dinsdag 15 september 2020

Met kloten; de binnenstad wordt groter!

 Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?

Wat zijn tegenwoordig afstanden? Vroeger was het traject Roodeschool-Retranchement in niet-hemelsbrede-zin het langst, qua kilometers. In deze weken ontmoet ik vele medelanders die vanwege de beperkingen het mooie van Nederland ontdekken, dus ook Vlissingen. En zo blijkt dat Nederland vele unique-selling-points heeft, maar we weten deze niet altijd te plaatsen. Vroeger corrigeerde Frits Bom met de kaart van Europa; nu mag ik graag aan Venlo-ers uitleggen dat kloten gooien niet in Groningen wordt gebezigd, maar in het oosten van ons land. En dat Friesland niet de enige provincie is met water. Maar Walcheren is mooi.

Zo moet je wel kloten hebben om de grootste afstand (Nieuw-Zeeland-Zeeland) ieder jaar te trotseren om met zoveel overgave en passie als outsider je in te graven en nestelen in zoveel in zoveel magen en harten… En hoe! 

Ondertussen wordt onze binnenstad stiekem groter. We hebben het niet over kilometers, maar het gaat stap voor stap. Binnen enkele jaren behoren de nieuwe straten van de het Scheldekwartier tot het centrum. 

Met herbestemmingen van het culturele erfgoed zullen er nieuwe voorzieningen komen. En wie weet hoort ook de Lasloods ooit tot de Vlissingse stadskern.

Michel is bijna dagelijks in deze Lasloods te vinden om met de meest waanzinnige smaaksensaties een verrukkelijk weekend en de bijbehorende mis-en-place voor te bereiden. Zeeuwse roots deinen mee op wat de Walcherse oogst van het moment te bieden heeft en resulteren in een werkelijk culinaire artisticiteit.

Michel blijft nog even, misschien langer. Nu de scholen weer zijn begonnen, lijken de vakanties ten einde. Maar Vlissingen nog niet. Andermaal horen we in de binnenstad nog steeds accenten uit alle delen van het land. En ontmoeten Limburgers Drenten en verbazen Friezen zich over onze boulevard. 

Als, als.  Dan prikt iedereen in één keer Vlissingen op de blinde kaart. En als het centrum dan werkelijk is gegroeid, kan niemand er meer naast prikken. Stel dat Michel hier het hele jaar zijn gang kan gaan… 

En een bericht voor al die Nederlanders die ineens in eigen land op vakantie moeten en met nieuwe ogen kijken: als het laatste tafeltje in de Lasloods gereserveerd is: ach, we hebben ook nog andere leuke, knusse, goede en gezellige restaurants in onze stad!

dinsdag 11 augustus 2020

SPEELGOED

Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?


Ergens ben ik anders.

Eigenlijk is het kinderspel, en eenvoudig: de regels volgen. Want iedereen wil nu ergens anders zijn. Tijdens de mallemolen van de Coronazomer proberen we ondertussen de juiste balans te vinden. En de balans op te maken van de afgelopen maanden. Ondernemers en horeca in de binnenstad zijn blij met wat er weer kan. En gelukkig draait alles redelijk goed, al blijft het een mallemolen. 

Om die juiste balans en het evenwicht te vinden kun je verschillende dingen doen, vooral verstandig en op afstand. En gelukkig doen vele outsiders dat in onze binnenstad. De grote mensen hangen heerlijk loom in één van de geniale schommels op het Bellamypark en beamen dat het volk brood en spelen nodig heeft. 

De kinderen kennen ander gemis en kraaien vrolijk in alles wat kleur heeft en beweegt. Slechts een verdrietige onderlip als de toeter van de draaimolen het einde van de ronde aankondigt. Vooruit, we doen er nog eentje. 

Waar de pappa’s zich verlekkeren aan de pilots in de Koopmanshaven en heimelijk spelen alsof ze de tenders radiografisch besturen, bespeelt de 9-jarige Denise in MuZeeum de digitale zuil en loodst ze virtueel en op veilige afstand en een schip de haven van Antwerpen binnen. Haar vader vindt het te warm en zoekt juist de educatieve invulling in Vlissingen. Bastian uit Bonn was in het Arsenaal heeft een echte rog geaaid en Julie uit Bastogne is helemaal boven geweest! En daar was het wel even anders.

Ergens ben ik anders. Want anders ben ik nergens. 

Vele vakantiekinderen uit verschillende buitenlanden hadden de afgelopen weken het hoogtepunt in de Arsenaaltoren kunnen bereiken om te genieten van een waanzinnig uitzicht op een stad die gewoon blijft opkrabbelen, blijft verbazen en vernieuwen. 

Ze hadden gekeken naar het kleurrijk gekrioel op het strand in de stad, een plein vol terrassen met een wel bijna mondaine allure. En aan de andere kant -in het oude Scheldehart van de stad- Vlissingse wijken in opbouw, waar straks nieuwe bewoners gaan genieten van al het speelgoed in de binnenstad. 

Als we dat nu eens allemaal gingen doen? En als een kind zo blij zouden zijn...

dinsdag 7 juli 2020

HANDEL EN WANDEL

Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?



Ik tref Marleen en Emma bij het zojuist weer geopende Sint Jacobscafé op de Oude Markt, waar ze een stempel hebben gekregen van eigenaar Koen. Marleen blaast om de inkt in haar pelgrimspaspoort te laten drogen. De dames komen uit Wormerveer, beiden in de dertig en fanatieke wandelaars. Vanwege de Corona zijn de oorspronkelijke plannen gewijzigd: de wandeltocht van de Pyreneeën naar Santiago de Compostella heeft zich verplaatst naar Nederland en België, en hun voettocht eindigt in Gent.

“We kennen Haarlem en Amsterdam, maar wat is het híer leuk!” Beiden wandelen frequent in op het strand in Wijk aan Zee en Castricum (ook leuk), maar de Boulevard slaat werkelijk alles. “Nooit geweten, hoe gaaf!”

De Oude Markt is bezig met een revival, een heuse religieuze wederopstanding met respect voor het gebouw waar alles om draait: de Sint Jacobskerk en haar rol als onderdeel van één van de Jacobswegen, de pelgrimsroutes naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostella. Moderne refugio’s bieden onderdak aan wandelaars en fietsers die hun dorst willen lessen en hun honger moeten stillen. Zoals dit al eeuwen gaat. Waar de oorspronkelijke pelgrim in soberheid gaat, hebben een paar etablissementen het thema in een mooie nieuwe jas gestoken. Naast het al bestaande Sint Jacobscafé -tevens de plek waar wandelaars en fietsers hun stempel kunnen krijgen- kan men terecht bij gastrocafé Santiago, Pinchos en Tacobar Compostella. Met deze Spaanse impulsen krijgt onze Oude Markt wel een bijzondere meerwaarde. 

Spreekwoordelijk leiden vele wegen naar Rome, maar naar Santiago de Compostella ook! Eén van de wandel- en fietsroutes vanuit Haarlem richting het zuiden zorgt ervoor dat je Vlissingen niet kunt ontlopen. En als moderne pelgrims dan toch de binnenstad aandoen: graag via één van onze leukste winkelstraatjes: de Sint Jacobsstraat. Daar vertelt de schelp tussen de straatstenen dat je er bijna bent: op één van de gezelligste en intiemste pleintjes van de stad! Met een diversiteit aan leuke en bijzondere restaurantjes of plekjes om neer te strijken.

Marleen en Emma bewonderen de ‘stempeldoos’ van Koen: zoals een echte pelgrim zijn sporen achterlaat, staat de houten kist volgeschreven met namen van voorgangers. Een bijzonder stukje eigen Vlissingse historie op een paar vierkante decimeter, waar achter iedere naam verhalen schuilen.  

Voor de geïnteresseerden: 25 juli is de naamdag van Jacobus de Meerdere, één van de 12 apostelen, naar wie de Sint Jacobskerk is vernoemd. Je kunt via Vlissingen het Sint Jacobspad volgen via Sluis, Gent naar Doornik. Of nog verder: de eindbestemming Santiago de Compostella. 
Op dezelfde Oude Markt is een hele mooie boekhandel 
waar je ze je kunnen helpen aan verdere informatie. 

Sta op en wandel... Ook in onze eigen stad.

dinsdag 19 mei 2020

HET GOEDE LEVEN

Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?



Voorzichtige zuchten van verlichting, afgeschudde gezonde angst voor de nieuwe start. De binnenstad van Vlissingen legt oren te luister en hoort weer buitenlandse stemmen in de straat. Stap voor stap nieuwe gezichten na maandenlang steeds groeten, knikken en zwaaien tegen ons kent ons. Fietsers die geen idee hebben dat je dat in de Walstraat niet mag, fietsen. En waar handhavers ontbreken, zien we een kleurrijke en opkrabbelende binnenstad, waar vol trots weer tafeltjes, uithangborden en een vriendelijk onthaal een gevoel van gastvrijheid symboliseren. En niet alleen de Duitsers en de Belgen, maar ook de Nederlanders hebben Vlissingen ontdekt! 

Die outsider en ongenode gast die iedereen de laatste maanden onderuit probeerde te halen, is nog niet helemaal weg. Maar hij gunt ons -naast helaas veel slachtoffers- ook weer een nieuw leven. Een leven waarin iedereen een beetje tot bezinning heeft kunnen komen als het gaat om verantwoordelijkheid, duurzaamheid en gezondheid.

Loop door de Walstraat en houd een willekeurige fietser aan. Het is een toerist. En wat vindt deze toerist van de  binnenstad? “Zo leuk, al die kleine aparte winkeltjes!” en “Zo gezellig, al die bijzondere winkeltjes.” 

Het leuke is, dat sommige van die bijzondere, aparte kleine winkeltjes gerund worden door buitenstaanders die hun oog op een onderneming in Vlissingen hebben laten vallen. Ze hebben hun geboortegrond verlaten om hier in de binnenstad hun passie en filosofie te delen met anderen. Rich uit Groot-Brittannië, Dani uit Antwerpen. Bij de Juicebar zie je de Afrikaanse invloeden en stap je in een kleurrijke andere wereld. Een eerlijke wereld vol duurzaamheid en verantwoordelijkheid. Deze begrippen staan ook bovenaan bij zowel Johnsons als ’t Pothuys, waar zorgvuldige keuzes worden gemaakt om de wereld beter en gezonder te maken. En om Vlissingen beter te maken. 

En niet alleen met bewuste keuzes onderscheiden de ondernemers in de binnenstad zich. Rich: “We houden rekening met elkaar, vullen elkaar aan en daardoor versterken we elkaar. Ik verkoop geen smoothies en juices, dus ik verwijs naar Siamak van de Juicebar, de lekkerste broodjes heb ik niet, maar Jose van la Bella Cucina wel.” Dani: “Ik verkoop alleen dingen waar ik echt 100% achter sta en als ik weet dat ze echt verantwoord zijn gemaakt.” 

En zo proberen we na de Coronacrisis samen het goede leven in de binnenstad weer op de kaart te zetten, voor de toeristen en voor onszelf.

maandag 18 mei 2020

BEZIGE BIJEN

Iedere maand op deze pagina het ‘woord ’aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?



Weken was het stil op straat. Geen schuivende terrasstoelen, geen rinkelende glazen. Ondanks de fijne voorjaarszon, waagden zich slechts enkelen aan die nieuwe frisse lucht die lente heet.

In deze tijd van bezinning en stilte ontdekte ik in de stad een echte en vooral natuurlijke oase van rust, waar de lente volop haar gang kon gaan. De buitenstaanders hier kennen geen anderhalve meter afstand, maar zoeken elkaar op, zo dicht mogelijk. En alles is in het werk gesteld om het deze logés ter wille te zijn: piepkleine gastenkamertjes om intiem te nestelen. Behaaglijke gaatjes in het hout en stiekeme labyrintjes, onzichtbaar voor ons oog.

Verschillende vrijwilligers en buurtbewoners hebben met hun eigen handen en passie dit paradijsje gecreëerd en in deze enorme kleurenpracht van planten en  bloemen leven wilde bijen als God in Vlissingen en paart de pimpelmees er op los. En dit allemaal op slechts een paar vierkante meter!

Ondertussen heeft de lentezon zich verdrietig teruggetrokken, bij gebrek aan enthousiast onthaal. Als je tijdens paas- en feestdagen zo je best doet en de terrassen en pleinen zijn leeg…

Maar de terrassen slaan terug! Er wordt geschuurd, geschilderd, geschrobd. De expansiedrift van de anderhalve meter wordt met de meest creatieve vondsten beloond. Er wordt gepast en gemeten, met haken en ogen. Eigenaren en personeel gonzen als bezige bijen op het Bellamypark met een bijna baltsende energie, intens verlangend naar een hernieuwde kruisbestuiving met de hele binnenstad, het strand, de boulevard. En de voorspellingen worden beter. De horecalockdown gaat voorzichtig van het slot.

Een wilde bij zonder bloemen is een ramp, evenals een ondernemer zonder klanten.

Mocht iemand de misschien te verwachten drukte in de binnenstad willen ontvluchten: het paradijsje, deze kleine openbare stadstuin op gemeentegrond, is op loopafstand van het centrum, de Prinsentuin. Betreed het met liefde en respect voor de gevleugelde buitenstaanders. Maar geniet van dit moois dat Vlissingen ook te bieden heeft.

Blijf allen gezond en lief voor elkaar! En probeer zoveel mogelijk onze lokale ondernemers te steunen, in wat voor vorm dan ook! Totdat de echte gasten onze stad weer bezoeken.

dinsdag 7 april 2020

...EN WE KOMEN BOVEN


Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?

Deze maand hebben we te maken met een ongenode gast. Het is niet iemand met een rolkoffertje, die op de boulevard zich door de lentebries laat meedeinen. Het is niet dat stel dat tijdens het paasweekend met de fiets vanaf de camping een bezoekje aan onze stad brengt. En laat staan dat het een Duitser of een Belg is… Onze ongenode gast houdt ze bij de grensovergang al tegen.

Terwijl de binnenstad zich deze dagen –de zon is niet bang om zich in het openbaar te vertonen- klaar zou moeten maken voor hordes gasten, is het stil op straat. Gewijzigde openingstijden veranderen in gesloten. En onze winkeliers en horeca-ondernemers weten wat gesloten betekent. 

Ondertussen verandert onze ongenode gast in een monster dat de hele wereld de afgrond in jaagt. Het is echter te laat om hem weg te sturen, zelfs uit Vlissingen. Hij heeft zich onzichtbaar genesteld in ons toekomstperspectief en laat ons balanceren op losse draadjes van angst, verdriet en wanhoop.

En toch worden op digitale en minimale afstanden van anderhalve meter koortsloos koppen bij elkaar gestoken. Want we laten we ons in Vlissingen niet zo gemakkelijk uit het veld slaan. Luctor en Emergo staan aan de horizon al te zwaaien; nee, ze steken hun duimen omhoog! De ondernemers van Vlissingen figureren in een film en zijn de helden die proberen onze ongenode gast te verslaan, te overwinnen. 




