Iedere maand op deze pagina het woord aan de outsiders die van deze stad houden: de tijdelijke werknemer, de toerist, de stagiair, de bezitter van een tweede huis: wie zijn het, wat intrigeert ze? Wat bezielt ze om hier te komen, te verblijven of zelfs te blijven?
Britta en Marc kochten een aantal jaren geleden een mooi huisje in de binnenstad. Nog steeds zielsgelukkig, verliefd. Iedere vrijdagmiddag knalt Marc de deur van zijn notariskantoor in Aken achter zich dicht. Idem Britta, die daar als advocaat werkzaam is. En vervolgens knallen ze naar Vlissingen, naar hun perfecte tweede huis in de Nieuwstraat. Het is slechts twee uur en een kwartiertje rijden. Marc loopt regelmatig hard op de boulevard, in de hoop een keer aan de kustmarathon deel te nemen.
Ergens aan de Boulevard de Ruyter wonen nog meer buitenstaanders met een tweede huis. De Belgische loodsen. Week op en week af, maar het echte, warme gevoel van het tweede huis biedt de oorspronkelijke Belgische Loodsensociëteit, waar ze 24 uur per dag terecht kunnen voor een hap en een drank. De loodsen verlaten hun geliefde, gezin en vrienden voor een week om in Vlissingen te komen werken.
Marc: “Al onze vrienden en kennissen verklaarden ons voor gek. Wat heb je nu in Vlissingen te zoeken? En daarna: waarom moet je daar ieder weekend heen?”
Eten?
Britta en Marc genieten van de Zeeuwse keuken, de gezellige restaurants die vaak nog in familiehanden zijn. Restaurants die niet bij een keten aangesloten zijn, maar waar de eigenaren zelf hun aardappelen schillen, hun inkoop lokaal regelen. Volgens Marc: “We vinden in Vlissingen fantastische restaurants en cafés. Bijzonder zijn De Gecroonde Liefde en Castafiore; we gaan graag ontbijten en Kust -hele sympathieke eigenaren- en we houden tijdens de zomer van de terrassen van Pier 7 en De Belgische Loodsensociëteit en De Punt. We hebben ook een aantal keren in de Timmerfabriek gedineerd, een prachtige locatie en geweldig eten! En er zijn zoveel culinaire plekjes die we nog niet kennen… Maar het belangrijkste waarom we zo van Vlissingen houden: de aardige, tolerante mensen en de altijd goede humor van deze Vlissingers!”
Ondertussen zijn al die Akense vrienden, familie en kennissen al een keer in Vlissingen geweest om een antwoord te krijgen op de vraag “Waarom moet je daar ieder weekend heen?” Marc gniffelt als hij vertelt over de open monden van verbazing: de stad, het strand, de luchten, het licht, de natuur, de boulevard, de restaurantjes…
En ondertussen worden in al die authentieke restaurants in de binnenstad en aan de Boulevard met zo veel liefde maaltijden bereid. Ook in de Belgische Loodsensociëteit. Niet alleen voor de Belgische Loodsen. Voor Marc en Britta en al die anderen die zich graag te gast en thuis voelen in Vlissingen.
De Vlissingse liefde gaat door de maag. Op 14 februari serveren onze restaurants iets liefdevols om te delen, van te genieten. Komt u?
Hoe leer je een stad kennen? Na het project Vlisdingen en de uitgave van het boek, schrijf en teken ik gewoon lekker door!
dinsdag 11 februari 2020
dinsdag 14 januari 2020
KLEUR BEKENNEN
Laten we 2020 inkoppen met twee belangrijke merkwaarden van Vlissingen: gastvrij (iedereen is welkom) en kleurrijk (historie, contrasten en diversiteit) Het thema dit jaar van de maandelijkse VOC-pagina’s is dus onze kleurrijke gastvrijheid. En wie genieten hier van? Niet alleen de toeristen, die voor Vlissingen zo belangrijk zijn. Ook de anderen die ‘van buiten’ komen, zoals studenten, tijdelijke werknemers, Belgen en Duitsers die hier een tweede woning bezitten, nieuwe inwoners van het te realiseren Scheldekwartier. En uiteraard de Vlissingers zelf. Want de ondernemers van de binnenstad heten iedereen van harte welkom!
Iedere maand op deze pagina het woord aan of over die outsiders die van de stad houden. En andersom: de stad die outsiders omarmt.
De stap van boulevard naar binnenstad blijft een kwetsbare route. Gelukkig doen de ondernemers en bewoners van het Bellamypark er alles aan om deze overgang zo veel mogelijk kleur te geven. Benamingen voor de kleuren op de gevels als wortel, tuinboon, zeewier, september, cantaloupe en alchemist komen het dichtst in de buurt, maar als ik verder kijk, is de voormalige haven van Vlissingen een werkelijke optelsom van een uit- en inheemse kleurenpracht. Hoe uitnodigend!
De kameleon gaat zijn eigen gang, wars van welke kleurentrend dan ook. Het zit in zijn genen om mee te bewegen, altijd op z’n hoede. Hij en de zijnen hebben het toch maar mooi voor elkaar om in deze stad te zijn opgevangen. Gered van de illegale smokkelmoord, huisuitzetting of andere ellende. En de ene dag groen, de andere dag een tikkeltje minder groen: niemand maakt bezwaar. Veel van de reptielen, amfibieën en geleedpotigen mogen terug naar hun natuurlijke habitat of een veilige plek. Of ze worden zo goed mogelijk begeleid in het Vlissingse, met dank aan de vele behulpzame medewerkers en vrijwilligers.
Waren we allemaal maar een kameleon.
Als ik het Bellamypark verder bewandel, tref ik nog meer kleuren. Bladerend in de Flexa-of-andere-kleurengids, lees ik selderij, walnoot en verleiding. Ja, de verleiding is groot met zo’n arsenaal aan scharkeringen.
De kameleon krabt zich met zijn andere poot en heeft medelijden met de verleidingen van welstandscommissies die zich serieus om 231 pagina’s en 231 kleurbenamingen moeten bekommeren.
Ook rondom het Bellamypark -in de straatjes zoals Nieuwstraat, Oude Markt en Groenewoud- hebben de liefhebbende pandeigenaren hun mooiste kleuren vereeuwigd en vergeveld. Een oprecht duel tussen schreeuwend en fluisterend, maar alles in harmonie met de selling-points. En meer dan kleurrijk.
De kameleon denkt: ik heb een dikke huid. Al millennia lang, dus het zal mijn tijd wel duren, dat gekibbel over kleur.
En om met de kleurengids af te sluiten: zowel maritiem als stoer komen in het gamma voor. Laten dat nu nét de andere twee merkwaarden van Vlissingen zijn. Maritiem staat voor water, helden en blauw en tussen haakjes achter stoer staat: mentaliteit, dapper en doortastend. En ja, maritiem en stoer zijn blauw. En over deze kleuren heeft niets of niemand iets te zeggen, want die zijn er gewoon, soms iets lichter, soms iets helderder: de lucht, de zee, de Schelde.
Iedere maand op deze pagina het woord aan of over die outsiders die van de stad houden. En andersom: de stad die outsiders omarmt.
De stap van boulevard naar binnenstad blijft een kwetsbare route. Gelukkig doen de ondernemers en bewoners van het Bellamypark er alles aan om deze overgang zo veel mogelijk kleur te geven. Benamingen voor de kleuren op de gevels als wortel, tuinboon, zeewier, september, cantaloupe en alchemist komen het dichtst in de buurt, maar als ik verder kijk, is de voormalige haven van Vlissingen een werkelijke optelsom van een uit- en inheemse kleurenpracht. Hoe uitnodigend!
De kameleon gaat zijn eigen gang, wars van welke kleurentrend dan ook. Het zit in zijn genen om mee te bewegen, altijd op z’n hoede. Hij en de zijnen hebben het toch maar mooi voor elkaar om in deze stad te zijn opgevangen. Gered van de illegale smokkelmoord, huisuitzetting of andere ellende. En de ene dag groen, de andere dag een tikkeltje minder groen: niemand maakt bezwaar. Veel van de reptielen, amfibieën en geleedpotigen mogen terug naar hun natuurlijke habitat of een veilige plek. Of ze worden zo goed mogelijk begeleid in het Vlissingse, met dank aan de vele behulpzame medewerkers en vrijwilligers.
Waren we allemaal maar een kameleon.
Als ik het Bellamypark verder bewandel, tref ik nog meer kleuren. Bladerend in de Flexa-of-andere-kleurengids, lees ik selderij, walnoot en verleiding. Ja, de verleiding is groot met zo’n arsenaal aan scharkeringen.
De kameleon krabt zich met zijn andere poot en heeft medelijden met de verleidingen van welstandscommissies die zich serieus om 231 pagina’s en 231 kleurbenamingen moeten bekommeren.
Ook rondom het Bellamypark -in de straatjes zoals Nieuwstraat, Oude Markt en Groenewoud- hebben de liefhebbende pandeigenaren hun mooiste kleuren vereeuwigd en vergeveld. Een oprecht duel tussen schreeuwend en fluisterend, maar alles in harmonie met de selling-points. En meer dan kleurrijk.
De kameleon denkt: ik heb een dikke huid. Al millennia lang, dus het zal mijn tijd wel duren, dat gekibbel over kleur.
En om met de kleurengids af te sluiten: zowel maritiem als stoer komen in het gamma voor. Laten dat nu nét de andere twee merkwaarden van Vlissingen zijn. Maritiem staat voor water, helden en blauw en tussen haakjes achter stoer staat: mentaliteit, dapper en doortastend. En ja, maritiem en stoer zijn blauw. En over deze kleuren heeft niets of niemand iets te zeggen, want die zijn er gewoon, soms iets lichter, soms iets helderder: de lucht, de zee, de Schelde.
dinsdag 10 december 2019
WONDERSTAD
Rondes maken kansen waar,
flonkeren tussen den & groen.
Er is hier toch zo veel te doen
in de aanloop naar ’t nieuwe jaar.
Ik had uiteraard al veelvuldig
Sint’s stokpaard stiekem weggenomen,
verlangend naar kerst- en toverbomen
en als een kind geduldig
gewuifd naar timmerman en vreugdevuur,
werkend aan een winterstad onder
de zwarte Vlissingse wolken
-en zelfs op het laatste uur,
wonderstad en zo bijzonder-
deze stad te mogen bevolken.
Spijt hebben als je niet bent geweest
is een achteraf met weinig lef.
En als ik het champagneglas hef
bruisen de stad en ik het meest,
omdat de sterren zoveel toekomst geven.
We proosten op het nieuwe jaar;
met klagen zijn we even klaar
omdat we op mooie dromen zweven.
Alle lieve lezers wens ik in dit gedicht
het fraaist van de decembermaand
blijvend of naar verder gaand
maar kijkend naar het licht.
Geniet van het aanbod in de stad
Vergewis u van de nieuwste zaken.
En de plek met zoveel wonder
die geen andere wereld had
om uit te zijn, om Vlissingers te raken
met zoveel. Het kan niet zonder.
dinsdag 12 november 2019
ZIE DE MAAN SCHIJNT TUSSEN DE GOLVEN
In de binnenstad van Vlissingen is het voorlopig volle maan. Iedere avond, tot het weer lente wordt. We tarten, kietelen en pesten de stonde en het getij. We vergeten de donkere wolken en andere duistere obstakels die onze decemberpret zouden kunnen bederven.
Vlissingen: shine a light on me!
En shine op al die passanten en toeristen die via Zoover onze stad weten te waarderen. Zij waren degenen die Vlissingen op de ranglijst de tweede plaats gaven: de op-één-na-leukste toeristenstad van Nederland!
En wat nu jammer dat de lokale pers dit mooie nieuwsfeit onderuithaalde met de meest negatieve opmerking dat het beste van Vlissingen de bus naar Middelburg is. Wanneer komt Vlissingen los van haar frustratie? De stakingen van boeren en leerkrachten krijgen wellicht een vervolg: de ondernemers van onze binnenstad barricaderen de halte Betje Wolffplein/Albert Heijn en geen bus rijdt meer naar Middelburg.
Bent u onlangs in Den Helder of Delfzijl geweest? Daar staan nog meer winkelpanden leeg. Steden met een eigen unique-selling-point: haven, marine. Tsja.
In Vlissingen schijnt nu iedere avond de volle man. Deze volle maan is diezelfde iedere avond in harmonie met haar topografische DNA: de Schelde, de golven die zich ook niets aantrekken van het koopgedrag, internetbestellingen en boodschappenservices. Want zo eigenzinnig zijn we met z’n allen gelukkig wel.
Een bekende spreuk in tijden van troosteloosheid: kijk naar de zon, dan blijft de schaduw altijd achter je.
Shine a light in de Vlissingse context. Kijk naar die mooie feestverlichting in de binnenstad: de volle maan met al haar onvervulde wensen, de golven die steeds meedeinen. Met de feestmaand in het vooruitzicht hopen de ondernemers in de binnenstad dat ze een shine a light op jullie mogen werpen. Kom. Blijf komen en waardeer!
TIP: de 12 maandelijkse illustraties van de VOC-pagina verschijnen begin december als een handige 2020 kalender!
VOC-leden krijgen een exemplaar gratis; te koop voor iedereen € 9,95.
dinsdag 8 oktober 2019
MANNEN TUSSEN STAAL
Nu gaat het ineens heel snel! De steeds terugkerende zomerse temperaturen zijn definitief verjaagd door de herfst. Striemen regen slaan wild om zich heen en verpletteren straten, pleinen en boulevard met een weerspiegeling van grijze luchten. Hier en daar torent er iets in de lucht en wijst een ketting naar de hemel. Een prik in de toekomst en een omarming naar het verleden. Een prik in het wolkendek om er af en toe een zonnestraal uit te laten ontsnappen.
Mannen tussen staal, weer of wind. Waar destijds een champagnefles tegen een trots, nieuw schip spatte, lopen straks nieuwe bewoners vanuit de binnenstad met hun boodschappen.
Nu gaat het ineens heel snel! De champagne moet nog even wachten, maar het pannenbier is bijna in zicht. De voormalige Ketelmakerij van de Scheldewerf krijgt een nieuwe outfit en bouwt verder op de oude funderingen die twee jaar geleden tevoorschijn kwamen. In rap tempo verschijnen de eerste casco’s en per dag gebeurt er iets op het terrein. Heimachines kloppen de fundamenten ritmisch in de historische grond en blokken E en F klimmen in beton omhoog.
De mannen tussen staal keren het hele gebeuren vooralsnog even de rug toe. En vertalen het ritmisch heien in hun eigen herinnering; klinken de ankerkettingen aan elkaar en slaan met hun hamers hun eigen toekomstmuziek.
En weer is daar die regen. Vierkante meters plassen met een prachtige reflectie van het verleden. IJverig gaan de werkzaamheden in Ketelmakerij E en F door.
Over een poosje zal blijken hoe snel het ineens is gegaan. De mannen tussen staal zullen vanaf de Helling trots over het water kijken, weer of wind. Nieuwe bewoners bevolken dan het nieuwe Vlissingse hart, geven kleur aan het verleden. In weer en wind. En ergens anders klinkt de echo van een hamer.
Mannen tussen staal, weer of wind. Waar destijds een champagnefles tegen een trots, nieuw schip spatte, lopen straks nieuwe bewoners vanuit de binnenstad met hun boodschappen.
Nu gaat het ineens heel snel! De champagne moet nog even wachten, maar het pannenbier is bijna in zicht. De voormalige Ketelmakerij van de Scheldewerf krijgt een nieuwe outfit en bouwt verder op de oude funderingen die twee jaar geleden tevoorschijn kwamen. In rap tempo verschijnen de eerste casco’s en per dag gebeurt er iets op het terrein. Heimachines kloppen de fundamenten ritmisch in de historische grond en blokken E en F klimmen in beton omhoog.
De mannen tussen staal keren het hele gebeuren vooralsnog even de rug toe. En vertalen het ritmisch heien in hun eigen herinnering; klinken de ankerkettingen aan elkaar en slaan met hun hamers hun eigen toekomstmuziek.
En weer is daar die regen. Vierkante meters plassen met een prachtige reflectie van het verleden. IJverig gaan de werkzaamheden in Ketelmakerij E en F door.
Over een poosje zal blijken hoe snel het ineens is gegaan. De mannen tussen staal zullen vanaf de Helling trots over het water kijken, weer of wind. Nieuwe bewoners bevolken dan het nieuwe Vlissingse hart, geven kleur aan het verleden. In weer en wind. En ergens anders klinkt de echo van een hamer.
dinsdag 10 september 2019
FILM
Al jaren staat Vlissingen in september in de spotlights. Liefhebbers van film en literatuur, acteurs, regisseurs en schrijvers bevolken tien dagen lang onze stad. Ze overnachten, eten, genieten tussendoor van die mooie plekken achter het kloppende CCXL-hart: die unieke boulevard. En van het kloppende hart aan de andere kant: de binnenstad, waar in de afgelopen jaren toch steeds meer “bijzondere zaakjes zijn gekomen” volgens de jaarlijks terugkerende festivalganger.
Het 21e internationale Film by the Sea opent dit jaar met de film La Belle Epoque. Maar niets is wat het lijkt in een mooi tijdperk. De hoofdpersoon denkt terug in de tijd te zijn, zo’n veertig jaar, om de ontmoeting met zijn eerste geliefde opnieuw te beleven. 1974.
Film kan je terugbrengen in een andere werkelijkheid, kan spelen met herinneringen en sentimenten. En wat is het soms heerlijk om terug te blikken... Kijk eens met andere ogen. Dat is het mooie van film. Maar niet is wat het lijkt.
Een filmische blik op de archieven van 1974 geeft ons een beeld van een bioscoop op de hoek Spuistraat en Coosje Buskenstraat: Alhambra.
Film by the Sea raakt met de keuze van haar openingsfilm een gevoelige plaat en het netvlies van de Vlissingers. Laten we zoals de hoofpersoon ook eens teruggaan naar 1974; wat er toen nog allemaal was, “en ondertussen is gesloopt”. Coosje Busken was nog twee richtingen en je kon gewoon tanken in de stad! Wie wil er terug naar deze tijd? Zet een aantal inwoners bij elkaar en iedereen kan schitteren in de meest melancholische hoofdrol van de film die Vlissingen heet.
Achter dit melancholische decor worden straks weer bijzondere, indrukwekkende en memorabele momenten op witte doeken geprojecteerd, wordt nagebabbeld over de impact van thema’s, nageborreld. Er zijn momenten die herinneringen op een andere wijze prikkelen. Het filmfestival laat zien dat Vlissingen meer is dan een plaats met een mooie bioscoop.
Verschillende kleuren, meningen, gedachten, inspiraties en nationaliteiten ontmoeten en bevliegen elkaar. En ondertussen bieden we iedereen die waardevolle extra’s: de boulevard en die bijzondere zaakjes in de binnenstad. En voor diegenen aan wie een carrière op het witte doek voorbijging: niets is wat het lijkt, en kijk eens met andere ogen.
dinsdag 13 augustus 2019
VIS & ZEE
Er stond een vrouw op de dijk. Een bruid. Ze schreeuwde. Haar man was visser. Kwam hij terug?
Toeristen laten vanuit die kuipstoeltjes, genietend van de dagvangst, hun oog langs de jachthaven glijden. Een meeuw doet mee. De Nieuwendijk was lange tijd het strategische punt voor vis. Niet diezelfde vis. Vroeger. Puls bestond niet en vissersvrouwen schreeuwden harder dan de meeuwen nu. Ruim een eeuw geleden waren het de dames die zich bezighielden met het voorbereiden en verwerken van de vangst. En op de Nieuwendijk werd de vis soms krijsend verkocht.
Er staat een vrouw op de dijk. Een vissersvrouw. Ze tuurt met een ogenschijnlijk bezorgde blik over de Westerschelde. Zeker, hij komt terug. Maar hoelang nog? Ze pinkt een traan weg.
Hoeveel meeuwen deden zich een eeuw geleden tegoed aan al die lekkernijen uit de zee, die hapklaar in de ruwe rieten manden van de vissersvrouwen lagen te glimmen in de zon? Zij die het oefenden, hebben een genetisch sterke nazaat ontwikkeld: de toerist in het kuipstoeltje is in een oogwenk haar laatste restje kwijt aan de spiedende vijand. Scherp vliegt het richting Keizersbolwerk, met een stukje staart in de snavel.
Er zullen altijd vrouwen op de dijk staan turen richting de Westerschelde. Wat valt er te halen?
Wie mag er nog naar Engeland varen? Wie heeft zijn vis op het droge? En hoe duur is deze betaald?
De toeriste neemt haar verlies en kijkt naar het lege bakje. De meeuw prooit stiekem door. De accu’s van de fietsen krijgen een puls en brengen de berijders naar een volgend punt in Vlissingen. Anderen slenteren langs het water waar één van de dames van Brasserie Evertsen de sluizen opent. Een bootman manoeuvreert zijn jacht tussen twee grotere. De meeuw is weg.
Wie heden, verleden en toekomst van de visserij in Vlissingen wil beleven: wees welkom tijdens de activiteiten op de Visserijdagen Vlissingen op 16 en 17 augustus.
dinsdag 9 juli 2019
ONDERSTROOM
Eén
van de oude foto’s die vaak op social media voorbij splasht, is die van de
Boulevard tijdens heftige stormen: metershoog klapt het water tegen de
westelijke muur van het Keizershoofd. Een theatraal spektakel waarin reuzen van
golven een onderstroom creëren. En waarin de overstroom kolkend een
benedenwaarste weg vindt.
Vele
jaren later herhaalt het fenomeen zich: niet alleen de zee is met haar
verrassende grilligheden in staat om zich met zoveel krachtvertoon te
manifesteren. Impulsen van buitenaf leveren de binnenstad energie, veerkracht
en balans. Vrolijk uitgedoste maskers bewegen de wapperende gekleurde vlaggen
op een zinderende wind van magie. Raadsels bedriegen de oplossingen. Vlissingen
knalt weer van kleur.
Soms
veroorzaakt een te snel varend schip een te hoge golf. Dát zet onze stad op de
kaart.
Soms
is er te weinig geld; niet om het één of ander. Maar ons festival is veel
waard.
De
groene fontein op het Bellamypark voorziet de strandparasols van een frisse
douche, kinderen zoeken verkoeling onder de spetterende druppels. De terrassen
bevolken genietend publiek en eensgezind en vol enthousiasme kriskrassen de
paarse crewers als spinnen in onzichtbare webben. Zelfs het weer kan even
nukken, en wanneer tijdens de avondvoorstellingen het begint te regenen, komen
de vliesdunne poncho’s van pas. Een echte festivalganger is op alles
voorbereid.
Soms
veroorzaken onwelwillende mariniers een te hoge weerstand. Dát zet onze stad op
de kaart.
Soms
is er te weinig geld; niet om het één of ander. Maar ons festival is veel
waard.
We
laten ons massaal verleiden door de flirt van het evenwicht, vallen in de
diepte van verbazing. We geven ons over aan een hilarisch bevel, laten ons
commanderen en desnoods uitkleden door de grootste grap. Alles mag ons op
verkeerde benen zetten. Met z’n allen zijn we allemaal even gek. Omdat het mag.
Omdat het moet. Omdat het kan.
Soms
veroorzaakt een fantastisch festival zo veel positiefs. Dat is wat waard!
Soms
is er te weinig geld; niet om het één of ander. Onderstroom zet Vlissingen op
de kaart!
woensdag 12 juni 2019
OUD & NIEUW
“Zo zie je ze nergens meer, he?” Een oudere vrouw loopt met haar fiets aan de hand in de Walstraat en ziet me met opvallende belangstelling naar de melkman kijken. Ze denkt vast dat ik een toerist ben, en trots herhaalt ze haar opmerking: “Da’s toch uniek, dat zie je nergens meer, he?” Eigenlijk bedoelt ze: DĺT hebben we toch nog maar mooi in Vlissingen!
De melkwagen met goedgevulde aanhanger beschouw ik tegen het decor van veel bedrijvigheid, bouwactiviteiten en een hoge kraan. Een bijzonder contrast. Oud en nieuw. Oude tijden, nieuwe tijden. Een koerier van een pakketdienst zigzagt overal tussendoor, want hij heeft haast.
In het café op de Kleine Markt tref ik de melkman achter een kop koffie en de krant. Pauze. Hij heeft geen haast, hij doet z’n werk op z’n gemak. En heeft daardoor heel veel contact met de winkeliers en de bewoners in de binnenstad.
De hijskraan doet zijn best. De twee overgebleven gevels van het voormalige PZC-pand hebben decennialang stuttend in de waakstand gestaan naast het gapende gat, waar nu volop gebouwd wordt. Waar vroeger het nieuws werd gemaakt, maakt de toekomst nieuwe, hopelijk goede tijden. En in dit tijdperk is de rijdende melkman de stille heraut in de ochtendgloren, die vóór de nieuwsfeiten-in-de krant aanrijdt, en slechts wetenswaardigheden mondeling publiceert als ze er toe doen. Hij is zijn kar met levensmiddelen, af en toe stoppend om waren af te leveren of om een praat met iemand te maken. Hij neemt een slok van zijn koffie en slaat de pagina van de krant om.
“Wat weg is, komt niet meer terug”. We kijken een beetje naar buiten en het blijft stil. Nee, het heeft geen zin om het in deze context over online shoppen te hebben. Oud nieuws. Mijn melkman heeft het over emoties die al veel eerder stopten: oprechte betrokkenheid, onderlinge vanzelfsprekendheid. En verbinding
Terwijl ik verder loop, zie ik een stel belangstellenden bij de melkkar -de bedrijfswagen- staan. Het zijn toeristen. Ze kennen hun klassiekers. Verontwaardigd hoor ik versleten flarden over ‘laatste der Mohikanen, zwaard van Damocles…’
De vrouw met de fiets aan haar hand heeft drie bossen bloemen gekocht. Eén van de toeristen leunt tegen de melkwagen om een foto van de hoge bouwkraan te maken. Waar het ene gat ooit gaat vallen, wordt het andere binnenkort gevuld, in de hoop dat het de straat op een andere, nieuwe manier gaat verbinden.
De koffie is op. De krant is uit. Ik zie de melkwagen vertrekken naar de volgende halte. DĺT hebben we toch nog maar mooi in Vlissingen!
De melkwagen met goedgevulde aanhanger beschouw ik tegen het decor van veel bedrijvigheid, bouwactiviteiten en een hoge kraan. Een bijzonder contrast. Oud en nieuw. Oude tijden, nieuwe tijden. Een koerier van een pakketdienst zigzagt overal tussendoor, want hij heeft haast.
In het café op de Kleine Markt tref ik de melkman achter een kop koffie en de krant. Pauze. Hij heeft geen haast, hij doet z’n werk op z’n gemak. En heeft daardoor heel veel contact met de winkeliers en de bewoners in de binnenstad.
De hijskraan doet zijn best. De twee overgebleven gevels van het voormalige PZC-pand hebben decennialang stuttend in de waakstand gestaan naast het gapende gat, waar nu volop gebouwd wordt. Waar vroeger het nieuws werd gemaakt, maakt de toekomst nieuwe, hopelijk goede tijden. En in dit tijdperk is de rijdende melkman de stille heraut in de ochtendgloren, die vóór de nieuwsfeiten-in-de krant aanrijdt, en slechts wetenswaardigheden mondeling publiceert als ze er toe doen. Hij is zijn kar met levensmiddelen, af en toe stoppend om waren af te leveren of om een praat met iemand te maken. Hij neemt een slok van zijn koffie en slaat de pagina van de krant om.
“Wat weg is, komt niet meer terug”. We kijken een beetje naar buiten en het blijft stil. Nee, het heeft geen zin om het in deze context over online shoppen te hebben. Oud nieuws. Mijn melkman heeft het over emoties die al veel eerder stopten: oprechte betrokkenheid, onderlinge vanzelfsprekendheid. En verbinding
Terwijl ik verder loop, zie ik een stel belangstellenden bij de melkkar -de bedrijfswagen- staan. Het zijn toeristen. Ze kennen hun klassiekers. Verontwaardigd hoor ik versleten flarden over ‘laatste der Mohikanen, zwaard van Damocles…’
De vrouw met de fiets aan haar hand heeft drie bossen bloemen gekocht. Eén van de toeristen leunt tegen de melkwagen om een foto van de hoge bouwkraan te maken. Waar het ene gat ooit gaat vallen, wordt het andere binnenkort gevuld, in de hoop dat het de straat op een andere, nieuwe manier gaat verbinden.
De koffie is op. De krant is uit. Ik zie de melkwagen vertrekken naar de volgende halte. DĺT hebben we toch nog maar mooi in Vlissingen!
woensdag 8 mei 2019
VRIJ & BLIJ
De illustratie voor deze editie is net droog. Tijdens het festival getekend en hup, richting deadline van deze krant. Een belangrijke kerncompetentie van Vlissingen komt vandaag goed uit de verf: wat zijn we kleurrijk!
Een stukje schrijven vraagt om research. In de Structuurvisie van de gemeente Vlissingen uit 2010 lees ik: Vlissingen, een stad waar iedereen zich thuis voelt. Kijk, dat zien we vandaag graag!
Kleurrijk is de stad al eeuwen. Tactisch aan het water kwamen vele nationaliteiten aan wal. Na Spanjaarden, Engelsen en Fransen, arriveerden de Duitsers in 1940. Een paar jaar later de Canadezen, Britten en Fransen om ons te bevrijden.
Tekenen is een way of life: we leven in een wereld waarin werkelijk álles gefotografeerd was, is en wordt en waarin de resultaten soms uniform en emotieloos zijn. Iedereen heeft iets in jas, zak of tas waarmee je de werkelijkheid binnen een seconde kunt vastleggen. Hoe bevrijdend is het om jezelf even een kwartiertje tijd te gunnen, te gaan zitten op een mooie plek en geconcentreerd alles in je op te nemen. Met een tekenpennetje en verfdoosje voeg ik daar graag wat inhoud en kleur aan toe. Ik heb het geluk dat ik het anderen mag en kan leren.
Zo teken ik wekelijks met groepjes puberleeftijdleerlingen en zwerven we door de stad op zoek naar bijzondere plekken om deze al Urban Sketchend vast te leggen. De laatste maanden concentreren we ons op locaties die in de bezettingstijd een belangrijke rol speelden.
Omdat we allemaal vinden dat de jeugd te weinig van de bezettingstijd weet, en nu het nog kan… In de voorbereidingen naar 75 jaar Slag om de Schelde spreek ik met oudere Vlissingers die de oorlog meemaakten. Hoe ze naar andere plaatsen op Walcheren werden geëvacueerd en hartelijk en vanzelfsprekend werden ontvangen. Hoe ze naar de schuilkelders vluchtten en alsnog slachtoffer werden. We tekenen in de krochten van de stad, begeven ons in de parkeergarage om te voelen wat het is om letterlijk onder de grond te moeten zitten. We tillen granaatscherven op. Om te beleven wat het is om niet vrij te zijn.
En om ervaringen te vergelijken. We krijgen de verslaggeving van huidige oorlogssituaties dagelijks binnen, bijna uniform en emotieloos. Snelle screenshots of té bekende beelden die soms bijna geen indruk meer kunnen maken. Als een schaduw achter het licht van de verhalen van die Vlissingers die er nu nog over kunnen vertellen.
We nemen even de tijd. En ik neem de tijd om een tekening te maken van een kleurrijke stad. Waar nu -vandaag 5 mei- en in de toekomst iedereen zich thuis zou mogen voelen.
dinsdag 9 april 2019
GROEN & GEEL Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet
Laatst reed ik mee met de Zonnetrein Zeeland, de place-to-be om enthousiaste bezoekers te ontmoeten. Treiners die geel en blauw achter zich laten en ‘de Belgen’ die een dagje naar Vlissingen komen. Op zoek naar. Het is niet de mooiste dag –ietsjes fris- maar mooi genoeg om te ervaren dat we in een groene trein zitten, onder de gele zon. Energie van binnen en buiten en van buiten naar binnen! En zeker en vast: ik hoor de zuiderburen babbelen. Met de auto kwamen ze naar Breskens en daarvanuit met de Prinses Maxima naar den overkant. Ik tel een paar oudere echtparen en een gezin met luide kindjes. “Ik zie ik zie wat jij niet ziet. De kleur, de kleur is …” kirt de kleinste. Ze heeft haar zinnen gezet op geel. Met een verse paardenbloem stapt ze in.
De Belgen rukken op, zeggen de horeca-ondernemers op het Bellamypark. De Belgen willen aan de Boulevard wonen, roepen de makelaars. Er komen steeds meer Belgen in de zaak, constateren de winkeliers. Knokke is vol, Cadzand-Bad onbetaalbaar. Dus de Belgen gaan een eiland verder. Met een prachtige boulevard en strand op het zuiden komen ze graag naar Vlissingen om te verkennen en zich te laten verwennen.
De kleine Vlaamse roept: “Geel, geel, ik zie geel!” Het vingertje wijst richting een Grimaldi vrachtschip en een uitrukkende pilot. Op de Nieuwendijk wordt ze getrakteerd op mooie gele gevels en dito viooltjes in de bloembakken. Bloeiende forsythia’s, zoveel gele kentekenplaten.
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Het stemmetje echoot nog even na als ik op de Oude Markt de zonnetrein verlaat. Laten we de bloemetjes buiten zetten! Het is tenslotte lente. Zeker en vast…
woensdag 13 maart 2019
maandelijkse column Vlissingse Bode
LENTE & AL DENTE, Vlissingen en Italië
Al dente. Dat is Italiaans. En het betekent: nog net niet gaar, nog net niet klaar. De lente doet haar best, bellissimo! Maar ze is nog net niet helemaal capabel om haar tanden in de afkwakkelende winter te zetten.
Al dente. Dat is Italiaans. En het betekent: nog net niet gaar, nog net niet klaar. De lente doet haar best, bellissimo! Maar ze is nog net niet helemaal capabel om haar tanden in de afkwakkelende winter te zetten.
Wat heeft
Vlissingen met Italië? Ik zou het me niet hebben afgevraagd als het me niet was
opgevallen dat de tekst op het beeld van Michiel de Ruyter een Italiaanse spits
afbijt. Aan de voorzijde nog wel!
michaëli.
adriani
filio.
RVITERO.
P.
anno mdcccxli.
anno mdcccxli.
Onze
Vlissingse held stierf voor de kust van Syracuse, een strategische plek op het
eiland Sicilië, Italië. En dan hebben we het over het jaar 1676.
Terug naar
het beeld van Michiel. In juni 1894 werd het beeld verplaatst van het De
Ruyterplein naar het Keizersbolwerk en in 2010 moest Michiel worden gerestaureerd.
Blijkbaar wil ieder mens sporen nalaten; tijdens deze laatste actie werden
onder de sokkel van het beeld documenten gevonden. Oorkondes uit 1841 en 1894.
Plus een stiekem extraatje van de loodgieter die destijds de loden kokers met
oorkondes dicht moest solderen. Hij voegde een handgeschreven briefje en 8
foto’s toe.
Maar wat
heeft Italië met Vlissingen? Dus ook iets. Want die twee kanonnen links en
rechts zijn in 1905 zijn gered uit de Straat van Messina (boven Syracuse) waar
Michiel tijdens zijn laatste slag in 1676 door kanonskogels zijn benen en
uiteindelijk zijn leven verloor. Italië was bereid ze aan de Nederlandse Staat
te verkopen en Vlissingen heeft ze in bruikleen. Of: alles van waarde is
weerloos.
Omdat we dus
allemaal herinneringen willen blijven koesteren, heeft een oude Vlissinger in
de vorige eeuw een briefje van honderd gulden verstopt en begraven. Dé honderd
gulden, het bekende bruine biljet met Michiel. Hij zegt dat hij het in een
plastic Tupperware-bakje heeft gedaan, samen met een zak
vocht-absorptiekorrels. Nee, hij had toen nog geen idee van de Euro, maar die
snip en de steenuil als opvolger van Michiel vond ‘ie maar niks. Helaas, het
inwisselen van het biljet bij De Nederlandse Bank kon tot uiterlijk 25 juli
2017. Maar Google er even op los en je vindt al snel een bod van € 200,- van
een verzamelaar. (en dat is bijna 400.000 Italiaanse Lire)
Wie zal dit
ludieke Tupperware-kluisje ooit opsporen? En waar in Vlissingen? Laten we
afspreken dat de eerlijke vinder de inhoud besteedt ergens in onze stad.
Vlissingen kent een aantal bijzondere plekjes waar je Italië kan proeven,
voelen, ruiken. Maar Italië staat ook bekend om haar schoenen & laars,
mode, design, tassen, sieraden. Dus
waarom zou je eigenlijk naar Italië gaan…
Dus zetten
we onze tanden in Vlissingen! Beetgaar, want we moeten wel wat te kauwen
hebben. Toch? En dan op naar de lente!
woensdag 13 februari 2019
MAANDELIJKSE COLUMN VLISSINGSE BODE
De hoogste tijd om dit blog weer eens te activeren. Reden: een miljoenencontract met de plaatselijke krant dwingt me iedere maand iets over Vlissingen te schrijven. En voor iedereen die die krant niet krijgt of in Roodeschool woont, bij deze!
Ik
begrijp er alles van! Ik begrijp wat de stad geeft, deze gekke stad Vlissingen.
Omarm de
liefde, omarm de stad!
De liefde is aanwezig;
ze hangt altijd in de lucht
als een meeuw, deinend op de wind.
De Boulevard is immer bezig
met hetgeen dat haar bemint
wie zoeken wil die vindt
een bevredigende zucht.
ze hangt altijd in de lucht
als een meeuw, deinend op de wind.
De Boulevard is immer bezig
met hetgeen dat haar bemint
wie zoeken wil die vindt
een bevredigende zucht.
Poëtischer
kan ik het niet samenvatten.
Het mooie
van het wonen aan de Boulevard is die niet-te-vermijden-liefde. Weer of geen
weer, Valentijnsdag of iedere willekeurige dag: mijn dag wordt iedere keer weer
gemaakt door de verrassende en ontroerende taferelen van zoenende en innig
verstrengelde stellen. Mensen die genieten. De Duitse ouderen zijn het
fanatiekst en ‘gymnastieken’ met lange armen en hun smartphone om de blauwe Begonia,
Freesia of Magnolia toch nog zo groot mogelijk op hun selfie te krijgen. Samen
met die kus. De jeugdigen gaan soms genadeloos te keer, zich niet realiserend
dat een heel flatgebouw meegeniet. De paringsdans wordt af en toe aangekondigd
met een prettige beatbox. Ja, ik word er altijd vrolijk van. En Frans, Michiel,
Marthe, Blikje, de bruid en de man met de sigaret ook. Het is maar met welke
ogen je Vlissingen beschouwt.
Vlissingen
en de liefde. Jacobus Bellamy dichtte er eind 18e eeuw begeerlijk op
los met koralen lipjes, bevallige rozenmonden en hemelnectar. Stop deze mooie
woorden in een doosje, pak het vrolijk in en ziehier ons Valentijnscadeau. De
waarheid die we eindelijk onder ogen mogen en moeten zien, werd in dezelfde
tijd al door de in Vlissingen geboren Betje Wolff gedicteerd:
Wat, zoete meisje, deed u dus verandren?
Wat geeft u toch de stad? 'k versta er niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren
'k versta er niets van?
Wat geeft u toch de stad? 'k versta er niets van.
Beminnen wij weer als voormaals elkandren
'k versta er niets van?
Laten u, u
en u en jullie allemaal de stad weer beminnen. Met het Scheldewater stroomt de
liefde al binnen en voor je het weet, dein je mee op de wind. Als een toerist
met lange armen richting de stad, lange armen waarmee je Vlissingen kunt
omarmen: het Bellamypark waar de schrijvende helden glimlachend op ons
neerkijken, en stiekem knipogen als we onze hernieuwde verwondering vertalen in
een vreugdedans of prille zoen. De gepassioneerde ondernemers willen u met de liefde
voor hun vak verleiden, geniet van het culinaire genot en eindig met die
prachtige oranje gloed op de Boulevard.
Poëtischer
kan ik het niet maken.
Ik heb
makkelijk praten. Ik ben niet behept met spijt van verloren glorie, en ik kick
niet op klagen. Alle liefs aan Vlissingen, de stad die mij heeft omarmd. Ik ben
die stille aanbidder.
dinsdag 27 maart 2018
OOSTBURG
Deze week weer een beschouwing + illustratie in de ScheldeXpress (met voetnoot van de redactie...)
AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit
Zeeuws-Vlaanderen
Waar ben ik: Oostburg
Wat zie
ik: Zandbak
“Nee, vroeger was het hier goed te doen, hoor!
Bintangs, Cuby, Shocking Blue; die heb ik nog gezien in Hotel Victory!”
Ik ervaar Oostburg nu als shocking grijs. Ik kom er zeker
een keer per jaar, en in mijn beleving staat het stratenplan altijd in de
steigers en is het opgehangen aan onhandige wegomleidingen. En op zo’n grijze dag
zoek ik een strategische plek om even wat impressies vast te leggen. En
aangezien ik met de auto toch weer niet verder kan rijden, vanwege een
opgebroken Ledelplein…
…wordt het de snackbar op de Markt. Geen beter excuus voor
een frietje en vooral de plek om niet
buiten te hoeven tekenen, met toch bijna 360ᵒ een panoramisch uitzicht.
