dinsdag 1 november 2016

1 november 2016

Het verhaal bij de tekening van vandaag: 

waar ben ik: Houtkade (fiets/wandelpad)
wat zie ik: de voormalige machinefabriek tussen de De Willem Ruysstraat en de Jan Weugkade met daarnaast een historische kraan waarvan een deel ernaast ligt

1 november 2016

-langs bij Jan en Tiny- 




We doen soms wel twee uur over het ontbijt. Niet dat we zoveel eten, hoor! Maar je raakt hier aan het raam niet uitgekeken…

Ik zit bij Jan en Tiny. Als ze bij ons langslopen, zwaaien ze. Dat komt omdat Jan altijd even naar binnen kijkt. Tiny’s nieuwsgierigheid is een poosje geleden al bevredigd. Ze zag ons naambordje met daarop de naam Auke Klaver. Ze belde aan om te zeggen dat ze vroeger ook een Auke Klaver had gekend, als meisje, toen ze in de Primulalaan woonde. “Dat was mijn vader” zei Auke.

Met een onaangekondigd bezoek aan Jan en Tiny start mijn project. Ik weet niets van ze, behalve dat Tiny vroeger in de bloemenbuurt woonde. Ik leg mijn bedoelingen uit, en toon mijn zojuist gemaakte tekening van de ontmantelde kraan op het voormalige Scheldeterrein. Vol trots vertelt Tiny dat alles aan de muren door Jan is gemaakt. Die kon schilderen. Hij doet het alleen niet meer, nu. Ik bewonder zonnebloemen, vogels, stillevens. Om het hoekje hangen twee beschilderde tegeltjes. “Die heb ik gemaakt toen ik twaalf jaar was” zegt Jan. Een herinnering aan zijn kindertijd, aan dat wat gespaard is gebleven. Het huis heeft onder water gestaan. Zijn arm gaat omhoog om het waterpeil aan te geven. “En dan later die bombardementen en de gaten in het dak…”

We kijken met z’n drie├źn naar het uitzicht -een coaster op steenworp-  dat bijna hetzelfde is als het mijne. Het scheelt een paar tientallen meters. Als ik hun leeftijd had, zou ik ook urenlang ontbijten. Lunchen, borrelen aan het raam…  Jan werkte als scheepsontwerper. Als er 1400 auto’s uit Zweden moesten komen, mocht hij het schip tekenen. Toen het begon te ‘rommelen’ vanwege Rijn-Schelde-Verolme mocht Jan naar Rotterdam, maar dat wilde hij niet. Gelukkig kon hij in Zeeland in de branche blijven werken. Als kwaliteitscontroleur. Want ook in de scheepsbouw werd wel eens ‘gerommeld’. “Als je naar de winkel gaat om een bruin pak te kopen, moeten ze je geen blauwe aansmeren” verduidelijkt hij.

Blijkbaar heeft het een poosje geleden in de krant gestaan, dat van de kraan die ze nu uit elkaar hebben gehaald. Dat bericht heb ik uiteraard niet gelezen. “Die lange arm ligt er nu ergens naast” zegt Tiny. Het heeft iets met de slechte grond van de kade te maken. De kraan (oud-werknemers van de werf en sympathisanten hebben het stuk erfgoed geadopteerd)  kan er zo niet blijven staan. Er moet het een en ander aan het terrein gerenoveerd worden. Het andere deel van de kade was al opgeknapt. Maar nu de rest nog.

Voordat ik wegga, wil Tiny nog wel even wat weten. Wat mijn man ervan vindt dat ik dit zo doe. Want wat doet hij eigenlijk? Ik zeg maar niet dat Auke een paar deuren verder languit naar een herhaling van Spoorloos ligt te kijken, zich lichamelijk voorbereidt op een heftig werkbezoek aan Laos volgende week. Ik leg uit dat Auke problemen in de zorg oplost. En dat ik het waardevol vind om de stad Vlissingen op mijn manier te ontdekken. Hij heeft zo zijn eigen herinneringen aan de zomerweken waarin hij bij ‘Oma Vlissingen’ logeerde. Ik wil de mijne: ik ben nieuwsgierig naar de herinneringen van de anderen, van de stad die ik nog niet ken.

Jan loopt met me mee naar de gang om me uit te laten. “We blijven zwaaien, he?” glimlacht hij.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten