingers. Laten we zoals de hoofpersoon ook eens teruggaan naar 1974; wat er toen nog allemaal was, “en ondertussen is gesloopt”. Coosje Busken was nog twee richtingen en je kon gewoon tanken in de stad! Wie wil er terug naar deze tijd? Zet een aantal inwoners bij elkaar en iedereen kan schitteren in de meest melancholische hoofdrol van de film die Vlissingen heet. 

Achter dit melancholische decor worden straks weer bijzondere, indrukwekkende en memorabele momenten op witte doeken geprojecteerd, wordt nagebabbeld over de impact van thema’s, nageborreld. Er zijn momenten die herinneringen op een andere wijze prikkelen. Het filmfestival laat zien dat Vlissingen meer is dan een plaats met een mooie bioscoop. 

Verschillende kleuren, meningen, gedachten, inspiraties en nationaliteiten ontmoeten en bevliegen elkaar. En ondertussen bieden we iedereen die waardevolle extra’s: de boulevard en die bijzondere zaakjes in de binnenstad. En voor diegenen aan wie een carrière op het witte doek voorbijging: niets is wat het lijkt, en kijk eens met andere ogen. 

dinsdag 13 augustus 2019

VIS & ZEE



Dit is één van de meest strategische punten in Vlissingen; daar waar de zee, de bewoners en de toeristen samenkomen. Traag pendelend -soms toeterend- vanaf het Keizersbolwerk, haastend vanuit de stad via het Bellamypark of Nieuwendijkend. Hier ontmoeten niet alleen heden en verleden de toekomst, maar waait de wind uit allle streken. Hier worden fietsen even geparkeerd, naar lucht gehapt. Hier worden opgewonden blikken richting de Pilots gezonden, “kijk daar speert er net eentje weg!” Hier setzen Sie sich in Henk’s plastic kuipstoeltjes. En hier worden theatraal met de armen hoog haringen naar binnen gezogen.

Er stond een vrouw op de dijk. Een bruid. Ze schreeuwde. Haar man was visser. Kwam hij terug?

Toeristen laten vanuit die kuipstoeltjes, genietend van de dagvangst, hun oog langs de jachthaven glijden. Een meeuw doet mee. De Nieuwendijk was lange tijd het strategische punt voor vis. Niet diezelfde vis. Vroeger. Puls bestond niet en vissersvrouwen schreeuwden harder dan de meeuwen nu. Ruim een eeuw geleden waren het de dames die zich bezighielden met het voorbereiden en verwerken van de vangst. En op de Nieuwendijk werd de vis soms krijsend verkocht. 

Er staat een vrouw op de dijk. Een vissersvrouw. Ze tuurt met een ogenschijnlijk bezorgde blik over de Westerschelde. Zeker, hij komt terug. Maar hoelang nog? Ze pinkt een traan weg.

Hoeveel meeuwen deden zich een eeuw geleden tegoed aan al die lekkernijen uit de zee, die hapklaar in de ruwe rieten manden van de vissersvrouwen lagen te glimmen in de zon? Zij die het oefenden, hebben een genetisch sterke nazaat ontwikkeld: de toerist in het kuipstoeltje is in een oogwenk haar laatste restje kwijt aan de spiedende vijand. Scherp vliegt het richting Keizersbolwerk, met een stukje staart in de snavel.

Er zullen altijd vrouwen op de dijk staan turen richting de Westerschelde. Wat valt er te halen? 
Wie mag er nog naar Engeland varen? Wie heeft zijn vis op het droge? En hoe duur is deze betaald?

De toeriste neemt haar verlies en kijkt naar het lege bakje. De meeuw prooit stiekem door. De accu’s van de fietsen krijgen een puls en brengen de berijders naar een volgend punt in Vlissingen. Anderen slenteren langs het water waar één van de dames van Brasserie Evertsen de sluizen opent. Een bootman manoeuvreert zijn jacht tussen twee grotere. De meeuw is weg.

Wie heden, verleden en toekomst van de visserij in Vlissingen wil beleven: wees welkom tijdens de activiteiten op de Visserijdagen Vlissingen op 16 en 17 augustus.


dinsdag 9 juli 2019


ONDERSTROOM



Eén van de oude foto’s die vaak op social media voorbij splasht, is die van de Boulevard tijdens heftige stormen: metershoog klapt het water tegen de westelijke muur van het Keizershoofd. Een theatraal spektakel waarin reuzen van golven een onderstroom creëren. En waarin de overstroom kolkend een benedenwaarste weg vindt.

Vele jaren later herhaalt het fenomeen zich: niet alleen de zee is met haar verrassende grilligheden in staat om zich met zoveel krachtvertoon te manifesteren. Impulsen van buitenaf leveren de binnenstad energie, veerkracht en balans. Vrolijk uitgedoste maskers bewegen de wapperende gekleurde vlaggen op een zinderende wind van magie. Raadsels bedriegen de oplossingen. Vlissingen knalt weer van kleur. 

Soms veroorzaakt een te snel varend schip een te hoge golf. Dát zet onze stad op de kaart.
Soms is er te weinig geld; niet om het één of ander. Maar ons festival is veel waard.

De groene fontein op het Bellamypark voorziet de strandparasols van een frisse douche, kinderen zoeken verkoeling onder de spetterende druppels. De terrassen bevolken genietend publiek en eensgezind en vol enthousiasme kriskrassen de paarse crewers als spinnen in onzichtbare webben. Zelfs het weer kan even nukken, en wanneer tijdens de avondvoorstellingen het begint te regenen, komen de vliesdunne poncho’s van pas. Een echte festivalganger is op alles voorbereid.

Soms veroorzaken onwelwillende mariniers een te hoge weerstand. Dát zet onze stad op de kaart.
Soms is er te weinig geld; niet om het één of ander. Maar ons festival is veel waard.

We laten ons massaal verleiden door de flirt van het evenwicht, vallen in de diepte van verbazing. We geven ons over aan een hilarisch bevel, laten ons commanderen en desnoods uitkleden door de grootste grap. Alles mag ons op verkeerde benen zetten. Met z’n allen zijn we allemaal even gek. Omdat het mag. Omdat het moet. Omdat het kan.

Soms veroorzaakt een fantastisch festival zo veel positiefs. Dat is wat waard!
Soms is er te weinig geld; niet om het één of ander. Onderstroom zet Vlissingen op de kaart!

woensdag 12 juni 2019

OUD & NIEUW

“Zo zie je ze nergens meer, he?” Een oudere vrouw loopt met haar fiets aan de hand in de Walstraat en ziet me met opvallende belangstelling naar de melkman kijken. Ze denkt vast dat ik een toerist ben, en trots herhaalt ze haar opmerking: “Da’s toch uniek, dat zie je nergens meer, he?” Eigenlijk bedoelt ze:  DĺT hebben we toch nog maar mooi in Vlissingen!



De melkwagen met goedgevulde aanhanger beschouw ik tegen het decor van veel bedrijvigheid, bouwactiviteiten en een hoge kraan. Een bijzonder contrast. Oud en nieuw. Oude tijden, nieuwe tijden. Een koerier van een pakketdienst zigzagt overal tussendoor, want hij heeft haast.

In het café op de Kleine Markt tref ik de melkman achter een kop koffie en de krant. Pauze. Hij heeft geen haast, hij doet z’n werk op z’n gemak. En heeft daardoor heel veel contact met de winkeliers en de bewoners in de binnenstad. 

De hijskraan doet zijn best. De twee overgebleven gevels van het voormalige PZC-pand hebben decennialang stuttend in de waakstand gestaan naast het gapende gat, waar nu volop gebouwd wordt. Waar vroeger het nieuws werd gemaakt, maakt de toekomst nieuwe, hopelijk goede tijden. En in dit tijdperk is de rijdende melkman de stille heraut in de ochtendgloren,  die vóór de nieuwsfeiten-in-de krant aanrijdt, en slechts  wetenswaardigheden mondeling publiceert als ze er toe doen. Hij is zijn kar met levensmiddelen, af en toe stoppend om waren af te leveren of om een praat met iemand te maken. Hij neemt een slok van zijn koffie en slaat de pagina van de krant om.

“Wat weg is, komt niet meer terug”. We kijken een beetje naar buiten en het blijft stil. Nee, het heeft geen zin om het in deze context over online shoppen te hebben. Oud nieuws. Mijn melkman heeft het over emoties die al veel eerder stopten: oprechte betrokkenheid, onderlinge vanzelfsprekendheid. En verbinding

Terwijl ik verder loop, zie ik een stel belangstellenden bij de melkkar -de bedrijfswagen- staan. Het zijn toeristen. Ze kennen hun klassiekers. Verontwaardigd hoor ik versleten flarden over ‘laatste der Mohikanen, zwaard van Damocles…’ 

De vrouw met de fiets aan haar hand heeft drie bossen bloemen gekocht. Eén van de toeristen leunt tegen de melkwagen om een foto van de hoge bouwkraan te maken. Waar het ene gat ooit gaat vallen, wordt het andere binnenkort gevuld, in de hoop dat het de straat op een andere, nieuwe manier gaat verbinden. 

De koffie is op. De krant is uit. Ik zie de melkwagen vertrekken naar de volgende halte. DĺT hebben we toch nog maar mooi in Vlissingen!

woensdag 8 mei 2019

VRIJ & BLIJ



De illustratie voor deze editie is net droog. Tijdens het festival getekend en hup, richting deadline van deze krant. Een belangrijke kerncompetentie van Vlissingen komt vandaag goed uit de verf: wat zijn we kleurrijk! 



Een stukje schrijven vraagt om research. In de Structuurvisie van de gemeente Vlissingen uit 2010 lees ik:  Vlissingen, een stad waar iedereen zich thuis voelt. Kijk, dat zien we vandaag graag!

Kleurrijk is de stad al eeuwen. Tactisch aan het water kwamen vele nationaliteiten aan wal. Na Spanjaarden, Engelsen en Fransen, arriveerden de Duitsers in 1940. Een paar jaar later de Canadezen, Britten en Fransen om ons te bevrijden. 

Tekenen is een way of life: we leven in een wereld waarin werkelijk álles gefotografeerd was, is en wordt en waarin de resultaten soms uniform en emotieloos zijn. Iedereen heeft iets in jas, zak of tas waarmee je de werkelijkheid binnen een seconde kunt vastleggen. Hoe bevrijdend is het om jezelf even een kwartiertje tijd te gunnen, te gaan zitten op een mooie plek en geconcentreerd alles in je op te nemen. Met een tekenpennetje en verfdoosje voeg ik daar graag wat inhoud en kleur aan toe. Ik heb het geluk dat ik het anderen mag en kan leren.

Zo teken ik wekelijks met groepjes puberleeftijdleerlingen en zwerven we door de stad op zoek naar bijzondere plekken om deze al Urban Sketchend vast te leggen. De laatste maanden concentreren we ons op locaties die in de bezettingstijd een belangrijke rol speelden. 
  
Omdat we allemaal vinden dat de jeugd te weinig van de bezettingstijd weet, en nu het nog kan… In de voorbereidingen naar 75 jaar Slag om de Schelde spreek ik met oudere Vlissingers die de oorlog meemaakten. Hoe ze naar andere plaatsen op Walcheren werden geëvacueerd en hartelijk en vanzelfsprekend werden ontvangen. Hoe ze naar de schuilkelders vluchtten en alsnog slachtoffer werden. We tekenen in de krochten van de stad, begeven ons in de parkeergarage om te voelen wat het is om letterlijk onder de grond te moeten zitten. We tillen granaatscherven op. Om te beleven wat het is om niet vrij te zijn.  

En om ervaringen te vergelijken. We krijgen de verslaggeving van huidige oorlogssituaties dagelijks binnen, bijna uniform en emotieloos. Snelle screenshots of té bekende beelden die soms bijna geen indruk meer kunnen maken. Als een schaduw achter het licht van de verhalen van die Vlissingers die er nu nog over kunnen vertellen. 

We nemen even de tijd. En ik neem de tijd om een tekening te maken van een kleurrijke stad. Waar nu -vandaag 5 mei- en in de toekomst iedereen zich thuis zou mogen voelen. 

dinsdag 9 april 2019

GROEN & GEEL Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Artikel Vlissingse Bode, VOC pagina's, editie april


Groen en geel. De combinatie van deze twee frisse kleuren heeft merkwaardig genoeg een negatieve smaak. Denk aan de associatie met ergeren. Of: het wordt me groen en geel voor de ogen. Dat ergeren laten we even aan anderen over en onze Vlaamse zuiderburen zouden over het tweede zeggen: zeker en vast, want het is lente! Zo goed als vast en zeker.

Laatst reed ik mee met de Zonnetrein Zeeland, de place-to-be om enthousiaste bezoekers te ontmoeten. Treiners die geel en blauw achter zich laten en ‘de Belgen’ die een dagje naar Vlissingen komen. Op zoek naar. Het is niet de mooiste dag –ietsjes fris- maar mooi genoeg om te ervaren dat we in een groene trein zitten, onder de gele zon. Energie van binnen en buiten en van buiten naar binnen! En zeker en vast: ik hoor de zuiderburen babbelen. Met de auto kwamen ze naar Breskens en daarvanuit met de Prinses Maxima naar  den overkant. Ik tel een paar oudere echtparen en een gezin met luide kindjes. “Ik zie ik zie wat jij niet ziet. De kleur, de kleur is …” kirt de kleinste. Ze heeft haar zinnen gezet op geel. Met een verse paardenbloem stapt ze in.

De Belgen rukken op, zeggen de horeca-ondernemers op het Bellamypark. De Belgen willen aan de Boulevard wonen, roepen de makelaars. Er komen steeds meer Belgen in de zaak, constateren de winkeliers. Knokke is vol, Cadzand-Bad onbetaalbaar. Dus de Belgen gaan een eiland verder. Met een prachtige boulevard en strand op het zuiden komen ze graag naar Vlissingen om te verkennen en zich te laten verwennen. 

De kleine Vlaamse roept: “Geel, geel, ik zie geel!” Het vingertje wijst richting een Grimaldi vrachtschip en een uitrukkende pilot. Op de Nieuwendijk wordt ze getrakteerd op mooie gele gevels en dito viooltjes in de bloembakken. Bloeiende forsythia’s, zoveel gele kentekenplaten.  

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Het stemmetje echoot nog even na als ik op de Oude Markt de zonnetrein verlaat. Laten we de bloemetjes buiten zetten! Het is tenslotte lente. Zeker en vast…


woensdag 13 maart 2019

maandelijkse column Vlissingse Bode


LENTE & AL DENTE, Vlissingen en Italië 

Al dente. Dat is Italiaans. En het betekent: nog net niet gaar, nog net niet klaar. De lente doet haar best, bellissimo! Maar ze is nog net niet helemaal capabel om haar tanden in de afkwakkelende winter te zetten.

Wat heeft Vlissingen met Italië? Ik zou het me niet hebben afgevraagd als het me niet was opgevallen dat de tekst op het beeld van Michiel de Ruyter een Italiaanse spits afbijt. Aan de voorzijde nog wel!

michaëli.
adriani filio.
RVITERO.
P.
anno mdcccxli.

Onze Vlissingse held stierf voor de kust van Syracuse, een strategische plek op het eiland Sicilië, Italië. En dan hebben we het over het jaar 1676.



Terug naar het beeld van Michiel. In juni 1894 werd het beeld verplaatst van het De Ruyterplein naar het Keizersbolwerk en in 2010 moest Michiel worden gerestaureerd. Blijkbaar wil ieder mens sporen nalaten; tijdens deze laatste actie werden onder de sokkel van het beeld documenten gevonden. Oorkondes uit 1841 en 1894. Plus een stiekem extraatje van de loodgieter die destijds de loden kokers met oorkondes dicht moest solderen. Hij voegde een handgeschreven briefje en 8 foto’s toe.

Maar wat heeft Italië met Vlissingen? Dus ook iets. Want die twee kanonnen links en rechts zijn in 1905 zijn gered uit de Straat van Messina (boven Syracuse) waar Michiel tijdens zijn laatste slag in 1676 door kanonskogels zijn benen en uiteindelijk zijn leven verloor. Italië was bereid ze aan de Nederlandse Staat te verkopen en Vlissingen heeft ze in bruikleen. Of: alles van waarde is weerloos.

Omdat we dus allemaal herinneringen willen blijven koesteren, heeft een oude Vlissinger in de vorige eeuw een briefje van honderd gulden verstopt en begraven. Dé honderd gulden, het bekende bruine biljet met Michiel. Hij zegt dat hij het in een plastic Tupperware-bakje heeft gedaan, samen met een zak vocht-absorptiekorrels. Nee, hij had toen nog geen idee van de Euro, maar die snip en de steenuil als opvolger van Michiel vond ‘ie maar niks. Helaas, het inwisselen van het biljet bij De Nederlandse Bank kon tot uiterlijk 25 juli 2017. Maar Google er even op los en je vindt al snel een bod van € 200,- van een verzamelaar. (en dat is bijna 400.000 Italiaanse Lire)

Wie zal dit ludieke Tupperware-kluisje ooit opsporen? En waar in Vlissingen? Laten we afspreken dat de eerlijke vinder de inhoud besteedt ergens in onze stad. Vlissingen kent een aantal bijzondere plekjes waar je Italië kan proeven, voelen, ruiken. Maar Italië staat ook bekend om haar schoenen & laars, mode, design, tassen, sieraden.  Dus waarom zou je eigenlijk naar Italië gaan…

Dus zetten we onze tanden in Vlissingen! Beetgaar, want we moeten wel wat te kauwen hebben. Toch? En dan op naar de lente!





woensdag 13 februari 2019

MAANDELIJKSE COLUMN VLISSINGSE BODE

De hoogste tijd om dit blog weer eens te activeren. Reden: een miljoenencontract met de plaatselijke krant dwingt me iedere maand iets over Vlissingen te schrijven. En voor iedereen die die krant niet krijgt of in Roodeschool woont, bij deze!

Omarm de liefde, omarm de stad!

De liefde is aanwezig;
ze hangt altijd in de lucht
als een meeuw, deinend op de wind.
De Boulevard is immer bezig
met hetgeen dat haar bemint
wie zoeken wil die vindt                        
een bevredigende zucht.

Poëtischer kan ik het niet samenvatten.  

Het mooie van het wonen aan de Boulevard is die niet-te-vermijden-liefde. Weer of geen weer, Valentijnsdag of iedere willekeurige dag: mijn dag wordt iedere keer weer gemaakt door de verrassende en ontroerende taferelen van zoenende en innig verstrengelde stellen. Mensen die genieten. De Duitse ouderen zijn het fanatiekst en ‘gymnastieken’ met lange armen en hun smartphone om de blauwe Begonia, Freesia of Magnolia toch nog zo groot mogelijk op hun selfie te krijgen. Samen met die kus. De jeugdigen gaan soms genadeloos te keer, zich niet realiserend dat een heel flatgebouw meegeniet. De paringsdans wordt af en toe aangekondigd met een prettige beatbox. Ja, ik word er altijd vrolijk van. En Frans, Michiel, Marthe, Blikje, de bruid en de man met de sigaret ook. Het is maar met welke ogen je Vlissingen beschouwt.

Vlissingen en de liefde. Jacobus Bellamy dichtte er eind 18e eeuw begeerlijk op los met koralen lipjes, bevallige rozenmonden en hemelnectar. Stop deze mooie woorden in een doosje, pak het vrolijk in en ziehier ons Valentijnscadeau. De waarheid die we eindelijk onder ogen mogen en moeten zien, werd in dezelfde tijd al door de in Vlissingen geboren Betje Wolff gedicteerd:

Wat, zoete meisje, deed u dus verandren?
Wat geeft u toch de stad? 'k versta er niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren


'k versta er niets van?
Ik begrijp er alles van! Ik begrijp wat de stad geeft, deze gekke stad Vlissingen.

Laten u, u en u en jullie allemaal de stad weer beminnen. Met het Scheldewater stroomt de liefde al binnen en voor je het weet, dein je mee op de wind. Als een toerist met lange armen richting de stad, lange armen waarmee je Vlissingen kunt omarmen: het Bellamypark waar de schrijvende helden glimlachend op ons neerkijken, en stiekem knipogen als we onze hernieuwde verwondering vertalen in een vreugdedans of prille zoen. De gepassioneerde ondernemers willen u met de liefde voor hun vak verleiden, geniet van het culinaire genot en eindig met die prachtige oranje gloed op de Boulevard.

Poëtischer kan ik het niet maken.

Ik heb makkelijk praten. Ik ben niet behept met spijt van verloren glorie, en ik kick niet op klagen. Alle liefs aan Vlissingen, de stad die mij heeft omarmd. Ik ben die stille aanbidder.



dinsdag 27 maart 2018

OOSTBURG


Deze week weer een beschouwing + illustratie in de ScheldeXpress  (met voetnoot van de redactie...)

AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit Zeeuws-Vlaanderen





Waar ben ik:       Oostburg
Wat zie ik:           Zandbak

 “Nee, vroeger was het hier goed te doen, hoor! Bintangs, Cuby, Shocking Blue; die heb ik nog gezien in Hotel Victory!”

Ik ervaar Oostburg nu als shocking grijs. Ik kom er zeker een keer per jaar, en in mijn beleving staat het stratenplan altijd in de steigers en is het opgehangen aan onhandige wegomleidingen. En op zo’n grijze dag zoek ik een strategische plek om even wat impressies vast te leggen. En aangezien ik met de auto toch weer niet verder kan rijden, vanwege een opgebroken Ledelplein…

…wordt het de snackbar op de Markt. Geen beter excuus voor een frietje en vooral  de plek om niet buiten te hoeven tekenen, met toch bijna 360ᵒ een panoramisch uitzicht.

Ik babbel met het personeel en een oudere man die gretig achter een bak met tartaarsaus zit. ”Ze hebben het in de jaren ‘90 al om zeep geholpen. Alles moest via de rondweg en het verkeer kwam het centrum niet meer in. En als je dat wilde, had je al die achterlijke bochten. De markt werd design, met als gevolg dat je er niks kon,” bromt Adri. Het Marktplein is inmiddels weer hersteld. Volgens Myrthe, die de frieten bakt, zal er binnenkort wel weer wat georganiseerd kunnen worden. Er kunnen nu  weer tenten staan, de weekmarkt weer op z’n oorspronkelijke plaats.

De frituur heeft alle duurzaam-veilige-herindelingsellende decennia overleefd. Of je nu vroeger naar Shocking Blue ging, of je boodschappen had gedaan op de markt, of je als scholier even naar de kroeg was geweest: generaties haalden hier een frietje. Myrthe laat trots een aantal zwartwit-foto’s zien. “Kijk, zo zag het er vroeger uit” De twee loketjes achter het windschermpje –eentje voor ijs en eentje voor friet-  zijn veranderd in een cafetaria met zitplaatsen.

Myrthe en Lemmy zul je ‘s weekends niet in Oostburg tegenkomen. Ja, er is daar nog wel het café, maar daar komen alleen oudere mensen en daar draaien ze van die ouwe muziek. “Rockmuziek” verbetert Adri.



dinsdag 30 januari 2018

TEKENEN, WAT MOET JE ER MEE.

TEKENEN, WAT MOET JE ER MEE…

EN WAT HEB JE ER AAN

Na mijn middelbare schooltijd heb ik geregeld  nog contact gehad met mijn tekenleraar. Hij was het; hij was degene die mij –met weinig woorden- overtuigde dat ik naar de kunstacademie moest. Zo’n 15 jaar geleden spraken we elkaar weer. “Je hebt me ver, ver ingehaald” zei hij. Deze uitspraak voelde mooier en oprechter dan het grootste compliment. Het feit dat hij me dit kon zeggen, was voor hém het grootste compliment, als leraar aan een leerling. Voldoening. Hier deed hij het voor.

Ik was 16 en één van de zes  leerlingen van de legendarische eerste lichting Fivelcollege Delfzijl met tekenen in het eindexamenpakket. Mijn tekenleraar had er lang voor gestreden. En uiteindelijk werd het dit klasje van 6. Het meest kostbare klasje, maar destijds werden scholen daar nog niet op afgerekend. Hongerig zat ik vooraan. Deze strenge en ontoegankelijke tekenleraar kende ik vanaf de brugklas, maar dit was anders. Nu was hij anders. Hij nam ons serieus en hij wilde ons kennis laten maken met meer dan we misschien aankonden. Het woord privilege kende ik toen nog niet. Maar het gaf zo’n bijzonder gevoel dat hij zijn reisschetsen liet zien. Prachtige pentekeningen met de mooiste arceringen en contrasten.

De reden van deze melancholie: ik ben er weer ingetrapt. Ik heb me laten verleiden. Ik had het afgezworen, dat onderwijs. Finito. Afgezworen als gevolg van afgezworven; teveel van de wereld gezien, te kritisch geworden.

In mijn academietijd, op kamers, maakte ik kennis met medestudenten die ’s weekends thuis niet meer welkom waren. Ouders met een stellige mening: “Tekenen, wat heb je daar nu aan.” Als hun zoon of dochter zo nodig geen vak wilden leren… Ik treinde trots iedere vrijdagavond naar de familie in Noord-Groningen met mijn zware tekenmap. Om iedereen te laten zien wat ik de afgelopen week allemaal had gemaakt. Dat ze meestal niet begrepen waar ik nu mee bezig was, stelde me gerust. Ik  begreep het soms zelf ook niet. Maar omdat de academie een opleiding was, was het goed. Er waren leraren. En die waren er om je iets te leren, om op je te letten, voor je te zorgen. En er was thuis niemand die zei: “Tekenen, wat moet je er mee?

