Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?
Voorzichtige zuchten van verlichting, afgeschudde gezonde angst voor de nieuwe start. De binnenstad van Vlissingen legt oren te luister en hoort weer buitenlandse stemmen in de straat. Stap voor stap nieuwe gezichten na maandenlang steeds groeten, knikken en zwaaien tegen ons kent ons. Fietsers die geen idee hebben dat je dat in de Walstraat niet mag, fietsen. En waar handhavers ontbreken, zien we een kleurrijke en opkrabbelende binnenstad, waar vol trots weer tafeltjes, uithangborden en een vriendelijk onthaal een gevoel van gastvrijheid symboliseren. En niet alleen de Duitsers en de Belgen, maar ook de Nederlanders hebben Vlissingen ontdekt!
Die outsider en ongenode gast die iedereen de laatste maanden onderuit probeerde te halen, is nog niet helemaal weg. Maar hij gunt ons -naast helaas veel slachtoffers- ook weer een nieuw leven. Een leven waarin iedereen een beetje tot bezinning heeft kunnen komen als het gaat om verantwoordelijkheid, duurzaamheid en gezondheid.
Loop door de Walstraat en houd een willekeurige fietser aan. Het is een toerist. En wat vindt deze toerist van de binnenstad? “Zo leuk, al die kleine aparte winkeltjes!” en “Zo gezellig, al die bijzondere winkeltjes.”
Het leuke is, dat sommige van die bijzondere, aparte kleine winkeltjes gerund worden door buitenstaanders die hun oog op een onderneming in Vlissingen hebben laten vallen. Ze hebben hun geboortegrond verlaten om hier in de binnenstad hun passie en filosofie te delen met anderen. Rich uit Groot-Brittannië, Dani uit Antwerpen. Bij de Juicebar zie je de Afrikaanse invloeden en stap je in een kleurrijke andere wereld. Een eerlijke wereld vol duurzaamheid en verantwoordelijkheid. Deze begrippen staan ook bovenaan bij zowel Johnsons als ’t Pothuys, waar zorgvuldige keuzes worden gemaakt om de wereld beter en gezonder te maken. En om Vlissingen beter te maken.
En niet alleen met bewuste keuzes onderscheiden de ondernemers in de binnenstad zich. Rich: “We houden rekening met elkaar, vullen elkaar aan en daardoor versterken we elkaar. Ik verkoop geen smoothies en juices, dus ik verwijs naar Siamak van de Juicebar, de lekkerste broodjes heb ik niet, maar Jose van la Bella Cucina wel.” Dani: “Ik verkoop alleen dingen waar ik echt 100% achter sta en als ik weet dat ze echt verantwoord zijn gemaakt.”
En zo proberen we na de Coronacrisis samen het goede leven in de binnenstad weer op de kaart te zetten, voor de toeristen en voor onszelf.
Hoe leer je een stad kennen? Na het project Vlisdingen en de uitgave van het boek, schrijf en teken ik gewoon lekker door!
Posts tonen met het label Vlissingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vlissingen. Alle posts tonen
dinsdag 19 mei 2020
dinsdag 10 maart 2020
PEPER IN DE KONT
Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis, de immigrant: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?
Sonja was 11 toen ze vanuit Suriname in Vlissingen aankwam. Zonder ouders en zusje, blank, maar met een oewarm accent. Dat was destijds het enige dat opviel bij haar leeftijdsgenootjes. Ze groeide verder op bij oma en nu: ze wil nooit meer weg uit Vlissingen. Sonja gaat geregeld naar de binnenstad. “Om even wat bekenden tegen te komen, de sfeer op te snuiven. Kijken wat er veranderd is…” Ze gaat graag op het Bellamypark ergens lunchen. En het Nollebos is ook één van haar favoriete plekken.
Evenals Sonja komt ook Prem uit Paramaribo. Na een lange en werkzame periode bij de Schelde is hij nu dagelijks te vinden in zijn toko in de Scheldestraat. Volgens zijn woorden: de straat met de meeste culturele mogelijkheden én de straat met de minste leegstand. Klopt. Nagenoeg alle winkelpanden zijn gevuld of bijna.
Er zijn overeenkomsten tussen Paramaribo en Vlissingen: beide steden liggen aan de monding van een rivier die richting zee gaat. En over beide steden wordt door de locals gezegd: “Het zal wel nooit meer wat worden.”
Onlangs bezocht ik de hoofdstad van Suriname voor een project. En ja: het is hard hopen dat dingen verbeteren. Ik sprak een handvol Surinamers die -ondanks wel heel veel tegenslag- toch blijven geloven in de toekomst van het land en de hoofdstad. Bewonderingswaardig nadat onlangs 100 miljoen uit de Centrale Bank ‘verdween’. Dat is wellicht twee keer zoveel als het geld dat hier ‘verdwijnt’ omdat de mariniers niet komen. Maar onze regering is daarentegen eerlijk… En een troost voor de Vlissingers: ik heb nergens ter wereld in de binnenstad zoveel leegstand en verpaupering gezien. Gegriefde gevels en uitgehangen uithangborden getuigen van wat was, maar is dichtgespijkerd.
Sonja werd in 1973 door haar ouders naar oma in Vlissingen gestuurd, omdat de situatie door de grote stakingen in Suriname steeds grimmiger werd. Haar grootouders startten in 1956 in Paramaribo een constructiebedrijf. Sonja’s vader nam het over. Na de dood van opa ging oma terug naar Nederland en het leek iedereen beter dat Sonja daar een veilige toekomst met onderwijs zou krijgen. “Oma woonde vlak bij de Theo Thijssenschool, die toen nog in het weiland lag. Ik had meteen vriendinnetjes en voelde me thuis in Vlissingen. En oma was natuurlijk een bekende voor me. Het zorgen voor elkaar zoals in Suriname, was ook hier vanzelfsprekend.”
In die 70-er jaren viel Prem 35 kilo af. “Ik kwam als vrije vogel uit Suriname in een kooi in Vlissingen: veel te koud, hard werken en weinig landgenoten.” Die kwamen pas na de coup van 1980. Inmiddels is de Surinaamse gemeenschap in Vlissingen uitgedund. Sonja koopt nu sambal bij de tropische winkel die hij in 1998 startte.
Met wat er in de Scheldestraat gebeurt, kan Prem prima leven. Hij is trots op zijn winkel en ‘zijn straat’. Tsja, en wie er nu wel of niet naar Vlissingen willen komen? Als iedereen wat meer peper in zijn kont zou hebben?
Sonja was 11 toen ze vanuit Suriname in Vlissingen aankwam. Zonder ouders en zusje, blank, maar met een oewarm accent. Dat was destijds het enige dat opviel bij haar leeftijdsgenootjes. Ze groeide verder op bij oma en nu: ze wil nooit meer weg uit Vlissingen. Sonja gaat geregeld naar de binnenstad. “Om even wat bekenden tegen te komen, de sfeer op te snuiven. Kijken wat er veranderd is…” Ze gaat graag op het Bellamypark ergens lunchen. En het Nollebos is ook één van haar favoriete plekken.
Evenals Sonja komt ook Prem uit Paramaribo. Na een lange en werkzame periode bij de Schelde is hij nu dagelijks te vinden in zijn toko in de Scheldestraat. Volgens zijn woorden: de straat met de meeste culturele mogelijkheden én de straat met de minste leegstand. Klopt. Nagenoeg alle winkelpanden zijn gevuld of bijna.
Er zijn overeenkomsten tussen Paramaribo en Vlissingen: beide steden liggen aan de monding van een rivier die richting zee gaat. En over beide steden wordt door de locals gezegd: “Het zal wel nooit meer wat worden.”
Onlangs bezocht ik de hoofdstad van Suriname voor een project. En ja: het is hard hopen dat dingen verbeteren. Ik sprak een handvol Surinamers die -ondanks wel heel veel tegenslag- toch blijven geloven in de toekomst van het land en de hoofdstad. Bewonderingswaardig nadat onlangs 100 miljoen uit de Centrale Bank ‘verdween’. Dat is wellicht twee keer zoveel als het geld dat hier ‘verdwijnt’ omdat de mariniers niet komen. Maar onze regering is daarentegen eerlijk… En een troost voor de Vlissingers: ik heb nergens ter wereld in de binnenstad zoveel leegstand en verpaupering gezien. Gegriefde gevels en uitgehangen uithangborden getuigen van wat was, maar is dichtgespijkerd.
Sonja werd in 1973 door haar ouders naar oma in Vlissingen gestuurd, omdat de situatie door de grote stakingen in Suriname steeds grimmiger werd. Haar grootouders startten in 1956 in Paramaribo een constructiebedrijf. Sonja’s vader nam het over. Na de dood van opa ging oma terug naar Nederland en het leek iedereen beter dat Sonja daar een veilige toekomst met onderwijs zou krijgen. “Oma woonde vlak bij de Theo Thijssenschool, die toen nog in het weiland lag. Ik had meteen vriendinnetjes en voelde me thuis in Vlissingen. En oma was natuurlijk een bekende voor me. Het zorgen voor elkaar zoals in Suriname, was ook hier vanzelfsprekend.”
In die 70-er jaren viel Prem 35 kilo af. “Ik kwam als vrije vogel uit Suriname in een kooi in Vlissingen: veel te koud, hard werken en weinig landgenoten.” Die kwamen pas na de coup van 1980. Inmiddels is de Surinaamse gemeenschap in Vlissingen uitgedund. Sonja koopt nu sambal bij de tropische winkel die hij in 1998 startte.
Met wat er in de Scheldestraat gebeurt, kan Prem prima leven. Hij is trots op zijn winkel en ‘zijn straat’. Tsja, en wie er nu wel of niet naar Vlissingen willen komen? Als iedereen wat meer peper in zijn kont zou hebben?
dinsdag 14 januari 2020
KLEUR BEKENNEN
Laten we 2020 inkoppen met twee belangrijke merkwaarden van Vlissingen: gastvrij (iedereen is welkom) en kleurrijk (historie, contrasten en diversiteit) Het thema dit jaar van de maandelijkse VOC-pagina’s is dus onze kleurrijke gastvrijheid. En wie genieten hier van? Niet alleen de toeristen, die voor Vlissingen zo belangrijk zijn. Ook de anderen die ‘van buiten’ komen, zoals studenten, tijdelijke werknemers, Belgen en Duitsers die hier een tweede woning bezitten, nieuwe inwoners van het te realiseren Scheldekwartier. En uiteraard de Vlissingers zelf. Want de ondernemers van de binnenstad heten iedereen van harte welkom!
Iedere maand op deze pagina het woord aan of over die outsiders die van de stad houden. En andersom: de stad die outsiders omarmt.
De stap van boulevard naar binnenstad blijft een kwetsbare route. Gelukkig doen de ondernemers en bewoners van het Bellamypark er alles aan om deze overgang zo veel mogelijk kleur te geven. Benamingen voor de kleuren op de gevels als wortel, tuinboon, zeewier, september, cantaloupe en alchemist komen het dichtst in de buurt, maar als ik verder kijk, is de voormalige haven van Vlissingen een werkelijke optelsom van een uit- en inheemse kleurenpracht. Hoe uitnodigend!
De kameleon gaat zijn eigen gang, wars van welke kleurentrend dan ook. Het zit in zijn genen om mee te bewegen, altijd op z’n hoede. Hij en de zijnen hebben het toch maar mooi voor elkaar om in deze stad te zijn opgevangen. Gered van de illegale smokkelmoord, huisuitzetting of andere ellende. En de ene dag groen, de andere dag een tikkeltje minder groen: niemand maakt bezwaar. Veel van de reptielen, amfibieën en geleedpotigen mogen terug naar hun natuurlijke habitat of een veilige plek. Of ze worden zo goed mogelijk begeleid in het Vlissingse, met dank aan de vele behulpzame medewerkers en vrijwilligers.
Waren we allemaal maar een kameleon.
Als ik het Bellamypark verder bewandel, tref ik nog meer kleuren. Bladerend in de Flexa-of-andere-kleurengids, lees ik selderij, walnoot en verleiding. Ja, de verleiding is groot met zo’n arsenaal aan scharkeringen.
De kameleon krabt zich met zijn andere poot en heeft medelijden met de verleidingen van welstandscommissies die zich serieus om 231 pagina’s en 231 kleurbenamingen moeten bekommeren.
Ook rondom het Bellamypark -in de straatjes zoals Nieuwstraat, Oude Markt en Groenewoud- hebben de liefhebbende pandeigenaren hun mooiste kleuren vereeuwigd en vergeveld. Een oprecht duel tussen schreeuwend en fluisterend, maar alles in harmonie met de selling-points. En meer dan kleurrijk.
De kameleon denkt: ik heb een dikke huid. Al millennia lang, dus het zal mijn tijd wel duren, dat gekibbel over kleur.
En om met de kleurengids af te sluiten: zowel maritiem als stoer komen in het gamma voor. Laten dat nu nét de andere twee merkwaarden van Vlissingen zijn. Maritiem staat voor water, helden en blauw en tussen haakjes achter stoer staat: mentaliteit, dapper en doortastend. En ja, maritiem en stoer zijn blauw. En over deze kleuren heeft niets of niemand iets te zeggen, want die zijn er gewoon, soms iets lichter, soms iets helderder: de lucht, de zee, de Schelde.
Iedere maand op deze pagina het woord aan of over die outsiders die van de stad houden. En andersom: de stad die outsiders omarmt.
De stap van boulevard naar binnenstad blijft een kwetsbare route. Gelukkig doen de ondernemers en bewoners van het Bellamypark er alles aan om deze overgang zo veel mogelijk kleur te geven. Benamingen voor de kleuren op de gevels als wortel, tuinboon, zeewier, september, cantaloupe en alchemist komen het dichtst in de buurt, maar als ik verder kijk, is de voormalige haven van Vlissingen een werkelijke optelsom van een uit- en inheemse kleurenpracht. Hoe uitnodigend!
De kameleon gaat zijn eigen gang, wars van welke kleurentrend dan ook. Het zit in zijn genen om mee te bewegen, altijd op z’n hoede. Hij en de zijnen hebben het toch maar mooi voor elkaar om in deze stad te zijn opgevangen. Gered van de illegale smokkelmoord, huisuitzetting of andere ellende. En de ene dag groen, de andere dag een tikkeltje minder groen: niemand maakt bezwaar. Veel van de reptielen, amfibieën en geleedpotigen mogen terug naar hun natuurlijke habitat of een veilige plek. Of ze worden zo goed mogelijk begeleid in het Vlissingse, met dank aan de vele behulpzame medewerkers en vrijwilligers.
Waren we allemaal maar een kameleon.
Als ik het Bellamypark verder bewandel, tref ik nog meer kleuren. Bladerend in de Flexa-of-andere-kleurengids, lees ik selderij, walnoot en verleiding. Ja, de verleiding is groot met zo’n arsenaal aan scharkeringen.
De kameleon krabt zich met zijn andere poot en heeft medelijden met de verleidingen van welstandscommissies die zich serieus om 231 pagina’s en 231 kleurbenamingen moeten bekommeren.
Ook rondom het Bellamypark -in de straatjes zoals Nieuwstraat, Oude Markt en Groenewoud- hebben de liefhebbende pandeigenaren hun mooiste kleuren vereeuwigd en vergeveld. Een oprecht duel tussen schreeuwend en fluisterend, maar alles in harmonie met de selling-points. En meer dan kleurrijk.
De kameleon denkt: ik heb een dikke huid. Al millennia lang, dus het zal mijn tijd wel duren, dat gekibbel over kleur.
En om met de kleurengids af te sluiten: zowel maritiem als stoer komen in het gamma voor. Laten dat nu nét de andere twee merkwaarden van Vlissingen zijn. Maritiem staat voor water, helden en blauw en tussen haakjes achter stoer staat: mentaliteit, dapper en doortastend. En ja, maritiem en stoer zijn blauw. En over deze kleuren heeft niets of niemand iets te zeggen, want die zijn er gewoon, soms iets lichter, soms iets helderder: de lucht, de zee, de Schelde.
dinsdag 8 oktober 2019
MANNEN TUSSEN STAAL
Nu gaat het ineens heel snel! De steeds terugkerende zomerse temperaturen zijn definitief verjaagd door de herfst. Striemen regen slaan wild om zich heen en verpletteren straten, pleinen en boulevard met een weerspiegeling van grijze luchten. Hier en daar torent er iets in de lucht en wijst een ketting naar de hemel. Een prik in de toekomst en een omarming naar het verleden. Een prik in het wolkendek om er af en toe een zonnestraal uit te laten ontsnappen.
Mannen tussen staal, weer of wind. Waar destijds een champagnefles tegen een trots, nieuw schip spatte, lopen straks nieuwe bewoners vanuit de binnenstad met hun boodschappen.
Nu gaat het ineens heel snel! De champagne moet nog even wachten, maar het pannenbier is bijna in zicht. De voormalige Ketelmakerij van de Scheldewerf krijgt een nieuwe outfit en bouwt verder op de oude funderingen die twee jaar geleden tevoorschijn kwamen. In rap tempo verschijnen de eerste casco’s en per dag gebeurt er iets op het terrein. Heimachines kloppen de fundamenten ritmisch in de historische grond en blokken E en F klimmen in beton omhoog.
De mannen tussen staal keren het hele gebeuren vooralsnog even de rug toe. En vertalen het ritmisch heien in hun eigen herinnering; klinken de ankerkettingen aan elkaar en slaan met hun hamers hun eigen toekomstmuziek.
En weer is daar die regen. Vierkante meters plassen met een prachtige reflectie van het verleden. IJverig gaan de werkzaamheden in Ketelmakerij E en F door.
Over een poosje zal blijken hoe snel het ineens is gegaan. De mannen tussen staal zullen vanaf de Helling trots over het water kijken, weer of wind. Nieuwe bewoners bevolken dan het nieuwe Vlissingse hart, geven kleur aan het verleden. In weer en wind. En ergens anders klinkt de echo van een hamer.
Mannen tussen staal, weer of wind. Waar destijds een champagnefles tegen een trots, nieuw schip spatte, lopen straks nieuwe bewoners vanuit de binnenstad met hun boodschappen.
Nu gaat het ineens heel snel! De champagne moet nog even wachten, maar het pannenbier is bijna in zicht. De voormalige Ketelmakerij van de Scheldewerf krijgt een nieuwe outfit en bouwt verder op de oude funderingen die twee jaar geleden tevoorschijn kwamen. In rap tempo verschijnen de eerste casco’s en per dag gebeurt er iets op het terrein. Heimachines kloppen de fundamenten ritmisch in de historische grond en blokken E en F klimmen in beton omhoog.
De mannen tussen staal keren het hele gebeuren vooralsnog even de rug toe. En vertalen het ritmisch heien in hun eigen herinnering; klinken de ankerkettingen aan elkaar en slaan met hun hamers hun eigen toekomstmuziek.
En weer is daar die regen. Vierkante meters plassen met een prachtige reflectie van het verleden. IJverig gaan de werkzaamheden in Ketelmakerij E en F door.
Over een poosje zal blijken hoe snel het ineens is gegaan. De mannen tussen staal zullen vanaf de Helling trots over het water kijken, weer of wind. Nieuwe bewoners bevolken dan het nieuwe Vlissingse hart, geven kleur aan het verleden. In weer en wind. En ergens anders klinkt de echo van een hamer.
dinsdag 10 september 2019
FILM
Al jaren staat Vlissingen in september in de spotlights. Liefhebbers van film en literatuur, acteurs, regisseurs en schrijvers bevolken tien dagen lang onze stad. Ze overnachten, eten, genieten tussendoor van die mooie plekken achter het kloppende CCXL-hart: die unieke boulevard. En van het kloppende hart aan de andere kant: de binnenstad, waar in de afgelopen jaren toch steeds meer “bijzondere zaakjes zijn gekomen” volgens de jaarlijks terugkerende festivalganger.
Het 21e internationale Film by the Sea opent dit jaar met de film La Belle Epoque. Maar niets is wat het lijkt in een mooi tijdperk. De hoofdpersoon denkt terug in de tijd te zijn, zo’n veertig jaar, om de ontmoeting met zijn eerste geliefde opnieuw te beleven. 1974.
Film kan je terugbrengen in een andere werkelijkheid, kan spelen met herinneringen en sentimenten. En wat is het soms heerlijk om terug te blikken... Kijk eens met andere ogen. Dat is het mooie van film. Maar niet is wat het lijkt.
Een filmische blik op de archieven van 1974 geeft ons een beeld van een bioscoop op de hoek Spuistraat en Coosje Buskenstraat: Alhambra.
Film by the Sea raakt met de keuze van haar openingsfilm een gevoelige plaat en het netvlies van de Vlissingers. Laten we zoals de hoofpersoon ook eens teruggaan naar 1974; wat er toen nog allemaal was, “en ondertussen is gesloopt”. Coosje Busken was nog twee richtingen en je kon gewoon tanken in de stad! Wie wil er terug naar deze tijd? Zet een aantal inwoners bij elkaar en iedereen kan schitteren in de meest melancholische hoofdrol van de film die Vlissingen heet.
Achter dit melancholische decor worden straks weer bijzondere, indrukwekkende en memorabele momenten op witte doeken geprojecteerd, wordt nagebabbeld over de impact van thema’s, nageborreld. Er zijn momenten die herinneringen op een andere wijze prikkelen. Het filmfestival laat zien dat Vlissingen meer is dan een plaats met een mooie bioscoop.
Verschillende kleuren, meningen, gedachten, inspiraties en nationaliteiten ontmoeten en bevliegen elkaar. En ondertussen bieden we iedereen die waardevolle extra’s: de boulevard en die bijzondere zaakjes in de binnenstad. En voor diegenen aan wie een carrière op het witte doek voorbijging: niets is wat het lijkt, en kijk eens met andere ogen.
woensdag 13 maart 2019
maandelijkse column Vlissingse Bode
LENTE & AL DENTE, Vlissingen en Italië
Al dente. Dat is Italiaans. En het betekent: nog net niet gaar, nog net niet klaar. De lente doet haar best, bellissimo! Maar ze is nog net niet helemaal capabel om haar tanden in de afkwakkelende winter te zetten.
Al dente. Dat is Italiaans. En het betekent: nog net niet gaar, nog net niet klaar. De lente doet haar best, bellissimo! Maar ze is nog net niet helemaal capabel om haar tanden in de afkwakkelende winter te zetten.
Wat heeft
Vlissingen met Italië? Ik zou het me niet hebben afgevraagd als het me niet was
opgevallen dat de tekst op het beeld van Michiel de Ruyter een Italiaanse spits
afbijt. Aan de voorzijde nog wel!
michaëli.
adriani
filio.
RVITERO.
P.
anno mdcccxli.
anno mdcccxli.
Onze
Vlissingse held stierf voor de kust van Syracuse, een strategische plek op het
eiland Sicilië, Italië. En dan hebben we het over het jaar 1676.
Terug naar
het beeld van Michiel. In juni 1894 werd het beeld verplaatst van het De
Ruyterplein naar het Keizersbolwerk en in 2010 moest Michiel worden gerestaureerd.
Blijkbaar wil ieder mens sporen nalaten; tijdens deze laatste actie werden
onder de sokkel van het beeld documenten gevonden. Oorkondes uit 1841 en 1894.
Plus een stiekem extraatje van de loodgieter die destijds de loden kokers met
oorkondes dicht moest solderen. Hij voegde een handgeschreven briefje en 8
foto’s toe.
Maar wat
heeft Italië met Vlissingen? Dus ook iets. Want die twee kanonnen links en
rechts zijn in 1905 zijn gered uit de Straat van Messina (boven Syracuse) waar
Michiel tijdens zijn laatste slag in 1676 door kanonskogels zijn benen en
uiteindelijk zijn leven verloor. Italië was bereid ze aan de Nederlandse Staat
te verkopen en Vlissingen heeft ze in bruikleen. Of: alles van waarde is
weerloos.
Omdat we dus
allemaal herinneringen willen blijven koesteren, heeft een oude Vlissinger in
de vorige eeuw een briefje van honderd gulden verstopt en begraven. Dé honderd
gulden, het bekende bruine biljet met Michiel. Hij zegt dat hij het in een
plastic Tupperware-bakje heeft gedaan, samen met een zak
vocht-absorptiekorrels. Nee, hij had toen nog geen idee van de Euro, maar die
snip en de steenuil als opvolger van Michiel vond ‘ie maar niks. Helaas, het
inwisselen van het biljet bij De Nederlandse Bank kon tot uiterlijk 25 juli
2017. Maar Google er even op los en je vindt al snel een bod van € 200,- van
een verzamelaar. (en dat is bijna 400.000 Italiaanse Lire)
Wie zal dit
ludieke Tupperware-kluisje ooit opsporen? En waar in Vlissingen? Laten we
afspreken dat de eerlijke vinder de inhoud besteedt ergens in onze stad.
Vlissingen kent een aantal bijzondere plekjes waar je Italië kan proeven,
voelen, ruiken. Maar Italië staat ook bekend om haar schoenen & laars,
mode, design, tassen, sieraden. Dus
waarom zou je eigenlijk naar Italië gaan…
Dus zetten
we onze tanden in Vlissingen! Beetgaar, want we moeten wel wat te kauwen
hebben. Toch? En dan op naar de lente!
woensdag 13 februari 2019
MAANDELIJKSE COLUMN VLISSINGSE BODE
De hoogste tijd om dit blog weer eens te activeren. Reden: een miljoenencontract met de plaatselijke krant dwingt me iedere maand iets over Vlissingen te schrijven. En voor iedereen die die krant niet krijgt of in Roodeschool woont, bij deze!
Ik
begrijp er alles van! Ik begrijp wat de stad geeft, deze gekke stad Vlissingen.
Omarm de
liefde, omarm de stad!
De liefde is aanwezig;
ze hangt altijd in de lucht
als een meeuw, deinend op de wind.
De Boulevard is immer bezig
met hetgeen dat haar bemint
wie zoeken wil die vindt
een bevredigende zucht.
ze hangt altijd in de lucht
als een meeuw, deinend op de wind.
De Boulevard is immer bezig
met hetgeen dat haar bemint
wie zoeken wil die vindt
een bevredigende zucht.
Poëtischer
kan ik het niet samenvatten.
Het mooie
van het wonen aan de Boulevard is die niet-te-vermijden-liefde. Weer of geen
weer, Valentijnsdag of iedere willekeurige dag: mijn dag wordt iedere keer weer
gemaakt door de verrassende en ontroerende taferelen van zoenende en innig
verstrengelde stellen. Mensen die genieten. De Duitse ouderen zijn het
fanatiekst en ‘gymnastieken’ met lange armen en hun smartphone om de blauwe Begonia,
Freesia of Magnolia toch nog zo groot mogelijk op hun selfie te krijgen. Samen
met die kus. De jeugdigen gaan soms genadeloos te keer, zich niet realiserend
dat een heel flatgebouw meegeniet. De paringsdans wordt af en toe aangekondigd
met een prettige beatbox. Ja, ik word er altijd vrolijk van. En Frans, Michiel,
Marthe, Blikje, de bruid en de man met de sigaret ook. Het is maar met welke
ogen je Vlissingen beschouwt.
Vlissingen
en de liefde. Jacobus Bellamy dichtte er eind 18e eeuw begeerlijk op
los met koralen lipjes, bevallige rozenmonden en hemelnectar. Stop deze mooie
woorden in een doosje, pak het vrolijk in en ziehier ons Valentijnscadeau. De
waarheid die we eindelijk onder ogen mogen en moeten zien, werd in dezelfde
tijd al door de in Vlissingen geboren Betje Wolff gedicteerd:
Wat, zoete meisje, deed u dus verandren?
Wat geeft u toch de stad? 'k versta er niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren
'k versta er niets van?
Wat geeft u toch de stad? 'k versta er niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren
'k versta er niets van?
Laten u, u
en u en jullie allemaal de stad weer beminnen. Met het Scheldewater stroomt de
liefde al binnen en voor je het weet, dein je mee op de wind. Als een toerist
met lange armen richting de stad, lange armen waarmee je Vlissingen kunt
omarmen: het Bellamypark waar de schrijvende helden glimlachend op ons
neerkijken, en stiekem knipogen als we onze hernieuwde verwondering vertalen in
een vreugdedans of prille zoen. De gepassioneerde ondernemers willen u met de liefde
voor hun vak verleiden, geniet van het culinaire genot en eindig met die
prachtige oranje gloed op de Boulevard.
Poëtischer
kan ik het niet maken.
Ik heb
makkelijk praten. Ik ben niet behept met spijt van verloren glorie, en ik kick
niet op klagen. Alle liefs aan Vlissingen, de stad die mij heeft omarmd. Ik ben
die stille aanbidder.
woensdag 8 november 2017
10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie, deel 6
...omdat het vandaag een jaar geleden is dat ik kennismaakte met de heren op het bankje.
Sinds ik met de heren op het ‘leugenbankje’ heb kennisgemaakt (8
november 2016) loop ik af toe naar het Keizersbolwerk om even te kletsen. Of
slap te ouwehoeren. Met Sjouke heb ik een bijzondere band. We komen allebei uit Groningen en het is grappig om
met je kop in de Scheldewind je moerstaal samen te spreken, terwijl de andere
afkeurend roepen: “Hier in Vlissingen wordt geen Gronings gepraat!” De laatste
keer vertelde hij verdrietig dat zijn dochter na ziekbed was overleden. Een intiem moment.
Intimiteit beleefde ik ook in Casamaggiore. In 2015 portretteerde ik
ongeveer 50 inwoners van het kleine dorpje. Het zijn allemaal mensen die ik in
meer of mindere mate ken. De keuze om ze ‘van achteren’ vast te leggen was
bewust: minder confronterend en tegelijkertijd veel meer zeggend, veel meer… Ik
overviel ze door onaangekondigd aan te bellen. Sommigen voelden zich
ongemakkelijk: wilden zich eerst omkleden, de keukentafel opruimen. Maar ik
wilde ze juist in dat onaangekondigde moment portretteren. De ouders van Anna zijn lieve schatten: samen
zijn ze allebei weer een klein beetje kind aan het worden, dus ze houden elkaar
in stand. In Italië leven families vaak in één huis, dus van een
verzorgingstehuis of thuiszorg is geen sprake. Iedereen houdt een oogje in het
zeil.
Zoals ook de heren op het bankje op de kop van de Boulevard de Ruyter
altijd een oogje in het zeil houden.
De overeenkomst tussen de twee tekeningen is dat het gaat over ouder
worden en veel te vertellen hebben, over vroeger.
maandag 23 oktober 2017
deel 5 van de 10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie
Sinds we aan de Boulevard zijn aangespoeld, tikt het
carillon van de Sint Jacobskerk ons regelmatig op de vingers. Soms met een
klokslag teveel, in onze beleving. "Is het al zo laat?" In
het onregelmatig optredende melodieuze klokgelui denk ik soms oude popsongs te
horen. Dus tijd om iets bijzonders te gaan beleven: een nieuwjaarsconcert
waarin de muzikanten van Koninklijke Harmonie Ons Genoegen optreden met de
jongens van de Hobbyisten. We horen nu de kerk niet van buiten, maar van
binnen. Hoe mooi!
In mijn Italiaanse omgeving hebben sommige huizen een eigen
kapelletje. De panden zijn meestal al eeuwen familiebezit en die kapelletjes en
nisjes gaan al die eeuwen mee. Op het landgoed van Annarita staat zelfs een
heus kerkje, een paar bankjes en plek voor een stuk of twintig bezoekers.
Annarita vindt het fijn om af en toe wat muzikanten en een select
gezelschap uit te nodigen, waar we dankbare gasten zijn. Ook bijzonder.
Mijn atelier bevindt zich naast de oude kerk van
Casamaggiore. Zo’n zes, zeven keer per jaar verzorgt regiopastoor Don Piero een
gelegenheidsdienst en dan is het vooral een social event waar ik iedereen uit
het dorp tezamen zie. Omdat de oude kerk verder niet wordt gebruikt, heb ik er
een aantal keren exposities en een concert mogen organiseren. Gabriele
Putzulu speelde de sterren van de hemel op zijn klassieke gitaar. Dezelfde
Gabriele kwam ik een maand later tegen op een ander feest waar hij het hele
repertoire van de Red Hot Chili Peppers wegkraste.
Kortom, hoe bijzondere locaties en bijzonder talent
samensmelten…
donderdag 30 maart 2017
AUKE TEKENDE VLISSINGEN
DONDERDAG 30 maart 2017
een hele oude tekening uit 1962
Auke was 8
Ik zie de Scheldekraan, een schip in aanbouw, een sleepboot, nog een schip...
Mijn lieve Auke is vandaag jarig. Hoe ontroerend mooi dat ik dit project Maart maakt vaart mag afronden met iets dierbaars; een tekening die Auke maakte, nadat hij bij oma in Vlissingen had gelogeerd. Hij kwam er iedere zomer, soms in de herfstvakanties
Hij herinnert zich de bijzondere momenten: de tewaterlating van een pasgebouwd schip dat voorheen slechts een grote bak was. Een bak met niks. En een vakantie later zat alles er op en er aan.
Auke doet nogal nonchalant over zijn eigen creativiteit. Zijn talent zit in zijn hoofd. Zegt hij. Hij is beter in denken en problemen oplossen. En omdat hij geen vieze handjes wil krijgen, draait hij zich hard om als ik lessen aan het voorbereiden ben of bepaalde technieken uitprobeer. Je zult hem ook nooit met een verfkwast zien.
Auke's moeder heeft al zijn tekeningen bewaard, de achterkant altijd voorzien van jaartal of leeftijd. Als ik door de stapel blader, zie ik opvallend veel schepen en bootjes, maar ook veel abstracte werkjes in felle kleuren en grote vormen.
In plaats van hem een cadeautje voor zijn verjaardag te geven, krijg ik er vandaag een. Volgens Auke is deze tekening op school gemaakt, hij herkent het aan het formaat papier. Auke groeide zijn kindertijd op in Amsterdam en ging altijd in z'n eentje met de trein naar Vlissingen. Toen dat nog gewoon kon.
"Maar had je alles dan zo goed op je netvlies? Dat je je belevenissen van Vlissingen naderhand nog zo goed kon tekenen?" Ik ben verbluft over de Scheldekraan, zo herkenbaar.
"Kijk, ik deed zelfs ook al met schaduw" zegt hij trots, terwijl hij op de zwarte krijtstrepen wijst.
Dankjewel, grote, kleine Auke!
zondag 26 maart 2017
BLOK
ASIAN CAPTAIN, EUKOR
van: Wallham, Zweden
naar: Antwerpen
229 x 33 x 9 (draft) m
CARGO
Met pas op de plaats bedoel ik: even minimaal een kwartier voor het raam gaan zitten. Voor deze heimelijke bezigheid (die ik nooit in minuten durf uit te drukken, omdat de wijzers van de klok mijn beleving altijd inhalen) was afgelopen dagen geen tijd. Nu is het zondag, dus het mag. Zonder enige gewetensbezwaarlijke emoties. Zondag is een rustdag en een kwartier is een cadeau.
Ik word vandaag geholpen. In goede zin omdat de wijzers van de klok van St. Jacobskerk ergens vannacht om 3 uur zijn blijven hangen. Dat belooft een eindeloze lente. In slechte zin omdat ik een uur minder heb en daardoor die kerkklok waarschijnlijk van slag is.
En de dagen zijn al zo kort!
Dus een kwartier voor het raam betekent dat ik de ASIAN CAPTAIN Eukor in alle perspectieven zie. Zij, of liever hij, komt en profile bakboord om de hoek, blijft lang twijfelen om vervolgens ineens een wijde bocht te maken. Het lijkt alsof hij/zij de zondagochtend van vele boulevardgangers wil afschrikken. Zo dwingend komt zij/hij om de hoek. Ja, ik zie de loefzijde zelfs.
Als ik maar geconcentreerd genoeg wacht, ben ik getuige van dat schip dat zich werkelijk helemaal en face aan mij blootgeeft. Het meest dreigende moment. Als een blok komt de Asian Captain Eukor op me af. Sidderend zet ik een vierkant op mijn papier.
Ik werk nooit met een liniaal, maar met mijn timmermansoog heb ik hier te maken met een openbaring met hoeken van negentig graden. Dit moment had ik niet willen missen!
De wijzers van de klok van de St. Jacobskerk geven inmiddels weer het juiste licht op de juiste plek. Alles werkt weer. En morgen een nieuwe werkweek.
Met pas op de plaats bedoel ik: even minimaal een kwartier voor het raam gaan zitten. Voor deze heimelijke bezigheid (die ik nooit in minuten durf uit te drukken, omdat de wijzers van de klok mijn beleving altijd inhalen) was afgelopen dagen geen tijd. Nu is het zondag, dus het mag. Zonder enige gewetensbezwaarlijke emoties. Zondag is een rustdag en een kwartier is een cadeau.
Ik word vandaag geholpen. In goede zin omdat de wijzers van de klok van St. Jacobskerk ergens vannacht om 3 uur zijn blijven hangen. Dat belooft een eindeloze lente. In slechte zin omdat ik een uur minder heb en daardoor die kerkklok waarschijnlijk van slag is.
En de dagen zijn al zo kort!
Dus een kwartier voor het raam betekent dat ik de ASIAN CAPTAIN Eukor in alle perspectieven zie. Zij, of liever hij, komt en profile bakboord om de hoek, blijft lang twijfelen om vervolgens ineens een wijde bocht te maken. Het lijkt alsof hij/zij de zondagochtend van vele boulevardgangers wil afschrikken. Zo dwingend komt zij/hij om de hoek. Ja, ik zie de loefzijde zelfs.
Als ik maar geconcentreerd genoeg wacht, ben ik getuige van dat schip dat zich werkelijk helemaal en face aan mij blootgeeft. Het meest dreigende moment. Als een blok komt de Asian Captain Eukor op me af. Sidderend zet ik een vierkant op mijn papier.
Ik werk nooit met een liniaal, maar met mijn timmermansoog heb ik hier te maken met een openbaring met hoeken van negentig graden. Dit moment had ik niet willen missen!
De wijzers van de klok van de St. Jacobskerk geven inmiddels weer het juiste licht op de juiste plek. Alles werkt weer. En morgen een nieuwe werkweek.
donderdag 23 maart 2017
BOUWEN AAN DE TOEKOMST
ZHENHUA 24
van: Shanghai, China
naar: Antwerpen
244 x 40 x 9 (draft) m
HEAVY LIFT VESSEL
Deze krachtpatser duwde het uitzicht op de kranen van Zeebrugge met gemak opzij. Schepen van dit kaliber mogen alleen zwaar materieel verplaatsen. Indrukwekkend om te zien hoe een stukje nieuwe economie vanuit Shanghai de Schelde opkrabbelt.
Het thema voor vandaag: bouwen aan de toekomst.
Niet alleen vanwege de ZhenHua 24. Ik ben door het Zeeuws Maritiem Museum (MuZEEum) gevraagd in het kader van de Kinderkunstweek workshops en lezingen aan basischoolleerlingen te geven. Het thema is portret, maar kinderen vinden het ook erg interessant om te luisteren naar de ervaringen van een 'echte kunstenaar'. Als ik voor een groep sta, willen alle kinderen later kunstenaar worden. Ja, logisch. Het mooiste vak ter wereld. Dat wrijf ik er wel in, als het moet. Ik vertel echter ook over de ontberingen op de academie. Ik MOEST iedere dag tekenen. Anders zou ik NOOIT een goede illustrator worden. Ik leg de kinderen uit dat ik tekenen steeds minder leuk begon te vinden.
"Dan kunt u toch gewoon juf worden?" antwoordde een van de wijsneuzen.
Het is een kwestie van doorzetten. Wie A zegt, moet doorgaan tot Z. Zo heb ik mijn academietijd doorstaan. Afvallers zijn er al genoeg in dit vak. De kinderen begrijpen het. Ik laat ze de tekeningen van de afgelopen dagen zien.
"En nu teken ik nog steeds iedere dag! Deze maand teken ik iedere dag een boot."
Gejoel. "Heeft u dat gemaakt??!"
Vandaag de ZhenHua 24, met iets fundamenteels aan boord, iets waarop gebouwd kan worden. Hoe mooi dat ik de kinderen van Vlissingen dit mag meegeven. En ik geniet er van! Tegelijkertijd ben ik me bewust van een andere situatie. In een tijd en omgeving waar cultuur zo nadrukkelijk wordt wegbezuinigd, kan ik hele leuke verhalen vertellen. Wat! Ik maak de kinderen gek, als het moet.
Zolang er maar bouwstenen blijven bestaan. En fundamenten.
Zijn jullie overigens al een keer in MuZEEum geweest? Een mooi begin van de toekomst! Zeker voor de kinderen.
woensdag 22 maart 2017
DELFZIJL
woensdag 22 maart 2017
08.30 UUR
08.30 UUR
RIJNBORG
van: Grangemouth, Groot-Brittanie
naar: Antwerpen
176 x 24 x 7 (draft) m
CARGO
De Rijnborg is een van de 172 tellende verzameling van Wagenborg, Delfzijl.
De vlootlijst is minstens zo interessant als de Flexa-kleurenlijst. Nadat ze de
wereldatlas hebben leeggeplukt qua rivieren (van Amazoneborg tot Zaanborg en
alles wat daar tussen stroomt) waren de bergen, banken en fjorden aan de beurt
om tot naamgeving te komen. Toen iemand een handjevol edelstenen over de Eems
had gegooid (saffier, robijn, smaragd) moet er een kantelpunt zijn ontstaan.
Het roer om! Halt aan de wetenschappelijk verifieerbare namen, op naar de
verbeelding!
Ode aan de liefde? Of graven in de genealogie? De vlootlijst zo verder
uitpluizend kom ik ze tegen, de dames. Ze variëren van Marietje Nora tot Sharon
en Samira. Daar moeten wat generatiekloven over heen zijn gevaren.
Maar eigenlijk wilde ik het over Delfzijl hebben; daar is nu niet veel
ruimte meer voor. Komt goed uit, want van Delfzijl is ook niet zoveel meer
over. Dat begon al in de 70-er jaren toen Heveskes, Oterdum en Weiwerd het lot
van Doel (België) werd bespaard door deze dorpen met de grond gelijk te maken.
Voor nog meer haven. De iets noordelijker gelegen Eemshaven heeft Delfzijl al
jaren ingehaald, Heveskes, Oterdum en Weiwerd zijn feitelijk voor niets
gesloopt. En wat er dan nog van Delfzijl over is... wordt ook gesloopt.
Delfzijl, de stad uit mijn kindertijd, waar we op zondag in de havens
bootjes gingen kijken, waar ik de middelbare school genoot, mijn eerste echte
verkering kreeg. Delfzijl: daar viel wat te halen.
Delfzijl achtervolgt me nog steeds. De 'borgen' van Wagenborg varen hier op
gezette tijden langs en je wilt niet weten hoeveel Delfzijlsters er hier in
Vlissingen rondlopen!
Eentje heeft connecties met Wagenborg. Mochten ze nu echt een keer in een
namencrisis komen: ik heb leuk idee voor de volgende drie schepen:
Heveskesborg, Oterdumborg en Weiwerdborg.
maandag 20 maart 2017
PRIMAVERA
maandag 20 maart 2017
12.30 UUR
12.30 UUR
GRANDE ELLADE
van: Wallham, Zweden
naar: Antwerpen
183 x 32 x 9 (draft) m
CARGO
De astronomische lente is vandaag begonnen! Ik heb altijd
geleerd dat ze op 21 maart binnen kwam varen. Tijden veranderen blijkbaar. Als
ik naar buiten kijk, is er niets dat la Primavera aankondigt. Tenzij
ik met veel fantasie in het aanstomende Grimaldi-bakbeest het voorjaar waar.
De Grande Ellade is alles wat La Primavera van Botticelli
niet is. Het verfijnde, haast precieuze, bevallige en het bijna gewichtloze ontbreken aan alle kanten. Termen als log, lomp, lijvig en massief zijn beter op hun plaats.
Slechts de kleur kondigt paaskuikens aan, en daarmee is mijn associatie met de lente naar de knoppen. Verveeld zoek ik het Grimaldi-geel in de Flexa-kleurenwaaier.
Jawel. De naam van dit tegen het helderroest aanschurkende geel heet in flexa-land 100% bubbels. Ik hoef maar een fles Prosecco uit de kast te halen, om in de juiste Italiaanse gewichtloze lentesfeer te komen. Dank aan Flexa!
Maar ik doe het niet. Die gekregen Prosecco bewaar ik voor een speciaal moment. Vooralsnog 100% bubbels die tegen de glooiing klotsen en een uitzicht dat bestaat uit grijstinten. En een klein beetje geel.
zondag 19 maart 2017
IETS CITROENGRAS
DA CHANG HONG KONG
van: Klaipeda Litouwen
naar: Antwerpen
180 x 28 x 7 (draft) m
CARGO
De Da Chang blinkt uit in tertiaire tinten. Bij Hong Kong denk ik aan goedkope-speelgoed-knal-kleuren; dit schip is volgens de Flexa kleurkaart
* iets citroengras
* vol rabarber
* vol rabarber
* midden goudsbloem...
