Hoe leer je een stad kennen? Na het project Vlisdingen en de uitgave van het boek, schrijf en teken ik gewoon lekker door!
woensdag 8 mei 2019
VRIJ & BLIJ
De illustratie voor deze editie is net droog. Tijdens het festival getekend en hup, richting deadline van deze krant. Een belangrijke kerncompetentie van Vlissingen komt vandaag goed uit de verf: wat zijn we kleurrijk!
Een stukje schrijven vraagt om research. In de Structuurvisie van de gemeente Vlissingen uit 2010 lees ik: Vlissingen, een stad waar iedereen zich thuis voelt. Kijk, dat zien we vandaag graag!
Kleurrijk is de stad al eeuwen. Tactisch aan het water kwamen vele nationaliteiten aan wal. Na Spanjaarden, Engelsen en Fransen, arriveerden de Duitsers in 1940. Een paar jaar later de Canadezen, Britten en Fransen om ons te bevrijden.
Tekenen is een way of life: we leven in een wereld waarin werkelijk álles gefotografeerd was, is en wordt en waarin de resultaten soms uniform en emotieloos zijn. Iedereen heeft iets in jas, zak of tas waarmee je de werkelijkheid binnen een seconde kunt vastleggen. Hoe bevrijdend is het om jezelf even een kwartiertje tijd te gunnen, te gaan zitten op een mooie plek en geconcentreerd alles in je op te nemen. Met een tekenpennetje en verfdoosje voeg ik daar graag wat inhoud en kleur aan toe. Ik heb het geluk dat ik het anderen mag en kan leren.
Zo teken ik wekelijks met groepjes puberleeftijdleerlingen en zwerven we door de stad op zoek naar bijzondere plekken om deze al Urban Sketchend vast te leggen. De laatste maanden concentreren we ons op locaties die in de bezettingstijd een belangrijke rol speelden.
Omdat we allemaal vinden dat de jeugd te weinig van de bezettingstijd weet, en nu het nog kan… In de voorbereidingen naar 75 jaar Slag om de Schelde spreek ik met oudere Vlissingers die de oorlog meemaakten. Hoe ze naar andere plaatsen op Walcheren werden geëvacueerd en hartelijk en vanzelfsprekend werden ontvangen. Hoe ze naar de schuilkelders vluchtten en alsnog slachtoffer werden. We tekenen in de krochten van de stad, begeven ons in de parkeergarage om te voelen wat het is om letterlijk onder de grond te moeten zitten. We tillen granaatscherven op. Om te beleven wat het is om niet vrij te zijn.
En om ervaringen te vergelijken. We krijgen de verslaggeving van huidige oorlogssituaties dagelijks binnen, bijna uniform en emotieloos. Snelle screenshots of té bekende beelden die soms bijna geen indruk meer kunnen maken. Als een schaduw achter het licht van de verhalen van die Vlissingers die er nu nog over kunnen vertellen.
We nemen even de tijd. En ik neem de tijd om een tekening te maken van een kleurrijke stad. Waar nu -vandaag 5 mei- en in de toekomst iedereen zich thuis zou mogen voelen.
dinsdag 9 april 2019
GROEN & GEEL Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet
Laatst reed ik mee met de Zonnetrein Zeeland, de place-to-be om enthousiaste bezoekers te ontmoeten. Treiners die geel en blauw achter zich laten en ‘de Belgen’ die een dagje naar Vlissingen komen. Op zoek naar. Het is niet de mooiste dag –ietsjes fris- maar mooi genoeg om te ervaren dat we in een groene trein zitten, onder de gele zon. Energie van binnen en buiten en van buiten naar binnen! En zeker en vast: ik hoor de zuiderburen babbelen. Met de auto kwamen ze naar Breskens en daarvanuit met de Prinses Maxima naar den overkant. Ik tel een paar oudere echtparen en een gezin met luide kindjes. “Ik zie ik zie wat jij niet ziet. De kleur, de kleur is …” kirt de kleinste. Ze heeft haar zinnen gezet op geel. Met een verse paardenbloem stapt ze in.
De Belgen rukken op, zeggen de horeca-ondernemers op het Bellamypark. De Belgen willen aan de Boulevard wonen, roepen de makelaars. Er komen steeds meer Belgen in de zaak, constateren de winkeliers. Knokke is vol, Cadzand-Bad onbetaalbaar. Dus de Belgen gaan een eiland verder. Met een prachtige boulevard en strand op het zuiden komen ze graag naar Vlissingen om te verkennen en zich te laten verwennen.
De kleine Vlaamse roept: “Geel, geel, ik zie geel!” Het vingertje wijst richting een Grimaldi vrachtschip en een uitrukkende pilot. Op de Nieuwendijk wordt ze getrakteerd op mooie gele gevels en dito viooltjes in de bloembakken. Bloeiende forsythia’s, zoveel gele kentekenplaten.
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Het stemmetje echoot nog even na als ik op de Oude Markt de zonnetrein verlaat. Laten we de bloemetjes buiten zetten! Het is tenslotte lente. Zeker en vast…
woensdag 13 maart 2019
maandelijkse column Vlissingse Bode
LENTE & AL DENTE, Vlissingen en Italië
Al dente. Dat is Italiaans. En het betekent: nog net niet gaar, nog net niet klaar. De lente doet haar best, bellissimo! Maar ze is nog net niet helemaal capabel om haar tanden in de afkwakkelende winter te zetten.
Al dente. Dat is Italiaans. En het betekent: nog net niet gaar, nog net niet klaar. De lente doet haar best, bellissimo! Maar ze is nog net niet helemaal capabel om haar tanden in de afkwakkelende winter te zetten.
Wat heeft
Vlissingen met Italië? Ik zou het me niet hebben afgevraagd als het me niet was
opgevallen dat de tekst op het beeld van Michiel de Ruyter een Italiaanse spits
afbijt. Aan de voorzijde nog wel!
michaëli.
adriani
filio.
RVITERO.
P.
anno mdcccxli.
anno mdcccxli.
Onze
Vlissingse held stierf voor de kust van Syracuse, een strategische plek op het
eiland Sicilië, Italië. En dan hebben we het over het jaar 1676.
Terug naar
het beeld van Michiel. In juni 1894 werd het beeld verplaatst van het De
Ruyterplein naar het Keizersbolwerk en in 2010 moest Michiel worden gerestaureerd.
Blijkbaar wil ieder mens sporen nalaten; tijdens deze laatste actie werden
onder de sokkel van het beeld documenten gevonden. Oorkondes uit 1841 en 1894.
Plus een stiekem extraatje van de loodgieter die destijds de loden kokers met
oorkondes dicht moest solderen. Hij voegde een handgeschreven briefje en 8
foto’s toe.
Maar wat
heeft Italië met Vlissingen? Dus ook iets. Want die twee kanonnen links en
rechts zijn in 1905 zijn gered uit de Straat van Messina (boven Syracuse) waar
Michiel tijdens zijn laatste slag in 1676 door kanonskogels zijn benen en
uiteindelijk zijn leven verloor. Italië was bereid ze aan de Nederlandse Staat
te verkopen en Vlissingen heeft ze in bruikleen. Of: alles van waarde is
weerloos.
Omdat we dus
allemaal herinneringen willen blijven koesteren, heeft een oude Vlissinger in
de vorige eeuw een briefje van honderd gulden verstopt en begraven. Dé honderd
gulden, het bekende bruine biljet met Michiel. Hij zegt dat hij het in een
plastic Tupperware-bakje heeft gedaan, samen met een zak
vocht-absorptiekorrels. Nee, hij had toen nog geen idee van de Euro, maar die
snip en de steenuil als opvolger van Michiel vond ‘ie maar niks. Helaas, het
inwisselen van het biljet bij De Nederlandse Bank kon tot uiterlijk 25 juli
2017. Maar Google er even op los en je vindt al snel een bod van € 200,- van
een verzamelaar. (en dat is bijna 400.000 Italiaanse Lire)
Wie zal dit
ludieke Tupperware-kluisje ooit opsporen? En waar in Vlissingen? Laten we
afspreken dat de eerlijke vinder de inhoud besteedt ergens in onze stad.
Vlissingen kent een aantal bijzondere plekjes waar je Italië kan proeven,
voelen, ruiken. Maar Italië staat ook bekend om haar schoenen & laars,
mode, design, tassen, sieraden. Dus
waarom zou je eigenlijk naar Italië gaan…
Dus zetten
we onze tanden in Vlissingen! Beetgaar, want we moeten wel wat te kauwen
hebben. Toch? En dan op naar de lente!
woensdag 13 februari 2019
MAANDELIJKSE COLUMN VLISSINGSE BODE
De hoogste tijd om dit blog weer eens te activeren. Reden: een miljoenencontract met de plaatselijke krant dwingt me iedere maand iets over Vlissingen te schrijven. En voor iedereen die die krant niet krijgt of in Roodeschool woont, bij deze!
Ik
begrijp er alles van! Ik begrijp wat de stad geeft, deze gekke stad Vlissingen.
Omarm de
liefde, omarm de stad!
De liefde is aanwezig;
ze hangt altijd in de lucht
als een meeuw, deinend op de wind.
De Boulevard is immer bezig
met hetgeen dat haar bemint
wie zoeken wil die vindt
een bevredigende zucht.
ze hangt altijd in de lucht
als een meeuw, deinend op de wind.
De Boulevard is immer bezig
met hetgeen dat haar bemint
wie zoeken wil die vindt
een bevredigende zucht.
Poëtischer
kan ik het niet samenvatten.
Het mooie
van het wonen aan de Boulevard is die niet-te-vermijden-liefde. Weer of geen
weer, Valentijnsdag of iedere willekeurige dag: mijn dag wordt iedere keer weer
gemaakt door de verrassende en ontroerende taferelen van zoenende en innig
verstrengelde stellen. Mensen die genieten. De Duitse ouderen zijn het
fanatiekst en ‘gymnastieken’ met lange armen en hun smartphone om de blauwe Begonia,
Freesia of Magnolia toch nog zo groot mogelijk op hun selfie te krijgen. Samen
met die kus. De jeugdigen gaan soms genadeloos te keer, zich niet realiserend
dat een heel flatgebouw meegeniet. De paringsdans wordt af en toe aangekondigd
met een prettige beatbox. Ja, ik word er altijd vrolijk van. En Frans, Michiel,
Marthe, Blikje, de bruid en de man met de sigaret ook. Het is maar met welke
ogen je Vlissingen beschouwt.
Vlissingen
en de liefde. Jacobus Bellamy dichtte er eind 18e eeuw begeerlijk op
los met koralen lipjes, bevallige rozenmonden en hemelnectar. Stop deze mooie
woorden in een doosje, pak het vrolijk in en ziehier ons Valentijnscadeau. De
waarheid die we eindelijk onder ogen mogen en moeten zien, werd in dezelfde
tijd al door de in Vlissingen geboren Betje Wolff gedicteerd:
Wat, zoete meisje, deed u dus verandren?
Wat geeft u toch de stad? 'k versta er niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren
'k versta er niets van?
Wat geeft u toch de stad? 'k versta er niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren
'k versta er niets van?
Laten u, u
en u en jullie allemaal de stad weer beminnen. Met het Scheldewater stroomt de
liefde al binnen en voor je het weet, dein je mee op de wind. Als een toerist
met lange armen richting de stad, lange armen waarmee je Vlissingen kunt
omarmen: het Bellamypark waar de schrijvende helden glimlachend op ons
neerkijken, en stiekem knipogen als we onze hernieuwde verwondering vertalen in
een vreugdedans of prille zoen. De gepassioneerde ondernemers willen u met de liefde
voor hun vak verleiden, geniet van het culinaire genot en eindig met die
prachtige oranje gloed op de Boulevard.
Poëtischer
kan ik het niet maken.
Ik heb
makkelijk praten. Ik ben niet behept met spijt van verloren glorie, en ik kick
niet op klagen. Alle liefs aan Vlissingen, de stad die mij heeft omarmd. Ik ben
die stille aanbidder.
dinsdag 27 maart 2018
OOSTBURG
Deze week weer een beschouwing + illustratie in de ScheldeXpress (met voetnoot van de redactie...)
AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit
Zeeuws-Vlaanderen
Waar ben ik: Oostburg
Wat zie
ik: Zandbak
“Nee, vroeger was het hier goed te doen, hoor!
Bintangs, Cuby, Shocking Blue; die heb ik nog gezien in Hotel Victory!”
Ik ervaar Oostburg nu als shocking grijs. Ik kom er zeker
een keer per jaar, en in mijn beleving staat het stratenplan altijd in de
steigers en is het opgehangen aan onhandige wegomleidingen. En op zo’n grijze dag
zoek ik een strategische plek om even wat impressies vast te leggen. En
aangezien ik met de auto toch weer niet verder kan rijden, vanwege een
opgebroken Ledelplein…
…wordt het de snackbar op de Markt. Geen beter excuus voor
een frietje en vooral de plek om niet
buiten te hoeven tekenen, met toch bijna 360ᵒ een panoramisch uitzicht.
Ik babbel met het personeel en een oudere man die gretig
achter een bak met tartaarsaus zit. ”Ze
hebben het in de jaren ‘90 al om zeep geholpen. Alles moest via de rondweg en
het verkeer kwam het centrum niet meer in. En als je dat wilde, had je al die
achterlijke bochten. De markt werd design, met als gevolg dat je er niks kon,” bromt
Adri. Het Marktplein is inmiddels weer hersteld. Volgens Myrthe, die de frieten
bakt, zal er binnenkort wel weer wat georganiseerd kunnen worden. Er kunnen nu weer tenten staan, de weekmarkt weer op z’n oorspronkelijke
plaats.