De afgelopen decennia heb ik ervaren wat ik met tekenen moet. Wat ik er mee kan, wat ik er mee mag. Wat het met me doet, maar vooral met anderen. Hoe fijn dat een tekening een schakel tussen nu en vroeger kan zijn. Of een manier om dichterbij anderen te komen.
En ja, ik ben er weer ingetrapt. En ik geniet van de verleiding. Ik ben twee keer per week weer op het niveau van mijn gerespecteerde tekenleraar. Ik geef lessen op een middelbare school. Een eventuele hongerigheid bij leerlingen is veranderd in onverschilligheid. Ze vergeten hun schetsboeken, flikkeren hun verfdoosje op de vloer. Leveren de tekenpen in zonder dop.

Maar wat een privilege: je bent 13, 14 jaar. Je mag 4 lesuren per week binnen schooltijd tekenlessen volgen! Mijn taak: geen valkuil. Ik mag ze voeden met mijn kennis omtrent perspectief, compositie, verhoudingen... en ik zal ze inspireren met mijn reisschetsen. Mijn tekeningetjes van ver weg en mijn tekeningetjes van Vlissingen, hun stad. Vol kleur, verhaal, contrasten.

Als ik over 30 jaar een keer een Youri of Gina tegenkom (ze zullen dan ongetwijfeld gelukkig zijn in een hele andere branche) kan ik zeggen dat ik destijds verliefd ben geworden op een van hun mooie schetsboektekeningetjes die ze tijdens mijn lessen maakten.

Dit is wat je met tekenen moet. En wat het met me doet.

(veel dank aan Ben Schasfoort, mijn tekenleraar. Hij is inmiddels oud en geëmigreerd. Ik voeg ongevraagd –ik weet zeker dat hij het goed vindt- een van zijn tekeningen bij, in de sfeer van.  Maar ook veel dank aan Scheldemond College Vlissingen, een school die de leerlingen de gelegenheid geeft om binnen het lesrooster te ontdekken wat je met tekenen moet. En kan. En mag.


werfniesternsandermetleerling.jpg

Onderschrift  tekening van Ben Schasfoort: "Werf Niestern Sander met leerlingen"
We zijn destijds met ons klasje van zes o.l.v. Ben Schasfoort naar de scheepswerf geweest om te schetsen. Deze moesten we op school in de komende weken uitwerkentot een ets en een linoleum-3-kleurendruk. Ik weet nog dat ik er niet veel aan vond. Ik had niks met boten. En dat gedoe met etsen  was knap ingewikkeld... 


woensdag 8 november 2017

10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie, deel 6

...omdat het vandaag een jaar geleden is dat ik kennismaakte met de heren op het bankje.




Sinds ik met de heren op het ‘leugenbankje’ heb kennisgemaakt (8 november 2016) loop ik af toe naar het Keizersbolwerk om even te kletsen. Of slap te ouwehoeren.  Met Sjouke heb ik een bijzondere band. We komen allebei uit Groningen en het is grappig om met je kop in de Scheldewind je moerstaal samen te spreken, terwijl de andere afkeurend roepen: “Hier in Vlissingen wordt geen Gronings gepraat!” De laatste keer vertelde hij verdrietig dat zijn dochter na ziekbed was overleden. Een intiem moment.

Intimiteit beleefde ik ook in Casamaggiore. In 2015 portretteerde ik ongeveer 50 inwoners van het kleine dorpje. Het zijn allemaal mensen die ik in meer of mindere mate ken. De keuze om ze ‘van achteren’ vast te leggen was bewust: minder confronterend en tegelijkertijd veel meer zeggend, veel meer… Ik overviel ze door onaangekondigd aan te bellen. Sommigen voelden zich ongemakkelijk: wilden zich eerst omkleden, de keukentafel opruimen. Maar ik wilde ze juist in dat onaangekondigde moment portretteren.  De ouders van Anna zijn lieve schatten: samen zijn ze allebei weer een klein beetje kind aan het worden, dus ze houden elkaar in stand. In Italië leven families vaak in één huis, dus van een verzorgingstehuis of thuiszorg is geen sprake. Iedereen houdt een oogje in het zeil.
Zoals ook de heren op het bankje op de kop van de Boulevard de Ruyter altijd een oogje in het zeil houden. 


De overeenkomst tussen de twee tekeningen is dat het gaat over ouder worden en veel te vertellen hebben, over vroeger.

zondag 5 november 2017

UIT DE SCHELDEXPRESS

AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit Zeeuws-Vlaanderen

Door Agnes den Hartogh

Waar ben ik:       Cadzand-Bad, Boulevard de Wielingen, bij het voormalige restaurant         Cadzandria
Wat zie ik:           bouwactiviteiten


“…en daar zaten we dan tot vier uur ‘s nachts!”


Komaan, ik heb zin in een ingewikkelde tekening. Ik ben in Cadzand-Bad, dus dat treft. Want als ik mijn tekenaarsoog loslaat op ingewikkelde onderwerpen kom ik hier helemaal tot onrust: steigers, hekken, afzettingen, stapels bouwmaterialen. Het schijnt dat dat hier al geruime tijd aan de hand is, gezien de vele grote en nieuwe panden die ik aantref. Een eclectisch kleurenspel met invloeden uit verschillende bouwstijlen. Wat zullen de Cesantenaren er van vinden? Ik durf het niet te vragen…

Tussen blubbersporen hoor ik een jonge vrouw tegen haar dochtertje praten, omhoogwijzend. “Kijk, daar heeft mamma vroeger gewerkt! Alles is veranderd!”

Halverwege de jaren 90 kwam Esther voor het eerst naar Cadzand. Vanuit het verre Noord-Groningen. Een horeca-uitzendbureau uit de stad had haar gevraagd of ze seizoenswerk in Zeeland wilde doen. “Ik weet nog dat ik met mijn ouders op de kaart keek en Cadzand-Bad aanwees. Mijn vader zei: ga je dáár helemaal naar toe?” De reis met de trein vanuit het noordelijkste puntje naar Vlissingen duurde ruim een halve dag, en aan de overkant van het veer stond iemand van restaurant Cadzandria haar op te wachten. Esther sliep in dat jaar op de camping de Zwinhoeve in Retranchement. Overdag was het wafels en wafels bakken. En pannenkoeken. En het was altijd druk. En na het werk was het tot ver in de nacht feesten bij Hotel de Schelde.  In de jaren erna kwam Esther in de zomermaanden terug om wafels te bakken en verbleef ze bij een van de eigenaressen van het restaurant.

