maandag 8 februari 2021

VLISDINGEN EN MISDINGEN DEEL 2: PLEIN VIERWINDEN

Over plekken in de stad die waren; plaatsen met een verhaal.
Verloren Vlissings verleden als het nieuwe schoonheidsideaal.


Als ik het woord huishoudschool laat vallen, barsten de vriendinnen los. Corry: “Ik hield niet van koken -nu nog steeds trouwens niet- maar we moesten toen voor de leraressen de maaltijden bereiden. Onze worteltjes waren aangebrand en wat dacht je: ik heb zó uit het raam gegooid!” Ze schaamt zich er nog een beetje voor. Jannie slaat haar handen voor haar mond.

Plein Vierwinden in 2021: een mooi contrast tussen historische gevels en de twee hoogste kranen die Kop van het Dok uit de grond gaan trekken. Menig toerist ervaart dit pleintje altijd als geschiedenis, maar schijn bedriegt. De kale lindes staan als knoestige eeuwige arbeiders met hun mouwen opgestroopt, maar pas sinds eind jaren ’70. Menig Vlissinger weet echter dat de gevels uit de voormalige Kolveniersstraat komen, en nu op de plek waar voorheen de huishoudschool stond. 

Gesa is één van de leraressen van deze huishoudschool in het Groenewoud. De 50-er jaren: “Ik was amper 10 jaar ouder dan de meisjes…. Huishoudkunde, koken, wassen, strijken. De meisjes namen van thuis het was- en strijkgoed mee; en voor de kooklessen bestelde ik van te voren alle ingrediënten. En nadien werden alle laatjes gecontroleerd. Of al het bestek schoon was en op de goede plek lag. De theedoeken moesten met de bolle kant naar voren hangen.”

Discipline en netheid waren aan de orde. De worteltjes van Corry hadden zich helemaal kapot gelachen om de huidige opstandelingen, die uit onvrede binnensteden geweld aan doen. 

Gesa werd geboren in de toenmalige smederij, het pand voor de huishoudschool. “We speelden op de zolder met alle kinderen uit de buurt; mijn vader had boven het bedrijf een grote schommel gemaakt.” Ze zwaait met haar armen. Kijkend naar de oude zwart-witfoto komen de herinneringen weer boven. “Kijk, die bakfiets… En dat was toen onze auto!” En ook -bijna op dezelfde plek- de kranen die boven de huisjes in de toenmalige Rioolstraat uittorenen. Alleen iets minder hoog dan nu.

Tijdens mijn wandeling met de dames vult het pleintje zich met anekdotes en veel “oja!” En over hoe discipline en netheid je vormde.

Ik neem het goede voorbeeld en raap een vierkant servetje van de tegels, waarschijnlijk weggewaaid uit een take-awayhapje uit de Walstraat. “Open punt links boven” citeert Jannie, terwijl ze in de lucht met haar handen een theedoek vouwt.





dinsdag 12 januari 2021

VLISDINGEN & MISDINGEN DEEL 1 KETELMAKERIJ

 


Vlisdingen & misdingen

Over plekken in de stad die waren, plaatsen met een verhaal.
Verloren Vlissings verleden als het nieuwe schoonheidsideaal.

Jo fietst iedere week wel een keer over het terrein. Betonkisten, kranen, grondverzet. Kop van het Dok in aanbouw. Ook rest van het Scheldekwartier heeft hij zien groeien. “Handwerk is er amper nog bij. En het gaat razendsnel.” Hij wijst op Blok D van de Jan Weugkade, de Ketelmakerij.

Op de plek waar –na een brand- in 1882 een nieuwe machinefabriek verscheen (een ketelmakerij, smederij, kopergieterij en een scheepstimmerwerf) met Chrystal Palace-allure zijn de pas opgeleverde woningen aan de kade nagenoeg bewoond. Ze kunnen de goedkeuring van Jo dragen.

Als medewerker op de tekenkamer kende Jo de voormalige scheepswerf van binnen en buiten. “Ik ontwierp specialistische gereedschappen; ja, geen hamer of beitel, he? Dus ik kwam toen op alle plekken op het Scheldeterrein, omdat voor alle afdelingen speciale instrumenten gemaakt moesten worden”.

 

Kees is één van de bewoners van deze nieuwe Jan Weugkade, waar de woningen zich qua architectuur kunnen spiegelen aan en mogen knipogen naar de overkant, de voormalige zware plaatwerkerij. Indrukwekkende raampartijen in staal memoreren het industriële verleden. “Het gaat hier mooi worden!” Het grootste deel van zijn leven is hij Vlissinger en hij heeft alle facetten van de scheepvaart meegemaakt. Hij prijst zich gelukkig op deze plek. Het was een bewuste keuze om in de binnenstad te gaan wonen.

Hij ontvangt mij in de hoekwoning waar warme kleuren en prachtige schilderijen me omarmen. Voor iemand met een zeevaartachtergrond is de switch van Boulevard de Ruyter naar het Scheldekwartier wellicht ongebruikelijk, maar Kees en zijn vrouw genieten van de binnenstad. “Wat dat betreft zijn we stadsmensen! Alles lekker dichtbij, de sfeer van Vlissingen.” Hij herinnert zich de tijd dat de neuzen van de schepen boven de stad uitstaken, de tijd dat hij op de zeevaartschool zijn rangen haalde.

 De binnenstad van Vlissingen werd toen geregeerd door de toeter. Ook Jo neemt me even mee terug in de tijd. “Ik woonde in de Verkuijl Quakkelaarstraat en we gingen destijds tussen de middag nog naar huis om te eten. We hadden anderhalf uur tijd. Als de toeter na het middagmaal ging, wist je dat je nog tien minuten had om op de werf te komen.” Of hij de toeter in het Vlissingse mist? “Nee, maar ik kan ‘m zo weer horen. Zo was dat nu eenmaal elke dag... En het hoorde bij die tijd.”

Niet alleen Kees voelt zich in deze nieuwe setting helemaal thuis. Ik spreek een aantal jongere bewoners die de verhalen van Jo en Kees slechts als verhalen kennen, maar deze generatie is wel met het maritieme van Vlissingen opgegroeid. Een aantal is werkzaam in de hedendaagse shipbuilding en ervaart dit nieuwe stukje Vlissingen als stoer.

Tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor het bouwrijp maken, kwamen de funderingsresten van de oude Ketelmakerij tevoorschijn. Museum Scheldewerf, de voormalige Verbandkamer, heeft in haar collectie een aantal prachtige foto’s van dit markante gebouw, waarvan -behalve een deel van de boogramen- helaas niets meer bewaard is gebleven.

Ik nodig alle Vlissingers uit dit historische deel van de binnenstad te komen bekijken. De nieuwe bewoners vertellen graag over het nieuwe en de vrijwilligers van Museum Scheldewerf graag over het oude!