De frituur heeft alle duurzaam-veilige-herindelingsellende decennia
overleefd. Of je nu vroeger naar Shocking Blue ging, of je boodschappen had
gedaan op de markt, of je als scholier even naar de kroeg was geweest:
generaties haalden hier een frietje. Myrthe laat trots een aantal zwartwit-foto’s
zien. “Kijk, zo zag het er vroeger uit”
De twee loketjes achter het windschermpje –eentje voor ijs en eentje voor
friet- zijn veranderd in een cafetaria
met zitplaatsen.
Myrthe en Lemmy zul je ‘s weekends niet in Oostburg
tegenkomen. Ja, er is daar nog wel het café, maar daar komen alleen oudere
mensen en daar draaien ze van die ouwe muziek. “Rockmuziek” verbetert Adri.
dinsdag 30 januari 2018
TEKENEN, WAT MOET JE ER MEE.
TEKENEN, WAT MOET JE ER MEE…
EN WAT HEB JE ER AAN
Na mijn middelbare schooltijd heb ik geregeld nog contact gehad met
mijn tekenleraar. Hij was het; hij was degene die mij –met weinig woorden-
overtuigde dat ik naar de kunstacademie moest. Zo’n 15 jaar geleden spraken we
elkaar weer. “Je hebt me ver, ver ingehaald” zei hij. Deze uitspraak voelde
mooier en oprechter dan het grootste compliment. Het feit dat hij me dit kon zeggen,
was voor hém het grootste compliment, als leraar aan een leerling. Voldoening.
Hier deed hij het voor.
Ik was 16 en één van de zes leerlingen van de legendarische eerste lichting Fivelcollege Delfzijl met tekenen in
het eindexamenpakket. Mijn tekenleraar had er lang voor gestreden. En
uiteindelijk werd het dit klasje van 6. Het meest kostbare klasje, maar destijds
werden scholen daar nog niet op afgerekend. Hongerig zat ik vooraan. Deze strenge en
ontoegankelijke tekenleraar kende ik vanaf de brugklas, maar dit was anders. Nu was hij anders. Hij nam ons serieus en hij wilde ons kennis laten maken met meer dan
we misschien aankonden. Het woord privilege kende ik toen nog niet. Maar het
gaf zo’n bijzonder gevoel dat hij zijn reisschetsen liet zien. Prachtige
pentekeningen met de mooiste arceringen en contrasten.
De reden van deze melancholie: ik ben er weer ingetrapt. Ik
heb me laten verleiden. Ik had het afgezworen, dat onderwijs. Finito.
Afgezworen als gevolg van afgezworven; teveel van de wereld gezien, te kritisch
geworden.
In mijn academietijd, op kamers, maakte ik kennis met medestudenten die ’s
weekends thuis niet meer welkom waren. Ouders met een stellige mening: “Tekenen,
wat heb je daar nu aan.” Als hun zoon of dochter zo nodig geen vak wilden leren…
Ik treinde trots iedere vrijdagavond naar de familie in Noord-Groningen met mijn zware tekenmap.
Om iedereen te laten zien wat ik de afgelopen week allemaal had gemaakt. Dat ze
meestal niet begrepen waar ik nu mee bezig was, stelde me gerust. Ik begreep het soms zelf ook niet. Maar omdat de
academie een opleiding was, was het goed. Er waren leraren. En die waren er om
je iets te leren, om op je te letten, voor je te zorgen. En er was thuis niemand
die zei: “Tekenen, wat moet je er mee?”
De afgelopen decennia heb ik ervaren wat ik met tekenen
moet. Wat ik er mee kan, wat ik er mee mag. Wat het met me doet, maar vooral
met anderen. Hoe fijn dat een tekening een schakel tussen nu en vroeger kan
zijn. Of een manier om dichterbij anderen te komen.
En ja, ik ben er weer ingetrapt. En ik geniet van de
verleiding. Ik ben twee keer per week weer op het niveau van mijn gerespecteerde
tekenleraar. Ik geef lessen op een middelbare school. Een eventuele
hongerigheid bij leerlingen is veranderd in onverschilligheid. Ze vergeten hun
schetsboeken, flikkeren hun verfdoosje op de vloer. Leveren de tekenpen in
zonder dop.
Maar wat een privilege: je bent 13, 14 jaar. Je mag 4 lesuren
per week binnen schooltijd tekenlessen volgen! Mijn taak: geen valkuil. Ik mag ze voeden met
mijn kennis omtrent perspectief, compositie, verhoudingen... en ik zal ze inspireren
met mijn reisschetsen. Mijn tekeningetjes van ver weg en mijn tekeningetjes van
Vlissingen, hun stad. Vol kleur, verhaal, contrasten.
Als ik over 30 jaar een keer een Youri of Gina tegenkom (ze
zullen dan ongetwijfeld gelukkig zijn in een hele andere branche) kan ik zeggen
dat ik destijds verliefd ben geworden op een van hun mooie
schetsboektekeningetjes die ze tijdens mijn lessen maakten.
Dit is wat je met tekenen moet. En wat het met me doet.
(veel dank aan Ben Schasfoort, mijn tekenleraar. Hij is
inmiddels oud en geëmigreerd. Ik voeg ongevraagd –ik weet zeker dat hij het
goed vindt- een van zijn tekeningen bij, in de sfeer van. Maar ook veel dank aan Scheldemond College Vlissingen, een school die de leerlingen
de gelegenheid geeft om binnen het lesrooster te ontdekken wat je met tekenen
moet. En kan. En mag.
Onderschrift tekening van Ben Schasfoort: "Werf Niestern Sander met leerlingen"
We zijn destijds met ons klasje van zes o.l.v. Ben Schasfoort naar de scheepswerf geweest om te schetsen. Deze moesten we op school in de komende weken uitwerkentot een ets en een linoleum-3-kleurendruk. Ik weet nog dat ik er niet veel aan vond. Ik had niks met boten. En dat gedoe met etsen was knap ingewikkeld...
We zijn destijds met ons klasje van zes o.l.v. Ben Schasfoort naar de scheepswerf geweest om te schetsen. Deze moesten we op school in de komende weken uitwerkentot een ets en een linoleum-3-kleurendruk. Ik weet nog dat ik er niet veel aan vond. Ik had niks met boten. En dat gedoe met etsen was knap ingewikkeld...
woensdag 8 november 2017
10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie, deel 6
...omdat het vandaag een jaar geleden is dat ik kennismaakte met de heren op het bankje.
Sinds ik met de heren op het ‘leugenbankje’ heb kennisgemaakt (8
november 2016) loop ik af toe naar het Keizersbolwerk om even te kletsen. Of
slap te ouwehoeren. Met Sjouke heb ik een bijzondere band. We komen allebei uit Groningen en het is grappig om
met je kop in de Scheldewind je moerstaal samen te spreken, terwijl de andere
afkeurend roepen: “Hier in Vlissingen wordt geen Gronings gepraat!” De laatste
keer vertelde hij verdrietig dat zijn dochter na ziekbed was overleden. Een intiem moment.
Intimiteit beleefde ik ook in Casamaggiore. In 2015 portretteerde ik
ongeveer 50 inwoners van het kleine dorpje. Het zijn allemaal mensen die ik in
meer of mindere mate ken. De keuze om ze ‘van achteren’ vast te leggen was
bewust: minder confronterend en tegelijkertijd veel meer zeggend, veel meer… Ik
overviel ze door onaangekondigd aan te bellen. Sommigen voelden zich
ongemakkelijk: wilden zich eerst omkleden, de keukentafel opruimen. Maar ik
wilde ze juist in dat onaangekondigde moment portretteren. De ouders van Anna zijn lieve schatten: samen
zijn ze allebei weer een klein beetje kind aan het worden, dus ze houden elkaar
in stand. In Italië leven families vaak in één huis, dus van een
verzorgingstehuis of thuiszorg is geen sprake. Iedereen houdt een oogje in het
zeil.
Zoals ook de heren op het bankje op de kop van de Boulevard de Ruyter
altijd een oogje in het zeil houden.
De overeenkomst tussen de twee tekeningen is dat het gaat over ouder
worden en veel te vertellen hebben, over vroeger.
zondag 5 november 2017
UIT DE SCHELDEXPRESS
AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit
Zeeuws-Vlaanderen
Door Agnes den Hartogh
Waar ben ik: Cadzand-Bad,
Boulevard de Wielingen, bij het voormalige restaurant Cadzandria
Wat zie ik: bouwactiviteiten
Wat zie ik: bouwactiviteiten
“…en daar zaten we dan
tot vier uur ‘s nachts!”
Komaan, ik heb zin in een ingewikkelde tekening. Ik ben in
Cadzand-Bad, dus dat treft. Want als ik mijn tekenaarsoog loslaat op
ingewikkelde onderwerpen kom ik hier helemaal tot onrust: steigers, hekken,
afzettingen, stapels bouwmaterialen. Het schijnt dat dat
hier al geruime tijd aan de hand is, gezien de vele grote en nieuwe panden die
ik aantref. Een eclectisch kleurenspel met invloeden uit verschillende
bouwstijlen. Wat zullen de Cesantenaren er van vinden? Ik durf het niet te vragen…
Tussen blubbersporen hoor ik een jonge vrouw tegen haar
dochtertje praten, omhoogwijzend. “Kijk,
daar heeft mamma vroeger gewerkt! Alles is veranderd!”
Halverwege de jaren 90 kwam Esther voor het eerst naar
Cadzand. Vanuit het verre Noord-Groningen. Een horeca-uitzendbureau uit de stad
had haar gevraagd of ze seizoenswerk in Zeeland wilde doen. “Ik weet nog dat ik met mijn ouders op de
kaart keek en Cadzand-Bad aanwees. Mijn vader zei: ga je dáár helemaal naar toe?” De reis met
de trein vanuit het noordelijkste puntje naar Vlissingen duurde ruim een halve
dag, en aan de overkant van het veer stond iemand van restaurant Cadzandria
haar op te wachten. Esther sliep in dat jaar op de camping de Zwinhoeve in
Retranchement. Overdag was het wafels en wafels bakken. En pannenkoeken. En het
was altijd druk. En na het werk was het tot ver in de nacht feesten bij Hotel
de Schelde. In de jaren erna kwam Esther
in de zomermaanden terug om wafels te bakken en verbleef ze bij een van de
eigenaressen van het restaurant.
Ook zij is verbaasd over de enorme ontwikkelingen. Terwijl
de kinderen in Zeeuws-Vlaanderen al weer naar school gaan, hebben ze in het
noorden deze week herfstvakantie. Esther is met haar gezin een midweek in de
buurt en ‘moet’ natuurlijk even terug naar Cadzand-Bad, waar zoveel
herinneringen liggen. Dochtertje Elaine wordt een beetje ongeduldig. Haar is
een wafel beloofd. Zoals mamma ze destijds bakte, zijn ze tussen de sterren,
sjiek en trendy bijna niet meer te vinden. Zo ingewikkeld kan het toch niet
zijn?
maandag 23 oktober 2017
deel 5 van de 10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie
Sinds we aan de Boulevard zijn aangespoeld, tikt het
carillon van de Sint Jacobskerk ons regelmatig op de vingers. Soms met een
klokslag teveel, in onze beleving. "Is het al zo laat?" In
het onregelmatig optredende melodieuze klokgelui denk ik soms oude popsongs te
horen. Dus tijd om iets bijzonders te gaan beleven: een nieuwjaarsconcert
waarin de muzikanten van Koninklijke Harmonie Ons Genoegen optreden met de
jongens van de Hobbyisten. We horen nu de kerk niet van buiten, maar van
binnen. Hoe mooi!
In mijn Italiaanse omgeving hebben sommige huizen een eigen
kapelletje. De panden zijn meestal al eeuwen familiebezit en die kapelletjes en
nisjes gaan al die eeuwen mee. Op het landgoed van Annarita staat zelfs een
heus kerkje, een paar bankjes en plek voor een stuk of twintig bezoekers.
Annarita vindt het fijn om af en toe wat muzikanten en een select
gezelschap uit te nodigen, waar we dankbare gasten zijn. Ook bijzonder.
Mijn atelier bevindt zich naast de oude kerk van
Casamaggiore. Zo’n zes, zeven keer per jaar verzorgt regiopastoor Don Piero een
gelegenheidsdienst en dan is het vooral een social event waar ik iedereen uit
het dorp tezamen zie. Omdat de oude kerk verder niet wordt gebruikt, heb ik er
een aantal keren exposities en een concert mogen organiseren. Gabriele
Putzulu speelde de sterren van de hemel op zijn klassieke gitaar. Dezelfde
Gabriele kwam ik een maand later tegen op een ander feest waar hij het hele
repertoire van de Red Hot Chili Peppers wegkraste.
Kortom, hoe bijzondere locaties en bijzonder talent
samensmelten…
zondag 15 oktober 2017
deel 4 van de 10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie
Vandaag 15 oktober is de laatste dag van de kinderboekenweek. Vandaar deze keuze. Mijn werken hangen niet voor niets in boekhandel 't Spui. Echter: deze twee illustraties hebben de tentoonstelling niet gehaald. Een beperkt aantal haakjes aan de wanden dwingt je tot keuzes maken.