Ook zij is verbaasd over de enorme ontwikkelingen. Terwijl de kinderen in Zeeuws-Vlaanderen al weer naar school gaan, hebben ze in het noorden deze week herfstvakantie. Esther is met haar gezin een midweek in de buurt en ‘moet’ natuurlijk even terug naar Cadzand-Bad, waar zoveel herinneringen liggen. Dochtertje Elaine wordt een beetje ongeduldig. Haar is een wafel beloofd. Zoals mamma ze destijds bakte, zijn ze tussen de sterren, sjiek en trendy bijna niet meer te vinden. Zo ingewikkeld kan het toch niet zijn?

maandag 23 oktober 2017

deel 5 van de 10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie


Sinds we aan de Boulevard zijn aangespoeld, tikt het carillon van de Sint Jacobskerk ons regelmatig op de vingers. Soms met een klokslag teveel, in onze beleving. "Is het al zo laat?" In het onregelmatig optredende melodieuze klokgelui denk ik soms oude popsongs te horen. Dus tijd om iets bijzonders te gaan beleven: een nieuwjaarsconcert waarin de muzikanten van Koninklijke Harmonie Ons Genoegen optreden met de jongens van de Hobbyisten. We horen nu de kerk niet van buiten, maar van binnen. Hoe mooi!

In mijn Italiaanse omgeving hebben sommige huizen een eigen kapelletje. De panden zijn meestal al eeuwen familiebezit en die kapelletjes en nisjes gaan al die eeuwen mee. Op het landgoed van Annarita staat zelfs een heus kerkje, een paar bankjes en plek voor een stuk of twintig bezoekers. Annarita vindt het fijn  om af en toe wat muzikanten en een select gezelschap uit te nodigen, waar we dankbare gasten zijn. Ook bijzonder.

Mijn atelier bevindt zich naast de oude kerk van Casamaggiore. Zo’n zes, zeven keer per jaar verzorgt regiopastoor Don Piero een gelegenheidsdienst en dan is het vooral een social event waar ik iedereen uit het dorp tezamen zie. Omdat de oude kerk verder niet wordt gebruikt, heb ik er een aantal keren exposities en een concert mogen organiseren.  Gabriele Putzulu speelde de sterren van de hemel op zijn klassieke gitaar. Dezelfde Gabriele kwam ik een maand later tegen op een ander feest waar hij het hele repertoire van de Red Hot Chili Peppers wegkraste.

Kortom, hoe bijzondere locaties en bijzonder talent samensmelten…



zondag 15 oktober 2017

deel 4 van de 10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie



Vandaag 15 oktober is de laatste dag van de kinderboekenweek. Vandaar deze keuze. Mijn werken hangen niet voor niets in boekhandel 't Spui. Echter: deze twee illustraties hebben de tentoonstelling niet gehaald. Een beperkt aantal haakjes aan de wanden dwingt je tot keuzes maken.

Martina maakt nog geen keuzes. Martina is de dochter van Marco, onze Italiaanse klusjesman. Marco is 'verrekte handg & slim'. Een aantal jaren geleden kwam hij met breed bezwarende gebaren bij mij aan: hij kon geen oppas voor Martina vinden, dus ik zei: "Geen probleem, geef Martina maar aan mij, graag zelfs!" Een heel groot vel tekenpapier op de grond brak alles open, ondanks dat Martina mij niet durfde aan te kijken, met die grote pet van Marco op haar koppie. En al snel pakte ze in beide knuistjes de krijtjes om los te gaan.

De wetenschap noemt het ambidextrie: het fenomeen zowel rechts- als linkshandigheid. Ongeveer 1% van de bevolking 'lijdt' hier aan; ik vind het een verrijking, want ik heb er ook een handje van. Ik kwam er per ongeluk achter toen ik tijdens de kunstacademielessen bij modeltekenen mijn stuk houtskool in mijn linkerhand had. Ik had het altijd al gedaan, want het voelde niet onwennig. Maar ineens was ik me er van bewust.  Leonardo da Vinci was ook ambidexter, dus deze gave wordt vaak geassocieerd met intelligentie. Gezien de technische gaven van onze Marco, verbaast die dubbelhandigheid van Martina me niet: ook een slim meisje! Men zegt dat ambidextrie evenwel aan te leren is. Vroeger moest je op school met rechts schrijven. Ik ben gelukkig niet van deze generatie. Een ander motief kan een pols- of armbreuk zijn. Laat ik nu in de brugklas uit de ringen zijn  gedonderd en mijn beide armen en polsen op meerdere plaatsen heb gebroken. Mijn linker mocht eerder uit het gips. Ik hecht echter meer waarde aam de Leonardo-theorie.

Het handje van het meisje dat ik 18 november 2016 tekende (locatie speelplaats Frans Naereboutschool) spreekt ook boekdelen: kijk dat vingertje onder haar mouw te voorschijn komen. Hoe dwingend naar het andere meisje dat ze in de houdgreep heeft.

In mijn selectie zag ik in deze twee tekeningen een zoveel prachtige overeenkomsten: beide hoofdrolspeelsters zijn in zichzelf en onherkenbaar voor de buitenwereld, en beleven hun kleurrijke kinderwereld. Met één of twee handen. De andere gelijkenissen mag de kijker zelf ontdekken.

donderdag 12 oktober 2017

verhaaltje 3

In het kader van de leukste gelijkenissen/verschillen tussen Vlissingen en Italie: de markt. De tekening van de wekelijkse Vlissingse vrijdagmarkt maakte ik vorig jaar op de dag dat deze voor het eerst op een nieuwe lokatie plaatsvond. 




Op 4 november 2017 was ik getuige van een grote verandering: de wekelijkse vrijdagmarkt op een andere plaats. In het kader van mijn inburgeringsproject een leuk onderwerp om te tekenen. 

De markt in Castiglione del Lago is op woensdagochtend. Al eeuwen. De enige ochtend waarop een bus door het achterland rijdt om de keurig geklede dametjes -net van de kapper- op te halen. Zo rond enen brengt de bus in omgekeerde richting de dametjes weer terug: de hele ochtend de tijd gehad om de wekelijkse boodschappen te doen en vooral veel bij te praten. ‘s Zomers wordt de markt bevolkt door Nederlandse toeristen. Je herkent ze vooral aan korte broek en badslippers. Vaders die verveeld achter het kirrende gezin lopen “Kijk eens mam, hoe goedkoop!” De trots van de Italianen zou tot kromme tenen moeten leiden. Als je in Italië gaat winkelen, trek je je goede kleren aan, je schoenen met hakken. Echter, ze mogen in hun handen knijpen, want sinds de aardbevingen vorig jaar loopt het toerisme minder goed. De bevingen waren 150 km verderop, maar tussen de oren van veel toeristen zit de Umbrië-mijd-factor.

De Duitsers op de markt in Vlissingen herken je ook meteen. Korte broek. Onder het motto: ik-ben-nu-op-vakantie-DUS-ik-draag-een-korte-broek. Weer of geen weer, wind of wind.

De markt in Castiglione del Lago is verspreid over verschillende locaties in het vestingstadje, dus dat betekent klimmen en trappen lopen. Halverwege de treden klonteren de gepermanente dametjes samen om even op adem te komen en hoofdschuddend te kijken naar die luidruchtige toeristen.

Met hun kippenvelbenen zijn de Duitse toeristen hier in Vlissingen redelijk rustig...

dinsdag 10 oktober 2017

TIEN VERHAALTJES, DEEL 2

Vorige week heb ik een kleine, maar leuke expositie ingericht in Boekhandel 't Spui in Vlissingen. Ik denk:  de leukste boekhandel van Nederland! Nee, ik denk niet, HET IS. Margreet de Haan, een van de eigenaressen van 't Spui kreeg vorige maand de fantastische & verdiende titel 'BOEKVERKOPER VAN HET JAAR. En dat word je als je heel veel liefde en passie deelt. Hoe mooi dat ik dat ook mag doen op deze mooie plek, midden in Vlissingen.

Ik heb geprobeerd de mooiste en meest treffende gelijkenissen/tweelingen/huwelijken tussen Vlissingen en Italie te koppelen. En het heeft mezelf soms verbaasd: zoveel overeenkomsten.

Bij ieder 'setje' heb ik een heel kort verhaaltje geschreven. De komende maand zal ik een aantal van die korte anekdotes hier noteren.


Bijna staccato wandelen ze richting het podium. De knopen van hun uniformen glimmend gepoetst. Met hun ferme passen en kin omhoog vraagt dit om respect. “Wacht maar tot na de pauze, want dan wordt een losgeslagen bende” vertelt iemand naast me. Ik wil vooralsnog geen losgeslagen bende, want dit is mooi en gedisciplineerd om naar te luisteren en te kijken. Daar staan ze, de voormalige loodsen, de helden van de Schelde. Strak in het gelid

Een optreden van  Banda Musicale Puccini in Pozzuolo staat in het grootste contrast: het lijkt alsof de muzikanten letterlijk zijn opgetrommeld. Het rammelt en gammelt aan alle kanten, maar o, wat zijn ze gedreven! De Scheldeloodsen zijn gemiddeld allemaal op leeftijd en grijs, de leden van Banda Puccini zijn jong en oud. Emanuele, de dirigent, staat als een dolle stier voor de rode lappen uniform en zweept de boel op tot veel getoeter en geblaas. En werkelijk: iedere muzikant is begaafd, alleen tezamen verdwijnt alle talent in een wirwar van kakafonie. Alles en iedereen loopt uit de pas als er wordt gemarcheerd. Geweldig! Dit is Italië! 

En kijkaan: na de pauze proberen de loodsen het ook! Dronken piraten lopen en struikelen uit de pas, hier en daar valt iets om. Maar hoe ze hun best doen om scheef te gaan: hun stemmen blijven als een scheepstoeter overeind.

dinsdag 3 oktober 2017

tien verhaaltjes, deel 1

Vandaag heb ik een kleine, maar leuke expositie ingericht in Boekhandel 't Spui in Vlissingen. Ik denk:  de leukste boekhandel van Nederland! Nee, ik denk niet, HET IS. Margreet de Haan, een van de eigenaressen van 't Spui kreeg vorige maand de fantastische & verdiende titel 'BOEKVERKOPER VAN HET JAAR. En dat word je als je heel veel liefde en passie deelt. Hoe mooi dat ik dat ook mag doen op deze mooie plek, midden in Vlissingen.

Ik heb geprobeerd de mooiste en meest treffende gelijkenissen/tweelingen/huwelijken tussen Vlissingen en Italie te koppelen. En het heeft mezelf soms verbaasd: zoveel overeenkomsten.

Bij ieder 'setje' heb ik een heel kort verhaaltje geschreven. De komende maand zal ik die korte anekdotes hier noteren.



Ik kreeg een mailtje van de tandarts uit Castiglione del Lago. Hij had in een galerie in Cortona een ansichtkaart gezien, waarvan hij meende dat zijn huis en zijn scooter er op waren afgebeeld. De galeriehouder gaf hem mijn gegevens. Hij wilde het origineel graag kopen.  Ik nodigde hem uit in mijn atelier, waar hij nog dezelfde week kwam. Met zijn moeder van 93, in een Mehari zonder voorruit. Het oude mens werd uit de Citroën getorst en op een stoel in mijn atelier gezet. Toen ik de prijs van de originele prent noemde, bromde ze dat ze de ansichtkaart mooier vond. Dat kon ik alleen maar beamen: een kaart is gedrukt op glanzend papier en bovendien had ik het origineel in Photoshop bijgewerkt voor een warmer kleurcontrast. Zoon dramde door. Natuurlijk wilde hij het origineel hebben. En vooral weten waarom ik juist dát stukje straat had getekend. Was het vanwege de scooter? Vond ik zijn huis zo bijzonder? Juist zijn huis? Uiteraard gaf ik de juiste antwoorden, maar moeder probeerde het nog één keer: ze zei: “Als je op een stoeltje in de straat gaat zitten, kun je de hele dag naar je huis kijken…”

Ineens zag ik de overeenkomst met tekening 24 uit de serie November = Vlisdingen. Hetzelfde perspectief, gevels… Nu ben ik zo benieuwd of die meneer met de fiets aan zijn hand zich meldt? Het was donderdag 24 november, rond half tien in de ochtend. De locatie is ons allen bekend. Wie herkent hem?

Oja, uiteraard heb ik de originele illustratie verkocht. Ik kwam hem laatst tegen op een terras in Castiglione del Lago. Hij zat met zijn moeder een ijsje te eten, maar zij was ondertussen in de stoel in slaap gevallen. Hij vroeg me: “Wil je mijn Mehari ook een keer tekenen?”



maandag 25 september 2017

twee colums + illustraties


(uit de Scheldexpress 18 september)

AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit Zeeuws-Vlaanderen

Door Agnes den Hartogh
Waar ben ik:       Spui, tussen  Terneuzen en Axel
Wat zie ik:           een molen in Italiaanse kleuren



“We hebben hier een glasbak!”

Het is vakantietijd en tijdens de zomermaanden werk ik veelal in Italië. Hoe fijn om weer even de Westerscheldewind te ervaren tijdens een tussenstop in Zeeland! Ik strijk neer op een schommel in Spui, omdat mijn oog valt op een molen met Italiaanse uitstraling: wit, rood, groen. De kleuren van de Italiaanse vlag.