Ik babbel met het personeel en een oudere man die gretig
achter een bak met tartaarsaus zit. ”Ze
hebben het in de jaren ‘90 al om zeep geholpen. Alles moest via de rondweg en
het verkeer kwam het centrum niet meer in. En als je dat wilde, had je al die
achterlijke bochten. De markt werd design, met als gevolg dat je er niks kon,” bromt
Adri. Het Marktplein is inmiddels weer hersteld. Volgens Myrthe, die de frieten
bakt, zal er binnenkort wel weer wat georganiseerd kunnen worden. Er kunnen nu weer tenten staan, de weekmarkt weer op z’n oorspronkelijke
plaats.
De frituur heeft alle duurzaam-veilige-herindelingsellende decennia
overleefd. Of je nu vroeger naar Shocking Blue ging, of je boodschappen had
gedaan op de markt, of je als scholier even naar de kroeg was geweest:
generaties haalden hier een frietje. Myrthe laat trots een aantal zwartwit-foto’s
zien. “Kijk, zo zag het er vroeger uit”
De twee loketjes achter het windschermpje –eentje voor ijs en eentje voor
friet- zijn veranderd in een cafetaria
met zitplaatsen.
Myrthe en Lemmy zul je ‘s weekends niet in Oostburg
tegenkomen. Ja, er is daar nog wel het café, maar daar komen alleen oudere
mensen en daar draaien ze van die ouwe muziek. “Rockmuziek” verbetert Adri.
dinsdag 30 januari 2018
TEKENEN, WAT MOET JE ER MEE.
TEKENEN, WAT MOET JE ER MEE…
EN WAT HEB JE ER AAN
Na mijn middelbare schooltijd heb ik geregeld nog contact gehad met
mijn tekenleraar. Hij was het; hij was degene die mij –met weinig woorden-
overtuigde dat ik naar de kunstacademie moest. Zo’n 15 jaar geleden spraken we
elkaar weer. “Je hebt me ver, ver ingehaald” zei hij. Deze uitspraak voelde
mooier en oprechter dan het grootste compliment. Het feit dat hij me dit kon zeggen,
was voor hém het grootste compliment, als leraar aan een leerling. Voldoening.
Hier deed hij het voor.
Ik was 16 en één van de zes leerlingen van de legendarische eerste lichting Fivelcollege Delfzijl met tekenen in
het eindexamenpakket. Mijn tekenleraar had er lang voor gestreden. En
uiteindelijk werd het dit klasje van 6. Het meest kostbare klasje, maar destijds
werden scholen daar nog niet op afgerekend. Hongerig zat ik vooraan. Deze strenge en
ontoegankelijke tekenleraar kende ik vanaf de brugklas, maar dit was anders. Nu was hij anders. Hij nam ons serieus en hij wilde ons kennis laten maken met meer dan
we misschien aankonden. Het woord privilege kende ik toen nog niet. Maar het
gaf zo’n bijzonder gevoel dat hij zijn reisschetsen liet zien. Prachtige
pentekeningen met de mooiste arceringen en contrasten.
De reden van deze melancholie: ik ben er weer ingetrapt. Ik
heb me laten verleiden. Ik had het afgezworen, dat onderwijs. Finito.
Afgezworen als gevolg van afgezworven; teveel van de wereld gezien, te kritisch
geworden.
In mijn academietijd, op kamers, maakte ik kennis met medestudenten die ’s
weekends thuis niet meer welkom waren. Ouders met een stellige mening: “Tekenen,
wat heb je daar nu aan.” Als hun zoon of dochter zo nodig geen vak wilden leren…
Ik treinde trots iedere vrijdagavond naar de familie in Noord-Groningen met mijn zware tekenmap.
Om iedereen te laten zien wat ik de afgelopen week allemaal had gemaakt. Dat ze
meestal niet begrepen waar ik nu mee bezig was, stelde me gerust. Ik begreep het soms zelf ook niet. Maar omdat de
academie een opleiding was, was het goed. Er waren leraren. En die waren er om
je iets te leren, om op je te letten, voor je te zorgen. En er was thuis niemand
die zei: “Tekenen, wat moet je er mee?”
De afgelopen decennia heb ik ervaren wat ik met tekenen
moet. Wat ik er mee kan, wat ik er mee mag. Wat het met me doet, maar vooral
met anderen. Hoe fijn dat een tekening een schakel tussen nu en vroeger kan
zijn. Of een manier om dichterbij anderen te komen.
En ja, ik ben er weer ingetrapt. En ik geniet van de
verleiding. Ik ben twee keer per week weer op het niveau van mijn gerespecteerde
tekenleraar. Ik geef lessen op een middelbare school. Een eventuele
hongerigheid bij leerlingen is veranderd in onverschilligheid. Ze vergeten hun
schetsboeken, flikkeren hun verfdoosje op de vloer. Leveren de tekenpen in
zonder dop.
Maar wat een privilege: je bent 13, 14 jaar. Je mag 4 lesuren
per week binnen schooltijd tekenlessen volgen! Mijn taak: geen valkuil. Ik mag ze voeden met
mijn kennis omtrent perspectief, compositie, verhoudingen... en ik zal ze inspireren
met mijn reisschetsen. Mijn tekeningetjes van ver weg en mijn tekeningetjes van
Vlissingen, hun stad. Vol kleur, verhaal, contrasten.
Als ik over 30 jaar een keer een Youri of Gina tegenkom (ze
zullen dan ongetwijfeld gelukkig zijn in een hele andere branche) kan ik zeggen
dat ik destijds verliefd ben geworden op een van hun mooie
schetsboektekeningetjes die ze tijdens mijn lessen maakten.
Dit is wat je met tekenen moet. En wat het met me doet.
(veel dank aan Ben Schasfoort, mijn tekenleraar. Hij is
inmiddels oud en geëmigreerd. Ik voeg ongevraagd –ik weet zeker dat hij het
goed vindt- een van zijn tekeningen bij, in de sfeer van. Maar ook veel dank aan Scheldemond College Vlissingen, een school die de leerlingen
de gelegenheid geeft om binnen het lesrooster te ontdekken wat je met tekenen
moet. En kan. En mag.
Onderschrift tekening van Ben Schasfoort: "Werf Niestern Sander met leerlingen"
We zijn destijds met ons klasje van zes o.l.v. Ben Schasfoort naar de scheepswerf geweest om te schetsen. Deze moesten we op school in de komende weken uitwerkentot een ets en een linoleum-3-kleurendruk. Ik weet nog dat ik er niet veel aan vond. Ik had niks met boten. En dat gedoe met etsen was knap ingewikkeld...
We zijn destijds met ons klasje van zes o.l.v. Ben Schasfoort naar de scheepswerf geweest om te schetsen. Deze moesten we op school in de komende weken uitwerkentot een ets en een linoleum-3-kleurendruk. Ik weet nog dat ik er niet veel aan vond. Ik had niks met boten. En dat gedoe met etsen was knap ingewikkeld...
woensdag 8 november 2017
10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie, deel 6
...omdat het vandaag een jaar geleden is dat ik kennismaakte met de heren op het bankje.
Sinds ik met de heren op het ‘leugenbankje’ heb kennisgemaakt (8
november 2016) loop ik af toe naar het Keizersbolwerk om even te kletsen. Of
slap te ouwehoeren. Met Sjouke heb ik een bijzondere band. We komen allebei uit Groningen en het is grappig om
met je kop in de Scheldewind je moerstaal samen te spreken, terwijl de andere
afkeurend roepen: “Hier in Vlissingen wordt geen Gronings gepraat!” De laatste
keer vertelde hij verdrietig dat zijn dochter na ziekbed was overleden. Een intiem moment.
Intimiteit beleefde ik ook in Casamaggiore. In 2015 portretteerde ik
ongeveer 50 inwoners van het kleine dorpje. Het zijn allemaal mensen die ik in
meer of mindere mate ken. De keuze om ze ‘van achteren’ vast te leggen was
bewust: minder confronterend en tegelijkertijd veel meer zeggend, veel meer… Ik
overviel ze door onaangekondigd aan te bellen. Sommigen voelden zich
ongemakkelijk: wilden zich eerst omkleden, de keukentafel opruimen. Maar ik
wilde ze juist in dat onaangekondigde moment portretteren. De ouders van Anna zijn lieve schatten: samen
zijn ze allebei weer een klein beetje kind aan het worden, dus ze houden elkaar
in stand. In Italië leven families vaak in één huis, dus van een
verzorgingstehuis of thuiszorg is geen sprake. Iedereen houdt een oogje in het
zeil.
Zoals ook de heren op het bankje op de kop van de Boulevard de Ruyter
altijd een oogje in het zeil houden.
De overeenkomst tussen de twee tekeningen is dat het gaat over ouder
worden en veel te vertellen hebben, over vroeger.
zondag 5 november 2017
UIT DE SCHELDEXPRESS
AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit
Zeeuws-Vlaanderen
Door Agnes den Hartogh
Waar ben ik: Cadzand-Bad,
Boulevard de Wielingen, bij het voormalige restaurant Cadzandria
Wat zie ik: bouwactiviteiten
Wat zie ik: bouwactiviteiten
“…en daar zaten we dan
tot vier uur ‘s nachts!”
Komaan, ik heb zin in een ingewikkelde tekening. Ik ben in
Cadzand-Bad, dus dat treft. Want als ik mijn tekenaarsoog loslaat op
ingewikkelde onderwerpen kom ik hier helemaal tot onrust: steigers, hekken,
afzettingen, stapels bouwmaterialen. Het schijnt dat dat
hier al geruime tijd aan de hand is, gezien de vele grote en nieuwe panden die
ik aantref. Een eclectisch kleurenspel met invloeden uit verschillende
bouwstijlen. Wat zullen de Cesantenaren er van vinden? Ik durf het niet te vragen…
Tussen blubbersporen hoor ik een jonge vrouw tegen haar
dochtertje praten, omhoogwijzend. “Kijk,
daar heeft mamma vroeger gewerkt! Alles is veranderd!”
Halverwege de jaren 90 kwam Esther voor het eerst naar
Cadzand. Vanuit het verre Noord-Groningen. Een horeca-uitzendbureau uit de stad
had haar gevraagd of ze seizoenswerk in Zeeland wilde doen. “Ik weet nog dat ik met mijn ouders op de
kaart keek en Cadzand-Bad aanwees. Mijn vader zei: ga je dáár helemaal naar toe?” De reis met
de trein vanuit het noordelijkste puntje naar Vlissingen duurde ruim een halve
dag, en aan de overkant van het veer stond iemand van restaurant Cadzandria
haar op te wachten. Esther sliep in dat jaar op de camping de Zwinhoeve in
Retranchement. Overdag was het wafels en wafels bakken. En pannenkoeken. En het
was altijd druk. En na het werk was het tot ver in de nacht feesten bij Hotel
de Schelde. In de jaren erna kwam Esther
in de zomermaanden terug om wafels te bakken en verbleef ze bij een van de
eigenaressen van het restaurant.
Ook zij is verbaasd over de enorme ontwikkelingen. Terwijl
de kinderen in Zeeuws-Vlaanderen al weer naar school gaan, hebben ze in het
noorden deze week herfstvakantie. Esther is met haar gezin een midweek in de
buurt en ‘moet’ natuurlijk even terug naar Cadzand-Bad, waar zoveel
herinneringen liggen. Dochtertje Elaine wordt een beetje ongeduldig. Haar is
een wafel beloofd. Zoals mamma ze destijds bakte, zijn ze tussen de sterren,
sjiek en trendy bijna niet meer te vinden. Zo ingewikkeld kan het toch niet
zijn?
maandag 23 oktober 2017
deel 5 van de 10 verhaaltjes over de kruisbestuiving Vlissingen-Italie
Sinds we aan de Boulevard zijn aangespoeld, tikt het
carillon van de Sint Jacobskerk ons regelmatig op de vingers. Soms met een
klokslag teveel, in onze beleving. "Is het al zo laat?" In
het onregelmatig optredende melodieuze klokgelui denk ik soms oude popsongs te
horen. Dus tijd om iets bijzonders te gaan beleven: een nieuwjaarsconcert
waarin de muzikanten van Koninklijke Harmonie Ons Genoegen optreden met de
jongens van de Hobbyisten. We horen nu de kerk niet van buiten, maar van
binnen. Hoe mooi!
In mijn Italiaanse omgeving hebben sommige huizen een eigen
kapelletje. De panden zijn meestal al eeuwen familiebezit en die kapelletjes en
nisjes gaan al die eeuwen mee. Op het landgoed van Annarita staat zelfs een
heus kerkje, een paar bankjes en plek voor een stuk of twintig bezoekers.
Annarita vindt het fijn om af en toe wat muzikanten en een select
gezelschap uit te nodigen, waar we dankbare gasten zijn. Ook bijzonder.
Mijn atelier bevindt zich naast de oude kerk van
Casamaggiore. Zo’n zes, zeven keer per jaar verzorgt regiopastoor Don Piero een
gelegenheidsdienst en dan is het vooral een social event waar ik iedereen uit
het dorp tezamen zie. Omdat de oude kerk verder niet wordt gebruikt, heb ik er
een aantal keren exposities en een concert mogen organiseren. Gabriele
Putzulu speelde de sterren van de hemel op zijn klassieke gitaar. Dezelfde
Gabriele kwam ik een maand later tegen op een ander feest waar hij het hele
repertoire van de Red Hot Chili Peppers wegkraste.
Kortom, hoe bijzondere locaties en bijzonder talent
samensmelten…
Abonneren op:
Posts (Atom)

