Dennis is een van de hoofdrolspelers in de movie die de binnenstad van Vlissingen boven water gaat houden. Zijn branche is momenteel onmisbaar. Onze ongenode gast dwingt ons tot fikse maatregelen. Werknemers moeten het thuis doen. Maar lukt dat met zo’n trage internetlijn? Is mijn Windows-versie compatibel met het programma dat ik van de zaak moet draaien. Heb je nog een pak printpapier, want de kinderen moeten het huiswerk overmorgen inleveren, de printer maakt overuren. Ja, ook wat cartridges! Oh, die heb je niet meer? Wanneer komen ze?  Oja, bij nader inzien zijn onze games ook wel erg verouderd. Ik moet nu echt heel dringend een nieuwe laptop, anders loop ik vast, nu ik alles thuis moet doen. En echt, Dennis, hoe meer geheugen, hoe beter. Graag ook nog een paar van die terra-externen erbij. Muis, muis. Met steeds die kinderen thuis! Weer een muis kapot! 

De ongenode gast maakt ons kapot.

Maar de strijd gaat door. De realiteit ook. In fictie kunnen we ons verlangen kwijt. En blijven we ons projecteren op een nieuwe wereld waarin de onzichtbare ongenode gast zich niet meer laat zien. 

Afgelopen weekend was ik getuige van the making van een promotiefilm over de Vlissingse binnenstad, geïnitieerd door het onlangs gelanceerde platform INVLISSINGEN (http://invlissingen.nl/) in samenwerking met de VOC.  Ondernemers in de rol van Luctor en Emergo, vol vertrouwen en power. We kunnen onze ongenode gast voorlopig niet negeren, maar dat geldt ook voor deze clip: binnenkort zult u ‘m overal op de social-media-kanalen tegenkomen en dit weekend bij Omroep Zeeland. 

Blijf allen gezond en lief voor elkaar! En probeer zoveel mogelijk onze lokale ondernemers te steunen, in wat voor vorm dan ook! Totdat de echte gasten onze stad weer bezoeken.


dinsdag 10 maart 2020

PEPER IN DE KONT

Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?




Sonja was 11 toen ze vanuit Suriname in Vlissingen aankwam. Zonder ouders en zusje, blank, maar met een oewarm accent. Dat was destijds het enige dat opviel bij haar leeftijdsgenootjes. Ze groeide verder op bij oma en nu: ze wil nooit meer weg uit Vlissingen. Sonja gaat geregeld naar de binnenstad. “Om even wat bekenden tegen te komen, de sfeer op te snuiven. Kijken wat er veranderd is…” Ze gaat graag op het Bellamypark ergens lunchen. En het Nollebos is ook één van haar favoriete plekken.

Evenals Sonja komt ook Prem uit Paramaribo. Na een lange en werkzame periode bij de Schelde is hij nu dagelijks te vinden in zijn toko in de Scheldestraat. Volgens zijn woorden: de straat met de meeste culturele mogelijkheden én de straat met de minste leegstand. Klopt. Nagenoeg alle winkelpanden zijn gevuld of bijna.

Er zijn overeenkomsten tussen Paramaribo en Vlissingen: beide steden liggen aan de monding van een rivier die richting zee gaat. En over beide steden wordt door de locals gezegd: “Het zal wel nooit meer wat worden.” 

Onlangs bezocht ik de hoofdstad van Suriname voor een project. En ja: het is hard hopen dat dingen verbeteren. Ik sprak een handvol Surinamers die -ondanks wel heel veel tegenslag- toch blijven geloven in de toekomst van het land en de hoofdstad. Bewonderingswaardig nadat onlangs 100 miljoen uit de Centrale Bank ‘verdween’. Dat is wellicht twee keer zoveel als het geld dat hier ‘verdwijnt’ omdat de mariniers niet komen. Maar onze regering is daarentegen eerlijk… En een troost voor de Vlissingers: ik heb nergens ter wereld in de binnenstad zoveel leegstand en verpaupering gezien. Gegriefde gevels en uitgehangen uithangborden getuigen van wat was, maar is dichtgespijkerd.

Sonja werd in 1973 door haar ouders naar oma in Vlissingen gestuurd, omdat de situatie door de grote stakingen in Suriname steeds grimmiger werd. Haar grootouders startten in 1956 in Paramaribo een constructiebedrijf. Sonja’s vader nam het over. Na de dood van opa ging oma terug naar Nederland en het leek iedereen beter dat Sonja daar een veilige toekomst met onderwijs zou krijgen. “Oma woonde vlak bij de Theo Thijssenschool, die toen nog in het weiland lag. Ik had meteen vriendinnetjes en voelde me thuis in Vlissingen. En oma was natuurlijk een bekende voor me. Het zorgen voor elkaar zoals in Suriname, was ook hier vanzelfsprekend.”

In die 70-er jaren viel Prem 35 kilo af. “Ik kwam als vrije vogel uit Suriname in een kooi in Vlissingen: veel te koud, hard werken en weinig landgenoten.” Die kwamen pas na de coup van 1980. Inmiddels is de Surinaamse gemeenschap in Vlissingen uitgedund. Sonja koopt nu sambal bij de tropische winkel die hij in 1998 startte.

Met wat er in de Scheldestraat gebeurt, kan Prem prima leven. Hij is trots op zijn winkel en ‘zijn straat’. Tsja, en wie er nu wel of niet naar Vlissingen willen komen? Als iedereen wat meer peper in zijn kont zou hebben?

dinsdag 11 februari 2020

DE LIEFDE GAAT DOOR DE MAAG

Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?



Britta en Marc kochten een aantal jaren geleden een mooi huisje in de binnenstad. Nog steeds zielsgelukkig, verliefd. Iedere vrijdagmiddag knalt Marc de deur van zijn notariskantoor in Aken achter zich dicht. Idem Britta, die daar als advocaat werkzaam is. En vervolgens knallen ze naar Vlissingen, naar hun perfecte tweede huis in de Nieuwstraat. Het is slechts twee uur en een kwartiertje rijden. Marc loopt regelmatig hard op de boulevard, in de hoop een keer aan de kustmarathon deel te nemen.

Ergens aan de Boulevard de Ruyter wonen nog meer buitenstaanders met een tweede huis. De Belgische loodsen. Week op en week af, maar het echte, warme gevoel van het tweede huis biedt de oorspronkelijke Belgische Loodsensociëteit, waar ze 24 uur per dag terecht kunnen voor een hap en een drank. De loodsen verlaten hun geliefde, gezin en vrienden voor een week om in Vlissingen te komen werken.

Marc: “Al onze vrienden en kennissen verklaarden ons voor gek. Wat heb je nu in Vlissingen te zoeken? En daarna: waarom moet je daar ieder weekend heen?”

Eten? 

Britta en Marc genieten van de Zeeuwse keuken, de gezellige restaurants die vaak nog in familiehanden zijn. Restaurants die niet bij een keten aangesloten zijn, maar waar de eigenaren zelf hun aardappelen schillen, hun inkoop lokaal regelen. Volgens Marc: “We vinden in Vlissingen fantastische restaurants en cafés. Bijzonder zijn De Gecroonde Liefde en Castafiore; we gaan graag ontbijten en Kust -hele sympathieke eigenaren- en we houden tijdens de zomer van de terrassen van Pier 7 en De Belgische Loodsensociëteit en De Punt. We hebben ook een aantal keren in de Timmerfabriek gedineerd, een prachtige locatie en geweldig eten! En er zijn zoveel culinaire plekjes die we nog niet kennen…  Maar het belangrijkste waarom we zo van Vlissingen houden: de aardige, tolerante mensen en de altijd goede humor van deze Vlissingers!”

Ondertussen zijn al die Akense vrienden, familie en kennissen al een keer in Vlissingen geweest om een antwoord te krijgen op de vraag “Waarom moet je daar ieder weekend heen?” Marc gniffelt als hij vertelt over de open monden van verbazing: de stad, het strand, de luchten, het licht, de natuur, de boulevard, de restaurantjes…

En ondertussen worden in al die authentieke restaurants in de binnenstad en aan de Boulevard met zo veel liefde maaltijden bereid. Ook in de Belgische Loodsensociëteit. Niet alleen voor de Belgische Loodsen. Voor Marc en Britta en al die anderen die zich graag te gast en thuis voelen in Vlissingen. 

De Vlissingse liefde gaat door de maag. Op 14 februari serveren onze restaurants iets liefdevols om te delen, van te genieten. Komt u?

dinsdag 14 januari 2020

KLEUR BEKENNEN

Laten we 2020 inkoppen met twee belangrijke merkwaarden van Vlissingen: gastvrij (iedereen is welkom) en kleurrijk (historie, contrasten en diversiteit) Het thema dit jaar van de maandelijkse VOC-pagina’s is dus onze kleurrijke gastvrijheid. En wie genieten hier van? Niet alleen de toeristen, die voor Vlissingen zo belangrijk zijn. Ook de anderen die ‘van buiten’ komen, zoals studenten, tijdelijke werknemers, Belgen en Duitsers die hier een tweede woning bezitten, nieuwe inwoners van het te realiseren Scheldekwartier. En uiteraard de Vlissingers zelf. Want de ondernemers van de binnenstad heten iedereen van harte welkom!




Iedere maand op deze pagina het woord aan of over die outsiders die van de stad houden. En andersom: de stad die  outsiders omarmt.

De stap van boulevard naar binnenstad blijft een kwetsbare route. Gelukkig doen de ondernemers en bewoners van het Bellamypark er alles aan om deze overgang zo veel mogelijk kleur te geven. Benamingen voor de kleuren op de gevels als wortel, tuinboon, zeewier, september, cantaloupe en alchemist komen het dichtst in de buurt, maar als ik verder kijk, is de voormalige haven van Vlissingen een werkelijke optelsom van een uit- en inheemse kleurenpracht. Hoe uitnodigend! 

De kameleon gaat zijn eigen gang, wars van welke kleurentrend dan ook. Het zit in zijn genen om mee te bewegen, altijd op z’n hoede. Hij en de zijnen hebben het toch maar mooi voor elkaar om in deze stad te zijn opgevangen. Gered van de illegale smokkelmoord, huisuitzetting  of andere ellende. En de ene dag groen, de andere dag een tikkeltje minder groen: niemand maakt bezwaar. Veel van de reptielen, amfibieën en geleedpotigen mogen terug naar hun natuurlijke habitat of een veilige plek. Of ze worden zo goed mogelijk begeleid in het Vlissingse, met dank aan de vele behulpzame medewerkers en vrijwilligers. 

Waren we allemaal maar een kameleon. 

Als ik het Bellamypark verder bewandel, tref ik nog meer kleuren. Bladerend in de Flexa-of-andere-kleurengids, lees ik selderij, walnoot en verleiding. Ja, de verleiding is groot met zo’n arsenaal aan scharkeringen.

De kameleon krabt zich met zijn andere poot en heeft medelijden met de verleidingen van welstandscommissies die zich serieus om 231 pagina’s en 231 kleurbenamingen moeten bekommeren. 

Ook rondom het Bellamypark -in de straatjes zoals Nieuwstraat, Oude Markt en Groenewoud- hebben de liefhebbende pandeigenaren hun mooiste kleuren vereeuwigd en vergeveld. Een oprecht duel tussen schreeuwend en fluisterend, maar alles in harmonie met de selling-points. En meer dan kleurrijk.

De kameleon denkt: ik heb een dikke huid. Al millennia lang, dus het zal mijn tijd wel duren, dat gekibbel over kleur. 


En om met de kleurengids af te sluiten: zowel maritiem als stoer komen in het gamma voor. Laten dat nu nét de andere twee merkwaarden van Vlissingen zijn. Maritiem staat voor water, helden en blauw en tussen haakjes achter stoer staat: mentaliteit, dapper en doortastend. En ja, maritiem en stoer zijn blauw. En over deze kleuren heeft niets of niemand iets te zeggen, want die zijn er gewoon, soms iets lichter, soms iets helderder: de lucht, de zee, de Schelde.