Spui is klein, dus ik ben blij dat ik Maaike tref. Met meer kinderen dan lege flessen nadert ze de glasbak. Hoe leuk:  tekende ik zojuist vanaf de schommel twee houten hondjes op springveren waarop twee kleuters tot in de het oneindige onder de Spuise zon zouden kunnen wippen, heeft Maaike deze twee meiden in spe in haar dubbele buggy.
We hebben een glasbak, he?” antwoordt ze lachend als ik vraag of ze iets kan vertellen over Spui. Het is klein. Nee, toeristen komen er niet veel. Maar ze woont hier met haar gezin vanwege de ruimte en de rust. Ik prijs de molen en het kleine speelplaatsje en knipoog naar haar drie kinderen. Zoontje Dan is al op fietsleeftijd. Hij gaat straks in Axel naar school.

“Wat het fijne is van Spui: de mensen zijn hier gezellig, he?” Tegelijkertijd komt er een man met zijn fiets vanuit de Pootersdijk,  op weg naar de glasbak. Met de zojuist gekregen info van Maaike groet ik de man. Als hij zegt dat hij ook een inwoner van Spui is, concludeer ik dat hij dus gezellig is. Hij kijkt me vreemd aan. Als ik de bedoeling van mijn gesprek uitleg, komt hij los en vertelt hij me van alles over zijn woonplaats. Hij weet veel. Zowel Maaike als ik reageren beduusd: zij kent hem niet, ondanks dat ze beiden al jaren in dit kleine dorpje wonen.

Hoe een glasbak kan verbroederen. En hoe in een klein dorpje mensen tot elkaar komen. Als iedereen zijn lege flessen heeft gedeponeerd, loop ik nog even terug naar de schommel om de laatste hand aan de schets te leggen. En mijmer ik hoe die twee kleine meiskes in de buggy hier over een korte tijd op dat wiptoestel zullen spelen. Onder de Spuise hemel. Hun haartjes wapperend in de Westerscheldewind.

Terwijl ik dit verhaaltje schrijf, ben ik weer in Italië. Ik trakteer mezelf op het laatste  glaasje uit de fles Amaro di Mulino. Mijn oog valt op het etiketje in rood, wit, groen. Een klein molentje tussen de cypressen.  Zal ik deze lege fles straks meenemen naar Nederland en ´m in de glasbak van Spui gooien?  Symbolischer kan het niet. Misschien kom ik Maaike tegen…

------------------------------------------------------------

(uit Alfa Romeo SCARB Klaverblaadje 159)




“Ben jij hier dan ook?”

In het  antwoord dat ik via mijn Messenger-pingel binnenkrijg, lees ik niet alleen verbazing. Ik voel zelfs een tikkeltje verontwaardiging, doorgeschakeld naar de vierde versnelling.  Ja, ik ben hier ook. En niet voor de eerste keer. Ik houd van de Mille Miglia. Ik houd van de trots  -doorgaans kunnen alleen de Italianen deze zo intens tentoonspreiden- die gedurende twee dagen alle zintuigen naar een soort hellingproef brengt. The sky is the limit. Een caleidoscopische ervaring van kleur, vorm, geur, geluid raast door de straten en ik geef me er aan over. Ik zwaai naar Nederlandse kentekens, brul af en toe een flard van het Wilhelmus en geef highfives in straatjes waar ik het glimmende, warme blik kan aanraken.

Zo gek is het ook weer niet. Volgens mijn moeder kwam ik bijna in een Citroen DS ter wereld. Ik was hun eerste, maar een late drammer. Dus dramde mijn moeder even hard terug. Mijn ouders hadden een garagebedrijf –ik noem geen merk- en vooruitstrevend danwel noodgedwongen stond mijn moeder niet op de loonlijst, maar was wel de onmisbare schakel in de business. Alles dat niets met techniek te maken had, maar alles met empathie, lag op haar bord. Zo bracht ze vaak klanten terug en na het maatschappelijke item (“zijn vrouw is net  overleden”) haalde één van de monteurs haar weer op. In die DS kreeg ze de echte weeën, maar gelukkig werd ik vlak achter de benzinepomp geboren, naast het kantoortje waar de klanten konden afrekenen en een rolletje pepermunt kregen.

Het was voor iedereen een schok. Niet allen dat ik een meisje was; ik  had een potloodje in mijn rechterknuistje. Mijn vader keek in de lucht naar de voortgang van het familiebedrijf. Hij moest toen al hebben gezien dat het potloodje niet geschikt was voor boekhoudkundige praktijken. Dan hadden ze me nog weg kunnen moffelen achter de stellage van poetsmiddelen. Nee. Dat potloodje voorspelde iets anders.

“Ben jij hier dan ook?”

De vraag komt via Messenger binnen nadat ik een tekening van de bloedmooie caffè-crema-liquoro-kleurige Alfa Romeo 6C 2500 sport cabriolet van Ad Branderhorst op Facebook heb geplaatst. Wat een juweeltje! Benjijhierdanook heeft een groot garagebedrijf –ik noem geen merk – ergens in Zeeland. Ik ken hem van de serviceclub. Nee, zoals hij mij kent, had hij me niet ingeschat op freak die met haar potloodjes en doosje aquarel in de straatjes van Buonconvento, Torrenieri en San Querico d’Orcia zich opwindt over al dat prachtige kostbaars dat langsrijdt.

En zo heeft iedereen zijn of haar secret pleasures…  Als een soort ultieme heldendaad stuurde ik Benjijhierdanook van dat grote  garagebedrijf –ik noem geen merk – ergens in Zeeland een aantal van mijn getekende Alfa’s. Echt niet om te pesten, hoor! Het was meer een reactie op zijn berichtje dat het in Brescia toch wel een beetje tegenviel… De euforie bij de finish bleef uit. Althans, hij had er iets anders van verwacht. Ik berichtte hem: “Kom volgend jaar naar hier.”

Terwijl ik hier in Italië helemaal ben gesettled en geniet van mooie auto’s en design, mijn potloodjes de goede weg vonden en mijn ouders nog twee zoons kregen die het autobedrijf  overnamen, ga ik ieder jaar naar de Mille Miglia.  Omdat ik houd van trots. En zelfs hier in de buurt spot ik af en toe een mooi collectors-item. Die zwarte met dat Nederlandse kenteken. Blijkt het mijn achterbuurman te zijn. U weet wel. Bert.

“Ben jij hier dan ook?”

“Ja! Ik zie je volgend jaar!”



de zwarte bella van Bert