Martina maakt nog geen keuzes. Martina is de dochter van Marco, onze Italiaanse klusjesman. Marco is 'verrekte handg & slim'. Een aantal jaren geleden kwam hij met breed bezwarende gebaren bij mij aan: hij kon geen oppas voor Martina vinden, dus ik zei: "Geen probleem, geef Martina maar aan mij, graag zelfs!" Een heel groot vel tekenpapier op de grond brak alles open, ondanks dat Martina mij niet durfde aan te kijken, met die grote pet van Marco op haar koppie. En al snel pakte ze in beide knuistjes de krijtjes om los te gaan.
De wetenschap noemt het ambidextrie: het fenomeen zowel rechts- als linkshandigheid. Ongeveer 1% van de bevolking 'lijdt' hier aan; ik vind het een verrijking, want ik heb er ook een handje van. Ik kwam er per ongeluk achter toen ik tijdens de kunstacademielessen bij modeltekenen mijn stuk houtskool in mijn linkerhand had. Ik had het altijd al gedaan, want het voelde niet onwennig. Maar ineens was ik me er van bewust. Leonardo da Vinci was ook ambidexter, dus deze gave wordt vaak geassocieerd met intelligentie. Gezien de technische gaven van onze Marco, verbaast die dubbelhandigheid van Martina me niet: ook een slim meisje! Men zegt dat ambidextrie evenwel aan te leren is. Vroeger moest je op school met rechts schrijven. Ik ben gelukkig niet van deze generatie. Een ander motief kan een pols- of armbreuk zijn. Laat ik nu in de brugklas uit de ringen zijn gedonderd en mijn beide armen en polsen op meerdere plaatsen heb gebroken. Mijn linker mocht eerder uit het gips. Ik hecht echter meer waarde aam de Leonardo-theorie.
Het handje van het meisje dat ik 18 november 2016 tekende (locatie speelplaats Frans Naereboutschool) spreekt ook boekdelen: kijk dat vingertje onder haar mouw te voorschijn komen. Hoe dwingend naar het andere meisje dat ze in de houdgreep heeft.
In mijn selectie zag ik in deze twee tekeningen een zoveel prachtige overeenkomsten: beide hoofdrolspeelsters zijn in zichzelf en onherkenbaar voor de buitenwereld, en beleven hun kleurrijke kinderwereld. Met één of twee handen. De andere gelijkenissen mag de kijker zelf ontdekken.
donderdag 12 oktober 2017
verhaaltje 3
In het kader van de leukste gelijkenissen/verschillen tussen Vlissingen en Italie: de markt. De tekening van de wekelijkse Vlissingse vrijdagmarkt maakte ik vorig jaar op de dag dat deze voor het eerst op een nieuwe lokatie plaatsvond.
Op 4 november 2017 was ik getuige van een grote verandering: de wekelijkse vrijdagmarkt op een andere plaats. In het kader van mijn inburgeringsproject een leuk onderwerp om te tekenen.
De markt in Castiglione del Lago is op woensdagochtend. Al eeuwen. De enige ochtend waarop een bus door het achterland rijdt om de keurig geklede dametjes -net van de kapper- op te halen. Zo rond enen brengt de bus in omgekeerde richting de dametjes weer terug: de hele ochtend de tijd gehad om de wekelijkse boodschappen te doen en vooral veel bij te praten. ‘s Zomers wordt de markt bevolkt door Nederlandse toeristen. Je herkent ze vooral aan korte broek en badslippers. Vaders die verveeld achter het kirrende gezin lopen “Kijk eens mam, hoe goedkoop!” De trots van de Italianen zou tot kromme tenen moeten leiden. Als je in Italië gaat winkelen, trek je je goede kleren aan, je schoenen met hakken. Echter, ze mogen in hun handen knijpen, want sinds de aardbevingen vorig jaar loopt het toerisme minder goed. De bevingen waren 150 km verderop, maar tussen de oren van veel toeristen zit de Umbrië-mijd-factor.
De Duitsers op de markt in Vlissingen herken je ook meteen. Korte broek. Onder het motto: ik-ben-nu-op-vakantie-DUS-ik-draag-een-korte-broek. Weer of geen weer, wind of wind.
De markt in Castiglione del Lago is verspreid over verschillende locaties in het vestingstadje, dus dat betekent klimmen en trappen lopen. Halverwege de treden klonteren de gepermanente dametjes samen om even op adem te komen en hoofdschuddend te kijken naar die luidruchtige toeristen.
Met hun kippenvelbenen zijn de Duitse toeristen hier in Vlissingen redelijk rustig...
De markt in Castiglione del Lago is op woensdagochtend. Al eeuwen. De enige ochtend waarop een bus door het achterland rijdt om de keurig geklede dametjes -net van de kapper- op te halen. Zo rond enen brengt de bus in omgekeerde richting de dametjes weer terug: de hele ochtend de tijd gehad om de wekelijkse boodschappen te doen en vooral veel bij te praten. ‘s Zomers wordt de markt bevolkt door Nederlandse toeristen. Je herkent ze vooral aan korte broek en badslippers. Vaders die verveeld achter het kirrende gezin lopen “Kijk eens mam, hoe goedkoop!” De trots van de Italianen zou tot kromme tenen moeten leiden. Als je in Italië gaat winkelen, trek je je goede kleren aan, je schoenen met hakken. Echter, ze mogen in hun handen knijpen, want sinds de aardbevingen vorig jaar loopt het toerisme minder goed. De bevingen waren 150 km verderop, maar tussen de oren van veel toeristen zit de Umbrië-mijd-factor.
De Duitsers op de markt in Vlissingen herken je ook meteen. Korte broek. Onder het motto: ik-ben-nu-op-vakantie-DUS-ik-draag-een-korte-broek. Weer of geen weer, wind of wind.
De markt in Castiglione del Lago is verspreid over verschillende locaties in het vestingstadje, dus dat betekent klimmen en trappen lopen. Halverwege de treden klonteren de gepermanente dametjes samen om even op adem te komen en hoofdschuddend te kijken naar die luidruchtige toeristen.
Met hun kippenvelbenen zijn de Duitse toeristen hier in Vlissingen redelijk rustig...
dinsdag 10 oktober 2017
TIEN VERHAALTJES, DEEL 2
Vorige week heb ik een kleine, maar leuke expositie ingericht in
Boekhandel 't Spui in Vlissingen. Ik denk: de leukste boekhandel van
Nederland! Nee, ik denk niet, HET IS. Margreet de Haan, een van de eigenaressen
van 't Spui kreeg vorige maand de fantastische & verdiende titel
'BOEKVERKOPER VAN HET JAAR. En dat word je als je heel veel liefde en passie
deelt. Hoe mooi dat ik dat ook mag doen op deze mooie plek, midden in
Vlissingen.
Ik heb geprobeerd de mooiste en meest treffende gelijkenissen/tweelingen/huwelijken tussen Vlissingen en Italie te koppelen. En het heeft mezelf soms verbaasd: zoveel overeenkomsten.
Bij ieder 'setje' heb ik een heel kort verhaaltje geschreven. De komende maand zal ik een aantal van die korte anekdotes hier noteren.
Ik heb geprobeerd de mooiste en meest treffende gelijkenissen/tweelingen/huwelijken tussen Vlissingen en Italie te koppelen. En het heeft mezelf soms verbaasd: zoveel overeenkomsten.
Bij ieder 'setje' heb ik een heel kort verhaaltje geschreven. De komende maand zal ik een aantal van die korte anekdotes hier noteren.
Bijna staccato wandelen ze richting het podium. De knopen van hun uniformen glimmend gepoetst. Met hun ferme passen en kin omhoog vraagt dit om respect. “Wacht maar tot na de pauze, want dan wordt een losgeslagen bende” vertelt iemand naast me. Ik wil vooralsnog geen losgeslagen bende, want dit is mooi en gedisciplineerd om naar te luisteren en te kijken. Daar staan ze, de voormalige loodsen, de helden van de Schelde. Strak in het gelid
Een optreden van Banda Musicale Puccini in Pozzuolo staat in het grootste contrast: het lijkt alsof de muzikanten letterlijk zijn opgetrommeld. Het rammelt en gammelt aan alle kanten, maar o, wat zijn ze gedreven! De Scheldeloodsen zijn gemiddeld allemaal op leeftijd en grijs, de leden van Banda Puccini zijn jong en oud. Emanuele, de dirigent, staat als een dolle stier voor de rode lappen uniform en zweept de boel op tot veel getoeter en geblaas. En werkelijk: iedere muzikant is begaafd, alleen tezamen verdwijnt alle talent in een wirwar van kakafonie. Alles en iedereen loopt uit de pas als er wordt gemarcheerd. Geweldig! Dit is Italië!
En kijkaan: na de pauze proberen de loodsen het ook! Dronken piraten lopen en struikelen uit de pas, hier en daar valt iets om. Maar hoe ze hun best doen om scheef te gaan: hun stemmen blijven als een scheepstoeter overeind.
dinsdag 3 oktober 2017
tien verhaaltjes, deel 1
Vandaag heb ik een kleine, maar leuke expositie ingericht in Boekhandel 't Spui in Vlissingen. Ik denk: de leukste boekhandel van Nederland! Nee, ik denk niet, HET IS. Margreet de Haan, een van de eigenaressen van 't Spui kreeg vorige maand de fantastische & verdiende titel 'BOEKVERKOPER VAN HET JAAR. En dat word je als je heel veel liefde en passie deelt. Hoe mooi dat ik dat ook mag doen op deze mooie plek, midden in Vlissingen.
Ik heb geprobeerd de mooiste en meest treffende gelijkenissen/tweelingen/huwelijken tussen Vlissingen en Italie te koppelen. En het heeft mezelf soms verbaasd: zoveel overeenkomsten.
Bij ieder 'setje' heb ik een heel kort verhaaltje geschreven. De komende maand zal ik die korte anekdotes hier noteren.
Ik heb geprobeerd de mooiste en meest treffende gelijkenissen/tweelingen/huwelijken tussen Vlissingen en Italie te koppelen. En het heeft mezelf soms verbaasd: zoveel overeenkomsten.
Bij ieder 'setje' heb ik een heel kort verhaaltje geschreven. De komende maand zal ik die korte anekdotes hier noteren.
Ik kreeg een mailtje van de tandarts uit Castiglione del
Lago. Hij had in een galerie in Cortona een ansichtkaart gezien, waarvan hij
meende dat zijn huis en zijn scooter er op waren afgebeeld. De galeriehouder
gaf hem mijn gegevens. Hij wilde het origineel graag kopen. Ik nodigde
hem uit in mijn atelier, waar hij nog dezelfde week kwam. Met zijn moeder van
93, in een Mehari zonder voorruit. Het oude mens werd uit de Citroën getorst en
op een stoel in mijn atelier gezet. Toen ik de prijs van de originele prent
noemde, bromde ze dat ze de ansichtkaart mooier vond. Dat kon ik alleen maar
beamen: een kaart is gedrukt op glanzend papier en bovendien had ik het
origineel in Photoshop bijgewerkt voor een warmer kleurcontrast. Zoon dramde
door. Natuurlijk wilde hij het origineel hebben. En vooral weten waarom ik
juist dát stukje straat had getekend. Was het vanwege de scooter? Vond ik zijn
huis zo bijzonder? Juist zijn huis? Uiteraard gaf ik de juiste antwoorden, maar
moeder probeerde het nog één keer: ze zei: “Als je op een stoeltje in de straat
gaat zitten, kun je de hele dag naar je huis kijken…”
Ineens zag ik de overeenkomst met tekening 24 uit de serie
November = Vlisdingen. Hetzelfde perspectief, gevels… Nu ben ik zo benieuwd of
die meneer met de fiets aan zijn hand zich meldt? Het was donderdag 24
november, rond half tien in de ochtend. De locatie is ons allen bekend. Wie
herkent hem?
Oja, uiteraard heb ik de originele illustratie verkocht. Ik
kwam hem laatst tegen op een terras in Castiglione del Lago. Hij zat met zijn
moeder een ijsje te eten, maar zij was ondertussen in de stoel in slaap
gevallen. Hij vroeg me: “Wil je mijn Mehari ook een keer tekenen?”
maandag 25 september 2017
twee colums + illustraties
(uit de Scheldexpress 18 september)
AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit
Zeeuws-Vlaanderen
Door Agnes den Hartogh
Waar ben ik: Spui,
tussen Terneuzen en Axel
Wat zie ik: een molen in Italiaanse kleuren
Wat zie ik: een molen in Italiaanse kleuren
“We hebben hier een
glasbak!”
Het is vakantietijd en tijdens de zomermaanden werk ik
veelal in Italië. Hoe fijn om weer even de Westerscheldewind te ervaren tijdens
een tussenstop in Zeeland! Ik strijk neer op een schommel in Spui, omdat mijn
oog valt op een molen met Italiaanse uitstraling: wit, rood, groen. De kleuren
van de Italiaanse vlag.
Spui is klein, dus ik ben blij dat ik Maaike tref. Met meer
kinderen dan lege flessen nadert ze de glasbak. Hoe leuk: tekende ik zojuist vanaf de schommel twee houten
hondjes op springveren waarop twee kleuters tot in de het oneindige onder de
Spuise zon zouden kunnen wippen, heeft Maaike deze twee meiden in spe in haar
dubbele buggy.
“We hebben een
glasbak, he?” antwoordt ze lachend als ik vraag of ze iets kan vertellen
over Spui. Het is klein. Nee, toeristen komen er niet veel. Maar ze woont hier
met haar gezin vanwege de ruimte en de rust. Ik prijs de molen en het kleine
speelplaatsje en knipoog naar haar drie kinderen. Zoontje Dan is al op
fietsleeftijd. Hij gaat straks in Axel naar school.
“Wat het fijne is van
Spui: de mensen zijn hier gezellig, he?” Tegelijkertijd komt er een man met
zijn fiets vanuit de Pootersdijk, op weg
naar de glasbak. Met de zojuist gekregen info van Maaike groet ik de man. Als
hij zegt dat hij ook een inwoner van Spui is, concludeer ik dat hij dus gezellig
is. Hij kijkt me vreemd aan. Als ik de bedoeling van mijn gesprek uitleg, komt
hij los en vertelt hij me van alles over zijn woonplaats. Hij weet veel. Zowel
Maaike als ik reageren beduusd: zij kent hem niet, ondanks dat ze beiden al
jaren in dit kleine dorpje wonen.
Hoe een glasbak kan verbroederen. En hoe in een klein dorpje
mensen tot elkaar komen. Als iedereen zijn lege flessen heeft gedeponeerd, loop
ik nog even terug naar de schommel om de laatste hand aan de schets te leggen.
En mijmer ik hoe die twee kleine meiskes in de buggy hier over een korte tijd
op dat wiptoestel zullen spelen. Onder de Spuise hemel. Hun haartjes wapperend
in de Westerscheldewind.
Terwijl ik dit verhaaltje schrijf, ben ik weer in Italië. Ik
trakteer mezelf op het laatste glaasje
uit de fles Amaro di Mulino. Mijn oog valt op het etiketje in rood, wit, groen.
Een klein molentje tussen de cypressen.
Zal ik deze lege fles straks meenemen naar Nederland en ´m in de glasbak
van Spui gooien? Symbolischer kan het
niet. Misschien kom ik Maaike tegen…
------------------------------------------------------------
(uit Alfa Romeo SCARB Klaverblaadje 159)
“Ben jij hier dan
ook?”
In het antwoord dat ik via mijn Messenger-pingel
binnenkrijg, lees ik niet alleen verbazing. Ik voel zelfs een tikkeltje
verontwaardiging, doorgeschakeld naar de vierde versnelling. Ja, ik ben
hier ook. En niet voor de eerste keer. Ik houd van de Mille Miglia. Ik houd van
de trots -doorgaans kunnen alleen de Italianen deze zo intens
tentoonspreiden- die gedurende twee dagen alle zintuigen naar een soort
hellingproef brengt. The sky is the limit. Een caleidoscopische ervaring van
kleur, vorm, geur, geluid raast door de straten en ik geef me er aan over. Ik
zwaai naar Nederlandse kentekens, brul af en toe een flard van het Wilhelmus en
geef highfives in straatjes waar ik het glimmende, warme blik kan aanraken.
Zo gek is het ook weer niet. Volgens mijn moeder kwam ik
bijna in een Citroen DS ter wereld. Ik was hun eerste, maar een late drammer.
Dus dramde mijn moeder even hard terug. Mijn ouders hadden een garagebedrijf
–ik noem geen merk- en vooruitstrevend danwel noodgedwongen stond mijn moeder
niet op de loonlijst, maar was wel de onmisbare schakel in de business. Alles
dat niets met techniek te maken had, maar alles met empathie, lag op haar bord.
Zo bracht ze vaak klanten terug en na het maatschappelijke item (“zijn vrouw is net overleden”)
haalde één van de monteurs haar weer op. In die DS kreeg ze de echte weeën,
maar gelukkig werd ik vlak achter de benzinepomp geboren, naast het kantoortje
waar de klanten konden afrekenen en een rolletje pepermunt kregen.
Het was voor iedereen een schok. Niet allen dat ik een
meisje was; ik had een potloodje in mijn rechterknuistje. Mijn vader keek
in de lucht naar de voortgang van het familiebedrijf. Hij moest toen al hebben
gezien dat het potloodje niet geschikt was voor boekhoudkundige praktijken. Dan
hadden ze me nog weg kunnen moffelen achter de stellage van poetsmiddelen. Nee.
Dat potloodje voorspelde iets anders.
“Ben jij hier dan
ook?”
De vraag komt via Messenger binnen nadat ik een tekening van
de bloedmooie caffè-crema-liquoro-kleurige Alfa Romeo 6C 2500 sport cabriolet van
Ad Branderhorst op Facebook heb geplaatst. Wat een juweeltje! Benjijhierdanook heeft een groot
garagebedrijf –ik noem geen merk – ergens in Zeeland. Ik ken hem van de
serviceclub. Nee, zoals hij mij kent, had hij me niet ingeschat op freak die
met haar potloodjes en doosje aquarel in de straatjes van Buonconvento,
Torrenieri en San Querico d’Orcia zich opwindt over al dat prachtige kostbaars
dat langsrijdt.
En zo heeft iedereen zijn of haar secret pleasures… Als
een soort ultieme heldendaad stuurde ik Benjijhierdanook
van dat grote garagebedrijf –ik noem geen merk – ergens in Zeeland een
aantal van mijn getekende Alfa’s. Echt niet om te pesten, hoor! Het was meer
een reactie op zijn berichtje dat het in Brescia toch wel een beetje tegenviel…
De euforie bij de finish bleef uit. Althans, hij had er iets anders van
verwacht. Ik berichtte hem: “Kom volgend
jaar naar hier.”
Terwijl ik hier in Italië helemaal ben gesettled en geniet
van mooie auto’s en design, mijn potloodjes de goede weg vonden en mijn ouders
nog twee zoons kregen die het autobedrijf overnamen, ga ik ieder jaar
naar de Mille Miglia. Omdat ik houd van trots. En zelfs hier in de buurt
spot ik af en toe een mooi collectors-item. Die zwarte met dat Nederlandse
kenteken. Blijkt het mijn achterbuurman te zijn. U weet wel. Bert.
“Ben jij hier dan
ook?”
“Ja! Ik zie je volgend
jaar!”
de zwarte bella van Bert
zaterdag 22 april 2017
UIT DE SCHELDEXPRESS
In de rubriek
AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ... zomaar een impressie uit Zeeuws-Vlaanderen
“Het is altijd weer
spannend om bij een wildvreemd iemand aan te bellen en te kijken wat je kunt
lospeuteren…”
Beeldend kunstenaar/schrijver Agnes den Hartogh woonde en
werkte over de hele wereld, en is nu aangespoeld in Zeeland. Na zich wereldwijd
te hebben laten verrassen door het leven en dit in beeld te hebben gebracht in
diverse projecten, verhalen en kleurrijke impressies, verkent ze nu Zeeuws-Vlaanderen. De tekening is de
aanleiding, de verhalen zijn soms hartverwarmend, waardevol, verbazingwekkend
of emotioneel.
Volgens Agnes: “Dit is één van de mooiste manieren om mensen te
leren kennen: hun dorp, hun geschiedenis, hun leven.”
In de ScheldeXpress zullen regelmatig illustraties met het verhaal
verschijnen.
nummer 10 (15 maart)
Waar ben ik: bij
de kerk in Sint Kruis
Wat zie ik: een houten beeld met een scheur in het hoofd*
Wat zie ik: een houten beeld met een scheur in het hoofd*
“Nog léven, da’s beter dan een standbeeld!”
Het is zo’n miezerdag waarop de rubbers van de ruitenwissers langzaam heen en weer glijden en grijze strepen op de voorruit achterlaten. Niet de meest inspirerende zondag om Zeeuws-Vlaanderen te verkennen. Ik besluit het klassieke pijltje op de kaart te werpen. En zowel linksom als rechtsom kun je in Sint Kruis terechtkomen… De variant in België ligt vlak over de grens, bij Brugge. De Nederlandse net aan de andere van de streep. Beide Sinten hebben een rijke geschiedenis; die van Vlaams Sint Kruis begint op papier al in 1089. De Nederlandse analen startten aan het eind van de 12e eeuw.
Bij de markante Peperbusse sta ik oog in oog met een houten beeld. Het lijkt alsof de Brazilianen Paaseiland hebben aangevallen met een groot hakbijl. De waarheid is anders, lees ik op het begeleidende bord. Op zoek naar meer waarheden, in dit kleine dorpje. Op zoek naar leven, mensen en beweging beland ik in Café Zeelandia.
“Als je zo komt
binnenvallen, is ’t altijd moeilijk opstaan, hé?” zijn de welkomstwoorden
van de biljartende mannen. Ik probeer een praatje; wat men van het houten beeld
vindt, wie mij er iets over kan vertellen… Greetje, de eigenaresse van de
dorpskroeg komt naast me zitten en zegt met een geheimzinnige blik: “Hoe meer je weet, hoe meer je moet
verantwoorden.” Dat is tenminste duidelijke taal. Op de schouw zie ik de
drie bekende aapjes, met respectievelijk hun handen op hun oren, voor hun ogen
en op hun mond. Greetje kijkt me even schuin aan en voegt toe: “Ik hoor hier nooit niks…”
Als ik wat vertrouwen heb gewonnen, komen er heus verhalen
over het beeld: het is de in Sint Kruis geboren pater Gerard Paridaen die in de
Braziliaanse regenwouden missiewerk deed. Voormalig pastoor van Breskens Omer
Gieliet maakte het, nadat Paridaen overleed. Als eerbetoon. “Nog léven, da’s beter dan een standbeeld”, voegt
Greetje er aan toe. Ja, nu willen de biljarters
ineens wel praten. Ook over andere dingen.
Maar zoals ik juist leerde: : “Hoe meer je weet, hoe meer je moet verantwoorden.” Dus zoals ik
plechtig heb beloofd, houd ik de gesprekken voor me.
(*overigens
luidt de eerste regel van de tekst achterop het beeld van Pater Paridaen: “Ik ben verscheurd”)
__________________________________________________________________
Waar ben ik: in
de buurt van Terhole
wat zie ik: toch een klein ongelukje…
wat zie ik: toch een klein ongelukje…
“Dan moet u de politie
bellen…”
Een flinke worp en de pijl op de kaart van Zeeuws-Vlaanderen
prikt ergens in het oosten. Ik heb geen idee wat me in Terhole te wachten
staat. Achteraf zal blijken dat ik in een verkeerd gemonteerd TV-programma ben
terechtgekomen: een kruising tussen Rijdende Rechter, Wegmisbruikers en Boer
zoekt vrouw.
Ik bereid me niet voor. Ik weet ongeveer welke richting ik
moet nemen, en hoe mooi is het om over slingerdijkjes en polderweggetjes
Terhole in de verte zien liggen. Ik geniet van het ritme van de metershoge
populierenrijen die met een liniaal zijn geplant. Maar probeer er dan maar te
komen… Een vrachtwagen, tractor, ambulancebus, nog een vrachtwagen en een
politieauto blokkeren de weg. En niet te vergeten: een elektrische fiets: deze
staat midden op de Langendamsedijk. Het lijkt vrij simpel: als ik die fiets ietsje
opzij zet, zou ik er met mijn auto langs kunnen. Op weg naar Terhole. Maar de
ambulancebroeder is resoluut: ik kan terugrijden. Volgens de tractorman in
overall is het niet ernstig: een fietser reed tegen een uitstekend stuk van de
vrachtwagen. En nu wordt iedereen door de politie verhoord.
Dus benader ik Terhole via een andere weg. En voordat ik er weer uit ben,
kom ik een aardige man tegen. “Het is een
dertig-kilometerweg geworden, kijk!” Hij wijst naar de inhammetjes en
perkjes op de Hulsterweg. Vroeger was het een drukke doorgangsroute. Toen het
veer Kruiningen-Perkpolder nog voer. Sinds de rondweg is aangelegd, zou dit
stukje Terhole een soort woonerf moeten worden, ver van de verkeersdrukte en
ongevallen, 30 kilometer. “Er zijn hier
wat ongelukken geweest…“ Hij wijst de andere kant op: daar reed een auto
een huis naar binnen. Plotseling verschijnt een vrouw. Ze vraagt wie ik ben
omdat ze een klacht over haar buurman wil indienen. Nee, ik ben niet van de
gemeente. Ik ben slechts een passant die vanwege de maximumsnelheid van 30 km
iets van Terhole ziet. De man antwoordt: “Dan
moet u de politie bellen”. Ik zeg niks; die politie staat verderop een
overall te ondervragen.
De aardige man wijst mij op een mooi groot huis een de andere kant van het
dorp. Hij zegt: “Da’s misschien ook leuk
om te tekenen,” ietwat gegeneerd en de boze vrouw negerend.
Het mooie huis blijkt de oude veearts-woning en ik tref op de stoep
Charles. Hij is ook in overall, maar uitgerust met een gifspuit. Alsof de
wereld buiten Terhole stilstaat, pakt hij minutieus alle onkruidjes tussen de
tegels aan. Hij vertelt dat hij al negentig is. En al zestig jaar in dit huis
woont. Ja, het is erg rustig in Terhole. Op dinsdag is de slager dicht. “En verder is d’r hier niet zoveel te doen,
he.” voegt hij toe. Ik zeg niks. Ondanks dat de rust in Terhole al jaren is
teruggekeerd, valt er hier toch heel wat te beleven!
_________________________________________________________
column & illustratie februari zie http://agnesinvlissingen.blogspot.nl/2017/01/het-vervolg-maar-dan-aan-de-overkant.html
Abonneren op:
Posts (Atom)


