Nou, die kleuren kent mijn potloodcollectie niet! Evengoed werd de Da Ching in 2013 opgeleverd in die goedkope-speelgoed-knal-kleuren, maar omdat de verf van inferieure kwaliteit was, is de boel in een paar jaar door de zon gebleekt.
Da Chang komt nu uit Litouwen. In maart 2014 waren wij daar ook. We bezochten Vilnius, de hoofdstad, alwaar ik veel schetsen maakte. Ik herinner me het op een-na-lekkerste glas witte wijn (de allerlekkerste was in Mexico-City na een heftige werkweek rondom de vuilnisbelten en het weeshuis van Miacatlan) Het was verrassend warm voor de tijd van het jaar. Zeker in Vilnius. En we bestelden op een van de weinige terrassen dat op-een-na-lekkerste glas wijn, ik tekende wat, en maakte de tekening blijkbaar niet af.
Nu ik het betreffende schetsboek erbij pak en de onaffe tekening bekijk, herken ik ineens de kleur van de lucht: *iets citroengras...
en oja: de tekening van gisteren die -in het kader van weekenddienst- het zonder een verhaal moest doen:
...de parapluboot, omdat het regent.
dinsdag 14 maart 2017
MONDRIAAN
dinsdag 14 maart 2017
16.00 UUR
16.00 UUR
RUYTER
van: Vlissingen
naar: Breskens
82 x 12 x 5 (draft) m
DREDGER
Vader der Vlissinger Vaderen loopt bijna onder water. De Ruyter komt langs. Slechts een fractie van het schip krabbelt aan het oppervlak van de Westerschelde. De rest is diep gezonken. Moddervet. Mudjevol.
Ik moet iets bekennen. Vorige week vroeg ik me af waar ik aan begonnen was. Iedere dag een voorbijkomend schip tekenen... En vandaag ben ik nog niet eens op de helft! Eigenlijk is het tekenen van schepen helemaal niet zo bevredigend. Het zijn vaak logge dingen die moeten functioneren binnen de dimensies van hun formaat. Hoogte x lengte x breedte. Vanuit mijn tekenpositie ogen ze als gladgeschoren of gladgeschuurde zeebeesten. En dan de kleuren! Foei. Ik gebruik in dit project slechts de primairen. Rood, blauw, geel.... Ik ontving vandaag een reacie van Willem op de tekening van gisteren : "Beetje Mondriaan(kleuren). Of doe ik je nu tekort?"
Nee, Willem. Jij doet me niet tekort. Misschien doe ik mezelf tekort met dit onderwerp. Het zijn inderdaad vaak Mondriaankleuren. Ik haal mijn vreugde uit die luchten en het water die nooit hetzelfde zijn. Ze contrasteren fantastisch met dat gladde, felgekleurde staal. In die luchten kun je nog wat emotie en fantasie kwijt... En ja: de schepen ogen als de enige kleurtjes uit een goedkoop potlodendoosje.
Toch ben ik er de afgelopen dagen weer van gaan houden: de anatomie van de schepen. Ruyter is een baggeraar. En hij lag vanmiddag werkelijk helemaal vol met slib van de bodem hier ergens in de buurt. Benieuwd wat ze daar in Breskens mee gaan doen. In ieder geval is Ruyter vrolijk gekleurd. Who's afrais of red, yellow and blue?
Ik niet.
zondag 12 maart 2017
ODE AAN ELLY
ARM 44
van: Vlissingen
naar: dat zien we morgen dan wel weer
41 x 9 m
vissersboot
voor anker
De eerste echte zomerse dag. Het is filelopen op de boulevard. De eerste oldtimers zijn onder het winterkleed vandaan gehaald, ik zie wandelaars in poloshirts met blote mouwen, motorrijders brullen harder dan hun motoren. Een krioelende en zinderende drukte beneden. Ook op het water is het feest. De Primula komt langs, evenals een paar grote containermonsters. En de Rambiz (die ik vorige week tekende) laat zich huiswaarts slepen.
Ik besluit de stilte op te zoeken en wandel naar de binnenhaven. Ik beleef de eerste zomerse dag op mijn manier. Weg van de menigte is het heerlijk om voor het eerst dit jaar weer in de buitenlucht te tekenen. Geen pottenkijkers. Geen wind. Heldere weerspiegelingen. Mooie kleuren. Geen hysterisch 'bootjes spotten'.
Ik wenste dat een van de vissersbootjes 'Elly' zou heten. Dat was mooi geweest op deze dag. Maart maakt vaart, maar ik sta even helemaal stil.
Elly leerde ik kennen in de maand november, tijdens het project November = Vlisdingen. Ons contact verliep via een omweg, maar is voor mij erg waardevol: Elly en haar partner zijn altijd actief deelgenoot van mijn activiteiten. Hoe mooi...
Elly is zomer: als ik haar zie, straalt ze. Ze heeft een warm hart, haar kleurrijke verschijning doet iedere wolk verdwijnen. Ja, Elly is zomer. En vandaag voel ik de zomer.
Dus deze tekening is voor jullie, Elly!
De eerste echte zomerse dag. Het is filelopen op de boulevard. De eerste oldtimers zijn onder het winterkleed vandaan gehaald, ik zie wandelaars in poloshirts met blote mouwen, motorrijders brullen harder dan hun motoren. Een krioelende en zinderende drukte beneden. Ook op het water is het feest. De Primula komt langs, evenals een paar grote containermonsters. En de Rambiz (die ik vorige week tekende) laat zich huiswaarts slepen.
Ik besluit de stilte op te zoeken en wandel naar de binnenhaven. Ik beleef de eerste zomerse dag op mijn manier. Weg van de menigte is het heerlijk om voor het eerst dit jaar weer in de buitenlucht te tekenen. Geen pottenkijkers. Geen wind. Heldere weerspiegelingen. Mooie kleuren. Geen hysterisch 'bootjes spotten'.
Ik wenste dat een van de vissersbootjes 'Elly' zou heten. Dat was mooi geweest op deze dag. Maart maakt vaart, maar ik sta even helemaal stil.
Elly leerde ik kennen in de maand november, tijdens het project November = Vlisdingen. Ons contact verliep via een omweg, maar is voor mij erg waardevol: Elly en haar partner zijn altijd actief deelgenoot van mijn activiteiten. Hoe mooi...
Elly is zomer: als ik haar zie, straalt ze. Ze heeft een warm hart, haar kleurrijke verschijning doet iedere wolk verdwijnen. Ja, Elly is zomer. En vandaag voel ik de zomer.
Dus deze tekening is voor jullie, Elly!
Abonneren op:
Posts (Atom)



















